Horloges

1390

Gesteld dat je naar een onbewoond eiland wilde om daar op eigen houtje het simpele leven te leiden, dan kon je een kwart eeuw geleden het beste eerst naar Canal Street in Manhattan gaan om daar het noodzakelijke gereedschap te kopen. Een bijl, een flink mes, een bol stevig touw, misschien een voetboog, zulk soort gereedschap. Canal Street tussen de Zesde Avenue en Broadway was een aaneenschakeling van uitdragerijen waar je dingen kon kopen die jongens begerenswaardig vinden. Ook spullen uit legerdumps, zelfs een reservebenzinetank zoals militaire vliegtuigen onder de vleugels hebben. In het binnenste van die winkels was het rommelig en schemerig. Op je gemak kon je er zoeken naar iets wat je nooit zou gebruiken maar op dat ogenblik als onmisbaar herkende.

Twee ontwikkelingen hebben het uiterlijk van Canal Street radicaal doen veranderen: de vliegtuigkapingen en de opkomst van het nieuwe massatoerisme. Al vlug nadat Yasser Arafat met de kapingen was begonnen, mocht je geen mes meer in je zak hebben. Daarna volgden de scharen, alles wat scherp is. Ook aanstekers zijn intussen verboden. Alle contrabande wordt bij de controle ontdekt. De winkels die in dit soort spullen gespecialiseerd waren, verkommerden.

Toen kwam de redding, dankzij het armbandhorloge. Sinds de horlogemakers erin waren geslaagd de uurwerken zo klein te maken dat je ze aan een bandje om je pols kon dragen, bloeit er op dit gebied een subcultuur. Ik heb diepe eerbied voor deze kunstenaars die steeds meer functies in die kleine ruimte wisten onder te brengen. Datum, secondewijzer, stopwatch, maanstand, dubbele tijdwijzing voor het geval je wilt weten hoe laat het aan de andere kant van de wereld is, en dit allemaal lichtgevend en waterdicht zodat je je ook honderd meter onder de zeespiegel van een en ander op de hoogte kunt stellen. Dan zijn er nog de kinetische horloges, elektrisch en mechanisch, waarbij je door de bewegingen van je arm zelf de energie levert. En de kwartsmachientjes die een batterijtje hebben.

Hoe het komt weet ik niet, maar deze horloges werden steeds goedkoper terwijl ze er ook gewichtiger gingen uitzien. Ook al jaren geleden. Er kwamen straathandelaren die op draagbare uitstalborden hun aanbod vertoonden: horloges voor piloten, autocoureurs, wielrenners, atleten, allemaal met bijzondere wijzerplaten en speciale functies, en allemaal voor vijf dollar. Vooral in Battery Park stonden deze kooplui. En dan van tijd tot tijd kwam er een auto van de politie. Door de luidspreker riep de agent: These are phony watches. Don’t buy phony watches! De vrije straathandel was er niet van onder de indruk.

Een paar dagen geleden liep ik na lange tijd weer eens langs de uitstallingen in Canal Street. De winkel die eens de vliegtuigbenzinetank op straat had staan, was veranderd in een horlogegalerij. De winkel daarnaast had ook een paar duizend horloges uitgestald. Nieuwsgierig begon ik het aanbod te bestuderen. Destijds kon je merkwaardige wijzerplaten aantreffen, met Jezus Christus aan het kruis, of Mao Zedong die bij iedere seconde met zijn arm zwaaide. Ik vroeg een winkelier of hij nog een Mao Zedong had. Hij keek me aan of ik gek was, van Mao had hij nog nooit gehoord.

Ik wandelde verder, tot de hoek van Broadway liep ik langs op z’n minst tweehonderdduizend horloges. Ik sloeg links af. Weer horloges! Af en toe deed ik een steekproef. Allemaal hebben ze op een of andere manier een gewichtig ontwerp met imponerende wijzers en wijzerplaat. Over de kwaliteit kan ik niet oordelen, de meeste stonden stil en de horloges die liepen, gaven de verkeerde tijd aan. Begrijpelijk. Het moet ondoenlijk voor die winkeliers zijn, al hun horloges gelijk te zetten.

Maar waar komen die karrevrachten uurwerken vandaan? In mijn verbeelding doemden reusachtige horlogefabrieken op, in India, China, Taiwan, Korea. In die landen wordt de mensen verteld dat Amerikanen niets liever willen dan weten hoe laat het is. Dat geloven ze. Doen hun best. Krijgen een hongerloon. Met containers vol gaan de horloges de Oceaan over en komen terecht op Canal Street en dergelijke winkelcentra waar nu de horlogeverzadiging aanbreekt.

Opeens dacht ik aan kapitein Gulliver in Lilliput. De kleine mensen hebben hem gevangen genomen, bestuderen zijn gewoonten en ontdekken dat hij vaak een grote machine raadpleegt die een regelmatig tikkend geluid voortbrengt. Ze veronderstellen dat het zijn god is, maar hij kijkt gewoon op zijn horloge, in dit geval een vestzakuurwerk, een knol, want armbandhorloges bestonden in de tijd van Swift nog niet. Toch een goed idee van de Lilliputters. Deze god is nu door de Chinezen en andere Aziatische uurwerkmakers geoverdemocratiseerd. Bijna niemand meer wil voor vijf dollar zo’n god hebben.