Horen, zien en doorvertellen

Antisemieten en radicale moslims opgelet. De Israëlische website MEMRI vertaalt televisie, websites en kranten uit de Arabische landen, Turkije en Iran. „We zijn een waakhond.”

Dit is het kraaiennest, met uitzicht tot in de verste uithoeken van het Midden-Oosten. Jonge Israëliërs, overwegend kinderen en kleinkinderen van joodse immigranten uit Iran, Irak en Syrië, zitten onderuitgezakt achter computer- en tv-monitoren op het Jeruzalemse kantoor van The Middle East Media Institute, beter bekend onder het acroniem MEMRI – de grootste openbare studie- en vertaaldienst in cyberspace van islamitische en Arabische tv-uitzendingen, kranten, websites en weblogs.

Bij de koffieautomaten wordt ontspannen geleuterd over eindeloze diners ter gelegenheid van joods pasen. Lacherig wordt de vraag besproken of een bepaald Arabisch woord nu „bevruchten” of juist „steriliseren” betekent. Biotechnologiestudente Neta, geboren in Teheran, heeft haar tv’s afgestemd op de Iraanse omroepen Khorassan, Al-Kawthar en Islamic Republic of Iran News Network (IRNN).

Bij haar thuis wordt door haar ouders en grootouders („ziek van heimwee”) uitsluitend Farsi gesproken en daarom heeft zij een baan gekregen bij MEMRI. Met maandelijks vijf tot acht miljoen verschillende bezoekers is MEMRI in tien jaar uitgegroeid tot een veel geraadpleegde, maar ook scherp bekritiseerde barometer van de gemoedstoestand in de islamitische wereld. Alle grote Amerikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse tv-stations zenden regelmatig de gratis video’s en vertalingen van MEMRI uit. Kranten in de VS drukken graag de paginagrote analyses van de stafmedewerkers van het instituut af. Voor de kopij hoeft niet betaald te worden, want MEMRI wordt gefinancierd door, aldus president en oprichter Yigal Carmon, „onze joodse mecenassen in de VS, het paradijs van de charitas”.

Studente Neta volgt intussen nauwgezet ieder programma over de aanhouding van de vijftien, inmiddels vrijgelaten, Britse mariniers en is tegelijkertijd begonnen aan de vertaling van de slogans tijdens de voetbalwedstrijd tussen de teams van Piruzi en Isthigal. „Nucleaire energie is ons onbetwistbare recht”, „Israël moet weggevaagd worden” en „Verjaag de Britten uit onze hemelsblauwe wateren” scanderen de voetbalfans bij een eenvoudig potje voetbal.

De door Neta gespotte uitzending zal een dag later worden gebruikt door tv-stations op drie continenten. Een tikkeltje defensief zegt zij: „Je ziet ook best goede programma’s op de Iraanse tv, over gezondheidszorg en muziek en films. Iran is helemaal geen achterlijk land met alleen maar radicale ayatollahs, hoor. Ik heb nog veel vriendinnen in Teheran met wie ik mail en die kijken niet naar IRNN en zo. En al helemaal niet naar voetballen of politiek.”

Oprichter Carmon kijkt trots om zich heen. „Ik ben al begonnen met het opnemen en vertalen van teksten uit het Arabisch in het Engels toen Yasser Arafat in 1994 de Palestijnen in het Arabisch opriep tot een jihad tegen de zionisten, terwijl hij in het Engels tegen president Clinton zei dat hij alles zou doen om vrede te stichten. Don’t shoot the messenger, riep ik tegen de Israëlische media die mij kapot wilden maken. Ik zou tegen de vrede zijn. Kom nou, niet ik, maar de schurk Arafat belazerde de boel.”

Twee studiegenoten van Neta volgen intussen de weblogs van strijdende groepen in Irak en checken de websites van Hezbollah en Hamas. Zij weten soms eerder door wie en waar aanslagen zijn gepleegd dan de internationale persbureaus en journalisten ter plaatse in Bagdad. Ook strijders houden steeds vaker weblogs bij.

Uit Bagdad, waar MEMRI ook een kantoor heeft, zijn de kranten gearriveerd. Faxen met artikelen en mails uit Amman, Kaïro, Riad en de Golfstaten stromen binnen bij de Arabischtalige medewerkers. Van fragmenten uit de achtuurjournaals van Al-Jazeera, Al-Arabiya en Al-Bagdadiya worden korte video’s gemaakt. Engelstalige eindredacteuren controleren alles voordat de ondertitelde clips en vertalingen op de websites en weblogs van MEMRI worden gezet. In Tokio, Washington en Berlijn worden de Engelse versies vertaald in het Japans, Spaans, Duits en Frans. MEMRI is een bedrijf geworden met zeventig stafmedewerkers.

Carmon: „We hebben voor een revolutie gezorgd. We hebben de primaire bronnen in de wereld van de islam toegankelijk gemaakt voor degenen die geen Arabische baa’, taa’ of thaa’ (een b, een t en een th) van elkaar kunnen onderscheiden. Iedereen kan het nu horen en zien zonder tussenkomst van de experts, de Arabisten.”

Die bronnen zijn regerings- en geestelijke leiders, imams in belangrijke moskeeën, de columnisten op tv. Als zij spreken over de jihad, de zegeningen van het martelaarschap, de VS, Israël, de status van vrouwen, nucleaire en militaire zaken, dan is de kans zeer groot dat hun woorden door MEMRI worden geregistreerd. De leiders en aanhangers van Hezbollah in Libanon, Hamas in Palestina, Al-Qaeda en de Moslimbroederschap in Egypte worden nauwgezet gevolgd.

„We zijn ook een soort waakhond tegen antisemieten en radicale islamieten”, zegt Camron. „Mijn ‘claim to fame’ is dat voor ons de ontvoering van de twee Israëlische soldaten en de daarop volgende oorlog in Libanon geen verrassing was. Ik heb drie weken voordat de soldaten werden ontvoerd, gemeld wat Hezbollah van plan was, simpelweg door Hezbollahleider Nasrallah te vertalen. Je zag het allemaal gebeuren.”

Emeritus hoogleraar Bernard Lewis, de conservatieve arabist, heeft het Amerikaans-Israëlische instituut „de belangrijkste ontwikkeling in de bestudering van het Midden-Oosten in dertig jaar” genoemd. Carmon: „Wie heeft er tijd en geld om dagelijks de belangrijkste media in de Arabische landen, Iran en Turkije te volgen? Kranten doen dat niet, want die bezuinigen op hun internationale nieuwsgaring, CNN en de BBC doen het ook niet, en het is niet de taak van universiteiten om deze primaire bronnen snel voor een groot publiek toegankelijk te maken.”

Dat MEMRI wordt gebruikt, kan gemeten worden aan de bezoekersaantallen en de kijkcijfers van de video’s. Maar het instituut heeft ook invloed. Liberale en conservatieve columnisten als Thomas Friedman van The New York Times en Charles Krauthammer van The Washington Post vinden MEMRI onmisbaar. Deze twee opinieleiders maken veelvuldig gebruik van de website, net zoals talrijke correspondenten in het Midden-Oosten. In Nederland verwijst schrijver en columnist Leon de Winter nogal eens naar MEMRI.

Carmon heeft inmiddels in Washington DC sterstatus ontwikkeld, althans in conservatieve kring is hij achter de schermen een van de helden in de ‘war on terror’. Geen hoorzitting van het Congres of symposium over de gevaren van de radicale islam in de Amerikaanse hoofdstad vindt plaats zonder de reserve-kolonel.

Camron laat dikke mappen zien met dankbrieven, lovende epistels van de FBI, de Amerikaanse militaire inlichtingendiensten, de Israëlische Mossad, maar ook van politiecommandanten in Parijs en Berlijn. „U en uw instituut zijn essentieel in de lange oorlog tegen de ideologie van de radicale islam”, liet minister van Defensie Gates weten.

Een ironisch lachje krult om zijn mondhoeken. „En, ach ja, natuurlijk gebruiken ook de inlichtingendiensten ons materiaal. Wat de geheime diensten ermee doen is een andere vraag. Ik zou overigens mijn geld niet op hun successen willen zetten. Want je weet toch wel waar inlichtingendiensten heel goed in zijn? Dat is het geheim houden van hun fouten.”

Als productiefste media-instituut krijgt MEMRI niet alleen de meeste lof van vooral conservatieve Amerikanen en pro-Israëlgroepen, maar ook de meeste kritiek. Er zijn critici die op hun beurt weer uitsluitend MEMRI volgen. „Zij zeggen dat zij alleen maar de taalbarrière willen slechten, maar er is wel erg veel aandacht voor gevaarlijke radicalen en voor extremistische dwazen”, vindt de Amerikaanse arabist Marc Lynch. Hij heeft het interessante weblog Abu Aardvark ontwikkeld met analyses, vertalingen en weblogs over het Midden-Oosten.

Zijn grootste bezwaar tegen MEMRI: „Iedereen weet toch dat er ook veel ongecontroleerde onzin verschijnt in de Arabische media. MEMRI presenteert deze geruchten soms als feiten en legt dan op grond van deze ‘feiten’ verbanden tussen groepen en personen die er niet zijn of die nog helemaal niet bewezen zijn.”

De Israëlische historicus Ilan Pappe, die deze maand na de verschijning van zijn ophefmakende boek The Ethnic Cleansing of Palestine zijn geboorteland heeft verruild voor Engeland, zegt dat de oprichters en leiders van MEMRI „islamofoben” zijn. „Uitspraken worden niet gewogen, niet van context voorzien en de analyses zijn geschreven vanuit een zionistisch perspectief”, aldus de in Israël gehate historicus. „Voor diepere oorzaken van radicalisme, armoede en oorlog hebben zij geen oog en oor. En voor de Israëlische bezetting van Palestijns gebied ook niet.”

Hij wijst op de achtergrond van Carmon als hoge officier in de inlichtingendienst van de Tzahal, het Israëlische volksleger. Als „zionistische vechter” (Camron) bespioneerde hij Palestijnen, rekruteerde agenten in Arabische landen, leidde undercoveracties in Libanon en de Palestijnse gebieden en adviseerde rechtse Israëlische minister-presidenten.

De Amerikaanse arabist Juan Cole heeft als bezwaar dat MEMRI zich voordoet als een onafhankelijk onderzoeksinstituut, maar in werkelijkheid „pro-Bush-propaganda bedrijft”. Geen van de talrijke critici heeft overigens aanmerkingen op de kwaliteit van de vertalingen van MEMRI. Neta en haar collega’s doen hun werk goed.

Carmon snuift: „Natuurlijk hebben wij een agenda. Daar is toch niets op tegen? Ik doe niets geheimzinnigs. Wij verzinnen hier niets, we registreren. Ik wil de wereld laten horen en zien wat er gezegd wordt in de moskeeën, op de tv en in de kranten. Ik ben helemaal niet anti-Arabisch, maar ik vind de radicale islam een bedreiging, niet alleen voor mijn eigen land, maar ook voor Europa. So what? Maar het argument dat wij blind zijn voor gematigde geluiden, voor hervormingsgezinden en voor andere ontwikkelingen dan terrorisme en antisemitisme, is onjuist. Het punt is dat er tot 9/11 alleen maar radicale geluiden te horen waren. Na 9/11 is dat veranderd. Het bruist van hervormingsgezinde ideeën. Al die imams, schrijvers, politici, vrouwenactivisten en journalisten die zich tegen de radicale islamieten of tegen hun regiems keren, hebben wij vertaald. En dan krijgen we het verwijt dat wij propaganda voor Bush bedrijven. Ik ben voor democratie en behoor niet tot degenen die geloven dat Arabieren niets van democratie moeten hebben. Ik heb een tegenvraag. Waar zijn al die linkse bewegingen in de VS en Europa om deze hervormers te steunen? Waar zijn de linkse vrouwenorganisaties om zeer moedige Saoedische, Syrische en Iraakse vrouwen te helpen? They couldn’t care less, heb ik de indruk.”

Professor Menahem Milson, voormalig hoogleraar aan de Hebreeuwse Universiteit en voorzitter van MEMRI, komt binnen. Hij heeft op de Saoedische website www.aafaq.org een gedicht van de Saoedische schrijfster Wajeha Al-Huwaider gespot en de eerste strofen vertaald. „Als je ziet dat mensen in het verleden leven/maar beschikken over alle attributen van het moderne leven/dan weet je dat je in een Arabisch land bent”, zo begint het gedicht, dat steeds door anderen wordt aangevuld met verzen over dictators als halfgoden, corrupte parlementariërs en de onderdrukking van vrouwen.

Op zichzelf geen schokkende teksten, maar Carmon en Milson raken in vervoering. Carmon: „Er is zoveel aan de hand in Saoedi-Arabië. De liberale websites groeien daar als kool. Er is een zeer levendige, hervormingsgezinde discussie op gang gekomen, ook in kranten als Al-Watan.”

Milson, op zachte, maar besliste toon: „Nou, nou, kalm aan! We moeten heel voorzichtig zijn, er zijn nog erg veel paradoxen en contradicties. Vrouwen mogen dan wel studeren en bijvoorbeeld tandarts worden, maar zij mogen niet in een auto rijden en hun leven wordt geheel geregeld door hun mannen. Het is misschien waar dat een klein deel van de prinselijke elite een beetje ruimte creëert voor liberalere denkbeelden. Vooral voor zichzelf. Maar koning Abdullah van Saoedi-Arabië houdt alles stevig op slot.”

Binnen een uur is het gedicht vertaald, wereldwijd verspreid en dankzij MEMRI door vijf taalbarrières gebroken. Via e-mail zijn de honderdduizend abonnees – onder wie academici, journalisten, denktanks en politici – geattendeerd op het gedicht van de schrijfster, die in 2004 de PEN/Novib Freedom of Expression-prijs kreeg.

Weer een half uur later ontvangt Carmon e-mails van Thomas Friedman en van de redacties van BBC, ABC en CNN met de vraag wie de dichteres is en waar zij is te bereiken. „Saoedi-Arabië is hot. De Saoediërs zijn weer de dominante speler in de regio. Dat zagen wij ook al maanden geleden aankomen”, verklaart Carmon de belangstelling.

‘Palestijnen niet meer belangrijkste kwestie in Midden-Oosten’

Neta, de Israëlische van Iraanse afkomst, spot, monteert en vertaalt intussen vijf onderwerpen achter elkaar, waaronder een video waarin de Iraanse woordvoerder Gholam Hossein Elharn de film 300 een vorm van „culturele agressie van de zionistische Warner Company” noemt. De Hollywoodproductie gaat over de oorlog tussen de Grieken en de Perzen en dat zint Iran niet.

Carmon verklaart: „Het in kaart brengen van antisemitisme is nu eenmaal een programma van ons. Onze sponsors willen dat ook graag. Zij hebben helaas minder belangstelling voor ons hervormingsproject.”

MEMRI moet een keuze maken uit het grote aantal media, zegt Carmon. „Iran is groot, veelzijdig en boeiend. We kennen de hervormers, dus concentreren wij ons vooral op het conservatieve kamp. Wij denken dat er een grote machtsstrijd aan de gang is tussen de Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei en president Mahmoud Ahmadinejad. Khamenei is het beslist niet eens met de ramkoers van Ahmadinejad”, zegt Carmon, die in april hierover gehoord zal worden door de Amerikaanse Senaatscommissie voor buitenlandse betrekkingen.

Gaat hij de senatoren nog adviseren? „Jazeker. Natuurlijk moet de wereld de sancties verscherpen. Ik vind het ook erg goed dat Europa zo actief is. Maar we moeten ook de dialoog openen, zoals in de zaak van de Britten nu gaat gebeuren. We moeten, ik herhaal, we moeten echt gaan praten met Khamenei over nucleaire zaken. En ik zeg niet dat Iran geen kernenergie mag ontwikkelen. Maar Ahmadinejad moet worden tegengehouden, want anders wordt het tussen nu en drie jaar oorlog. De media in de Golfstaten denken zelfs dat er nog deze maand een Amerikaans-Israëlische aanval op Iran gelanceerd zal worden.”

En dan valt opnieuw de lacune in het werk van MEMRI op. Carmon heeft met nog geen woord gesproken over het Arabisch-Israëlische conflict. Hij heeft zichtbaar geen zin in dit onderwerp. „Nou ja, we volgen wel de hoofdlijnen, zoals het Verdrag van Mekka tussen Hamas en Fatah en de uitspraken van Hamasleiders. Het spel dat Hamas speelt is zeer interessant. Zij zijn aan het verschuiven, dat merk je wel. En we hebben vrij veel gedaan aan de zeer moedige president Abbas die het heeft aangedurfd om in de vluchtelingenkampen kritiek uit te oefenen op het gebruik van geweld. Wat moeten we nog meer doen? Er zitten hier in dit kleine landje al zoveel buitenlandse journalisten. En het is toch niet meer de belangrijkste zaak in het Midden-Oosten?”

Daar denken de honderden miljoenen Arabieren en islamieten, wier tv-programma’s, websites en kranten hij dagelijks volgt, totaal anders over. De verdrijving van de 1,4 miljoen oorspronkelijke bewoners van Palestina door het Israëlische leger in 1948 en de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook sinds 1967 zijn nog lang niet verwerkt, laat staan geaccepteerd. Gewone Arabieren, maar ook koningen als Abdullah II van Jordanië en Abdullah van Saoedi-Arabië identificeren zich met de Palestijnen in de bezette gebieden.

De voormalige kolonel: „Kan zijn. Maar er zijn onder de Palestijnen geen echte hervormers. Ik zie ze niet en ik hoor ze niet.” Bij de tegenwerping dat hij vooringenomen is, haalt hij zijn schouders op. „Ik weet gewoon dat als wij het conflict intensiever zouden volgen er alleen maar gedonder van komt. Ik ben Israëliër, ik weet hoe dat zal gaan.”

Hij veert op: „Ik zou wel graag meer willen doen aan de religieuze extremisten in Israël. Wat je in die kringen aan radicale teksten hoort, wauw, wauw, wauw, niet mis hoor”. Hij doelt op de anti-Arabische opvattingen van de religieuze zionisten, de kolonisten en de haredim, de ‘ware godvrezenden’.”

Carmon: „Ik heb al eens voorgesteld aan een groep Britse sponsors om ook de haredische en radicale Hebreeuwse media beter te volgen. Daar was geen belangstelling voor. Misschien komt het nog. Nimrod bouwde de Toren van Babel toch ook niet in een keer.”

www.memri.orgwww.abuaardvark.typepad.com www.mideastwire.orgwww.electronicintifada.net