Hongaarse pitbulls werden legale terriërs

Wie staat er voor de rechter en waarom? Zultan S., een Hongaarse honden-handelaar, kwam niet opdagen. „Wat is dat toch altijd jammer.”

Zultan S. is er niet, zijn advocaat ook niet. De Hongaarse tolk wacht op de gang. Politierechter Tijselink bladert in dikke multomappen, officier van justitie Jos van Lijen ook. De vraag is: wist de verdachte dat hij op woensdagochtend negen uur op de rechtbank in Amsterdam moest zijn? Wat is er gedaan om hem daarvan te vergewissen?

Samen komen ze er niet uit. Een jongen van de afdeling zittingsvoorbereiding wordt erbij gehaald, met nog meer mappen. Het is dan al een uur later. Waar is de dagvaarding heengegaan? Naar Hongarije, het geboorteland van Zultan, twee keer, allemaal keurig vertaald. Naar adressen in Diemen en Amsterdam-West. Zijn de dagvaardingen ook betekend, vraagt de rechter. Heeft er ergens iemand de deur opengedaan?

De rechter sluit zijn mappen. Hij vindt dat er voldoende is gedaan om Zultan te bereiken. Pas dan kan de officier van justitie om verstek vragen. Hij vraagt de rechter of hij de zaak van Zultan mag behandelen, ook al is de verdachte er niet. Dat mag.

En dan begint er een rollenspel dat bijna grappig is. De rechter en de officier gaan elkaar vertellen wat ze allebei allang weten, want in hun mappen staat precies hetzelfde. Alles gaat volgens de voorschriften van een normale rechtszitting. Eerst de officier met de officiële aanklacht, dan de rechter die onderzoek doet naar de feiten, de officier weer met de eis, de rechter met de uitspraak.

De rechter vertelt, uit zijn hoofd, het verhaal van Zultan S., een 52-jarige Hongaar. Al jarenlang brengt hij nestjes pitbulls uit Hongarije in een krakkemikkig busje naar Nederland. Dat busje, zegt de rechter, was zo oud dat het nog maar net de weg op mocht. En het was in elk geval ongeschikt om levende dieren in te vervoeren. Geen vering, geen frisse lucht, geen licht. De honden hadden er hooguit 50 kilometer in mogen afleggen. De afstand Boedapest-Amsterdam is 1.400 kilometer. In het busje zaten de honden in een kleine stalen kooi. In de kooi wat stro, vermengd met urine en poep.

Eenmaal in Nederland veranderden de pitbulls in Amerikaanse staffordshireterriërs. Pitbulls zijn in Nederland verboden, ze zijn te agressief. Staffordshireterriërs lijken er sprekend op, maar die zijn wel toegestaan. Zultan vervalste de certificaten, en maakte zelf een stamboombewijs. Staffordshireterriërs zijn rashonden.

Zultan zette de honden op marktplaats.nl, in het krantje Viavia en leverde ze aan dierenwinkels. Het was, denkt de rechter, een aanvulling op zijn pensioen van 100 euro in de maand.

Toen kocht mevrouw Bos een staffordshireterriër van Zultan, voor 450 euro. De hond werd ziek en moest naar de dierenarts. Dat kostte 63 euro. Al met al veel geld om erachter te komen dat de hond niet was wat hij leek. De hond moest afgemaakt. Dat pikte mevrouw Bos niet, ze deed aangifte tegen Zultan.

Dat was het verhaal van de rechter, nu mag de officier van justitie. Hij spreidt zijn armen, schraapt zijn keel en begint zijn requisitoir: „Wat is het toch altijd jammer als de verdachte niet aanwezig is om zijn visie op het dossier te presenteren.” Aangezien er niemand is om het met hem oneens te zijn, gaat hij snel over naar de opsomming van verwijten. In de eerste plaats het dierenleed. De honden in „erbarmelijke toestand” in het „fors verouderde voertuig”, de honden opeengepakt in de bovenwoning in Amsterdam-West. Eerlijkheidshalve moet hij vermelden, zegt hij, dat de honden volgens de dierenwinkels in goede conditie waren. Maar dat doet niets af aan de „stelselmatige manipulatie van de autoriteiten, het belazeren en om de tuin leiden van de kopers”.

Zultan had al eens een voorwaardelijke straf gekregen van vier weken cel voor zijn hondenhandel. „Een waarschuwing”, zegt de officier van justitie. Een: „Ach meneer, doet u het alstublieft niet meer.” Maar: „Warempel, meneer gaat stelselmatig door.” Een geldstraf lijkt hem „wegens de weinig florissante financiële situatie van verdachte niet effectief”. Hij eist vijf maanden cel.

Dan mag de rechter weer. „Ik moet u zeggen dat ik uw conclusies helemaal deel.” Maar hij komt uit op drie maanden cel. „Daarvan is de afschrikwekkende werking voldoende.” Zultan moet ook mevrouw Bos het geld voor de hond en de dierenarts terugbetalen. Dan haalt de rechter nog een rood mapje tevoorschijn. Verontschuldigend: „Dat betekent: let op, niet vergeten.” Het is de lijst met in beslag genomen goederen. Moeten die retour, vraagt hij hardop. Hij schudt zijn hoofd: „Ik verklaar ze verbeurd.” De honden konden toch al niet meer terug. Al eerder had de rechter bepaald dat ze moesten worden afgemaakt. Nu alleen nog een manier vinden om Zultan te vertellen dat hij naar de gevangenis moet.