Heel de vakman

De leerwerkplaats Werkartaal maakt van drop-outs vaklui waar omliggende bedrijven om zitten te springen.Jacqueline Kuijpers

“Ik ben van binnen een hout-man”, zegt hij. Zo noemen we hem, de houtman. Hij heeft een aan autisme verwante ontwikkelingsstoornis. Dit heeft hem behoorlijk wat butsen en deuken opgeleverd en een schoolcarrière met grote gaten. Daarom wil hij niet met zijn naam in de krant. “Dat autisme zit in mij, dat neem ik overal mee. Ik ben al zo vaak helemaal in de put getrapt, dat wil ik niet meer.”

Toen hij zich aanmeldde bij Werkartaal in Zeist had hij op zijn mobieltje wat foto’s staan van dingen die hij van hout gemaakt had – een portfolio avant la lettre. Nu, een klein jaar later, maakt hij zijn eigen gereedschapskist. Een mooie metafoor voor zijn tijd bij de leerwerkplaats: hier heeft hij de gereedschappen verzameld om zich als vakman in de maatschappij te handhaven.

De houtman is een van de ruim honderd deelnemers die dit jaar bij Werkartaal een technisch leerwerktraject volgen. Drop-outs zitten er, langdurig werklozen, ex-verslaafden, zwervers, gehandicapten, vluchtelingen, allemaal met hun eigen verhaal waarom zij het niet bolwerkten in de maatschappij en in onderwijsland.

In de achttien jaar dat Werkartaal bestaat, zijn er zo’n negenhonderd (jong-)volwassenen door de deur gegaan. Het succespercentage van de regionale leerwerkplaats is hoog: 80 procent van de deelnemers vindt aansluitend een baan. Op zoek naar de succesfactoren schreef antropoloog Dirk van Bekkum er een boekje over: Geheimen van werkend leren. Veel geheims is er niet aan. Waar het om draait is aandacht: intensieve aandacht voor wat iemand wil en kan, voor wat hij nog moet leren om een vakman te worden, en aandacht voor de obstakels die de weg daarheen belemmeren. Lees: de bureaucratie der overheidsdiensten.

Gert Ruiter, medeoprichter en directeur van Werkartaal noemt het een jungle: het web van instanties en contactpersonen rondom zijn pupillen. “In Nederland zijn we heel goed in organiseren, maar er is geen overlap. Ieder is verantwoordelijk voor een deeltje maar niemand voor het geheel. Daardoor ontstaan overal hiaten. Dan is er wel plek op de opleiding, maar geen kinderopvang. Of geen reiskostenvergoeding. Of iemand heeft psychische problemen waar nooit aandacht aan is besteed. Voor al deze hiaten proberen onze trajectbegeleiders oplossingen te zoeken. Waar het om gaat is dat je oog hebt voor de hele mens. Probeer te begrijpen waarom zijn leven zo is gelopen en help hem van daaruit verder. En dan moet het wel van twee kanten komen. Als wij een deelnemer met heel lang haar binnen krijgen moet die wel bereid zijn om dat te laten knippen voor hij op stage kan.”

De tweede poot onder het succes van Werkartaal is het vakmanschap dat de opleiders bijbrengen, waardoor de deelnemers een betere uitgangspositie hebben op de arbeidsmarkt. “Als je van je vak houdt en je weet dat over te dragen dan kun je een vonk laten overslaan”, zegt Dirk van Bekkum. “Het vervaardigen en repareren van technisch ingewikkelde dingen heeft iets uitdagends, iets geheimzinnigs, en daarmee een sterk motiverende component.” Zoals bij de oude gilden: de meester leert het de leerling en weet die steeds een stapje verder te brengen. “De technische sector zoekt mensen die gespecialiseerd zijn in één richting. Wij voorzien bedrijven in de omtrek van mensen voor banen die al lang openstaan. Dat is allemaal maatwerk.”

Het grootste knelpunt bij Werkartaal is de financiering. Sinds de privatisering van de reïntegratiemarkt in 2001 worden leerwerktrajecten door gemeenten en UWV aanbesteed. Werkartaal valt geregeld buiten de boot omdat hun aanpak meer kost dan die van een gemiddeld reïntegratiebedrijf. Een structurele geldstroom ontbreekt. Het geld komt hapsnap binnen: van het Europees Sociaal Fonds, het UWV, de Sociale Diensten, de branche-opleidingsfondsen, giften. Ieder jaar loopt het stroever.

Op zoek naar aanvullende bronnen van inkomsten is Werkartaal begonnen met reparatiewerkzaamheden en de productie van kleinmeubelen voor particulieren en instellingen. De entree van de leerwerkplaats wordt gesierd door tafels, vogelkooitjes en metalen sierhekwerken. In de werkruimtes vallen de professionele machines op. “Daarin investeren we veel”, zegt Ruiter, “zodat onze jongens en meiden niet schrikken als ze bij een bedrijf stage gaan lopen.” De houtman staat in ieder geval al te trappelen. Hij gaat stage lopen bij een interieurbouwer. Zijn droom: “Net zo goed worden als de timmermannen van Extreme Home Makeover. En ik weet nu dat ik dat kan.”

www.werkartaal.nlDirk van Bekkum, Geheimen van werkend leren, Uitgeverij SWP