God is de grootmeester

Het had nog heel wat voeten in de aarde voordat Anand zijn rechtmatige eerste plaats op de internationale ratinglijst bezette. Een toernooi in Linares was beslissend.

Na de laatste ronde van het toernooi in Linares leek het duidelijk dat Anand op de lijst van april de eerste plaats van Veselin Topalov zou overnemen, maar toen die lijst uitkwam stond hij nog steeds tweede.

Anand was in Duitsland voor een wedstrijd van zijn club Baden-Baden. Hij kreeg veel telefoontjes waarin het slechte nieuws gemeld werd, maar omdat het 1 april was, dacht hij in eerste instantie aan een grap. Het zou wel een erg flauwe grap zijn. Toen hij vervolgens zag dat de actuele schaakwebsites hetzelfde nieuws brachten, besefte Anand dat het ernst was.

Het kwam snel weer goed. Iedereen sprak er schande van dat Linares nog niet was meegerekend voor de nieuwe ratings, de Indiase schaakbond protesteerde en een paar dagen later werd Anand door de FIDE toch op de eerste plaats gezet.

Hij is nu de zesde schaker die sinds de invoering van het systeem in 1970 de eerste plaats heeft bereikt. De vorigen waren Fischer, Karpov, Kasparov, Kramnik (die in 1996 heel kort de eerste plaats met Kasparov deelde) en Topalov. Dat het zo’n klein en hoogwaardig gezelschap is, is een compliment voor de stabiliteit van het ratingsysteem. Als Jan en alleman zo ver omhoog zouden kunnen schieten, was er iets mis.

Een van de interviews die Anand aan de Indiase media gaf had de kop „God is de grootmeester, zegt Anand.’’ Het ging over iets waarover Anand zich voor zover ik weet nog nooit in het openbaar had uitgelaten, zijn religieuze gevoelens.

Hij zei dat hij er niet van hield om mee te doen aan religieuze ceremonieën, die hij de ‘showy’ kant van religie noemde, maar dat hij in India wel graag naar de tempels ging, vanwege de rust en de schoonheid, en dat hij dagelijks gebeden zei, waarbij hij zich concentreerde op het gebed zelf, het ritme, de wisselingen van eb en vloed. Het hielp hem bij het bereiken van de heldere geestestoestand die nodig was om te schaken.

„Hoop en nederigheid, in overvloed, dat is wat we nodig hebben”, zei hij. Zoiets hoor je niet vaak van topschakers. De nederigheid is een eigenschap die daar lang niet algemeen is.

We hoeven niet bang te zijn dat Anand door nederigheid zijn vechtlust zal verliezen. Hij lijkt altijd kalm als hij schaakt, maar, zo zei hij in dat interview, dat was maar een façade. Van binnen bonsde zijn hart. Iedere schaker bracht zijn wapenen mee, en de schijnbare kalmte was een van zijn wapenen.

Al is die kalmte misschien maar schijn, de partijen van Anand wekken vaak de indruk dat alles vanzelf gaat. Bij Kasparov zag je de herculische krachtsinspanningen, niet alleen aan zijn gekwelde grimassen, maar ook aan de zetten op het bord. Anand moet natuurlijk ook soms hard zwoegen, maar vaak danst hij lichtvoetig, zoals in de volgende partij uit de Bundesliga.

Anand - Macieja, Bundesliga 2006 7

1. e4 c6 2. d4 d5 3. Pc3 dxe4 4. Pxe4 Lf5 5. Pg3 Lg6 6. h4 h6 7. Pf3 Pd7 8. h5 Lh7 9. Ld3 Lxd3 10. Dxd3 e6 11. Lf4 Da5+ 12. Ld2 Lb4 13. c3 Le7 14. c4 Dc7 15. 0-0-0 Pgf6 16. Tde1 Dat was toen een nieuwtje dat wegens groot succes later is nagevolgd. Toen deden de zwartspelers wijselijk het solide 16...0-0-0. 16...b5 17. c5 0-0 18. Pe2 Wit wil snel aanvallen met g2-g4-g5. Een curieuze, maar misschien speelbare manier om dat te verhinderen was nu 18...Pg4 18...Tfe8 19. g4 e5 Na 19...Pxg4 20. Thg1 heeft wit sterke aanval, bijvoorbeeld 20...Pxf2 21. Dc2 Ph3 22. Lxh6 Pxg1 23. Txg1 en wit staat gewonnen. 20. Df5 exd4 Misschien kon zwart zich met 20...e4 beter verdedigen. 21. g5 hxg5 22. Lxg5 Ph7 Hierna gaat het hard. 23. Lf4 Ook simpel 23. Lxe7 Txe7 24. Pexd4 was sterk. 23...Dc8 24. Pexd4 Pxc5 25. Dc2 Lf8 26. Teg1 Te4 27. Le5 f6

Bekijk nu het diagram

28. h6 Zo opent Anand een paar lijnen en daarmee is het bekeken. 28...fxe5 Na 28...g5 sloopt wit zwarts koningsstelling met 29. Lxf6 g4 (of 29...Pxf6 30. Pxg5) 30. Pe5 Pxf6 31. h7+ Pxh7 32. Txg4+, waarna zwart zijn dame moet geven. 29. hxg7 Le7 Na 29...Lxg7 30. Dxc5 heeft wit tal van beslissende dreigingen en 30...exd4 zou dan niet gaan voor zwart wegens 31. Dh5. 30. Pxe5 Ld6 31. f4 Lxe5 32. fxe5 Zwart gaf op. Over zetdwang kan niet gesproken worden, want wit heeft fikse dreigingen, zoals 33. Txh7 of 33. Dh2, maar het is wel opmerkelijk dat zwart bijna geen stuk meer kan bewegen.

Hans Ree schrijft twee keer per week een column op nrc.nl/schaken. Schaakopgave op nrc.nl/schaakopgave.