Frans, Franser, Franst

De ene kandidaat pleit voor een ministerie van Nationale Identiteit. De andere propageert het volkslied. Frankrijk wil een natie zijn. Daarover gaan de presidentsverkiezingen.

WFA06:MILJONAIR FAIR:AMSTERDAM;10DEC2004- Gisteren de Mijonair Fair in de RAI. De beursorganisatie en de top van de nationale en internationale luxe-industrie maken zich op voor de derde editie van de meest exclusieve en toonaangevende lifestyle beurs van Europa. Foto: Gerrit van der Valk, echtgenote Toos en Rinus Michels. WFA/fvz/str. Frans van Zijst WFA WFA

Een timide ‘bonjour’, met zoete glimlach uitgesproken terwijl hij omhoog kijkt, naar een bewoner in een flat in Villepinte, een immigrantenstad ten noordoosten van Parijs. Dat is het beeld dat Franse televisiezenders deze week lieten zien van Nicolas Sarkozy, de grote kanshebber om op 6 mei te worden gekozen tot Frans president.

Het beeld is de opgepoetste versie van een eerdere tv-scene, in september 2005 in een andere Parijs voorstad, Argenteuil. Ook toen keek Nicolas Sarkozy, destijds nog minister van Binnenlandse Zaken, schuin omhoog naar een bewoonster in een torenflat. Ook toen drongen camera’s om hem heen. Maar toen glimlachte hij niet. Hij was strijdlustig. Hij beloofde de bewoonster dat hij haar zou „verlossen van het uitschot” op straat. Zoals hij een paar maanden eerder, in La Courneuve, had beloofd de banlieue met de Kärcher, de hogedrukspuit, schoon te spoelen. Het maakte hem de meest omstreden politicus in de Franse voorsteden.

Dat is hij nog steeds. Zijn medewerker Rachida Dati heeft maandenlang aangestuurd op een nieuw bezoek van Sarkozy aan Argenteuil. Een groepje plaatselijke jongeren op de loonlijst van zijn partij, UMP, heeft poolshoogte genomen. Hun advies was dat hij beter weg kon blijven. De kans op onaangename tv-beelden is te groot.

Vorige week verscheen in zijn plaats de extreemrechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen in Argenteuil. De boodschap van Sarkozys concurrent op rechts: „Immigratie is een gevaar voor alle Fransen.” Le Pen wil president zijn voor Fransen van eigen bodem én voor genaturaliseerde Fransen. Maar de laatsten zijn wel een andere categorie. Daarom schildert Le Pen Sarkozy af als een genaturaliseerde Fransman, dat wil zeggen: ongeschikt als president.

Sarkozy is nazaat van immigranten. Zijn vader vluchtte uit Hongarije en zijn grootvader van moeders kant was van Grieks-joodse afkomst. Sarkozy trekt daarom volgens Le Pen kiezers aan „die alleen maar op hem stemmen omdat hij de zoon van buitenlanders is”, zei hij deze week in Le Figaro.

Het bezoek aan de immigrantenstad Villepinte is Sarkozys antwoord. Anderhalve week voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op 22 april woont hij een ceremonie bij voor immigranten die de Franse nationaliteit krijgen. Sarkozy houdt daar een lofzang op de natie. Hij heet de nieuwe Fransen in Villepinte welkom in „de familie Frankrijk, die ooit mijn grootvader en mijn vader welkom heette”. Sarkozy spreekt graag over zijn „gemengde bloed”. Frankrijk heeft hem alles gegeven, zegt hij vaak. In Villepinte zegt hij het ook tegen de nieuwe Fransen. Frankrijk zal ook hun alles geven, belooft hij. „Op voorwaarde dat u het [land] weet te respecteren en lief te hebben.”

Nationale identiteit, daar gaat het over in de Franse presidentscampagne. Nederland met zijn dubbele nationaliteitendebat is niet uniek. De Franse campagne ging ook over armoede, meer ruimte voor het bedrijfsleven, de plaats van Frankrijk in de wereld. Maar de nationale identiteit was het thema dat steeds terug kwam en de boventoon voerde. De politicoloog Dominique Reynié noemt het een uiting van angst die hij in heel Europa ontwaart. „De bevolking voelt zich bedreigd door economische mondialisering en immigratie. Het is een cyclus die begonnen is in 2002 en nog altijd niet ten einde is gekomen.” 2002: het jaar van de opmars van Fortuyn en in Frankrijk haalde Jean-Marie Le Pen tot verbijstering van velen de tweede ronde van de presidentsverkiezingen.

Nicolas Sarkozy opende deze maand het offensief met het plan voor de instelling van een ministerie voor Immigratie en Nationale Identiteit. Links verweet hem aanvankelijk daarmee te flirten met Le Pen, die zo’n ministerie ook voorstelt. Maar de socialistische kandidate Ségolène Royal zag bij nader inzien ook brood in het nationalisme en propageerde het volkslied en de vlag. De Marseillaise wordt bij haar campagnebijeenkomsten nu door duizenden gezongen. Ze vindt dat iedere burger de driekleur in huis moet hebben en moet hijsen op de nationale feestdag.

Jean-Marie Le Pen zegt dat Sarkozy en Royal achter hem aanrennen. Alleen de derde kanshebber voor het presidentschap, centrumkandidaat François Bayrou, doet niet mee aan de wedstrijd Frans-zijn. „De natie hééft problemen, maar zij is er zelf niet één”, zei hij begin maart. Sindsdien daalt zijn score in de opiniepeilingen.

Les Fontaines is een kasteel dat niet ver van het hart van Frankrijk ligt, ergens tussen Vierzon en Bourges, in het plaatsje Allouis. Het interieur bestaat uit een verzameling objecten van onwaarschijnlijke samenhang; de erfenis van aristocraten die nieuwsgierige wereldburgers waren. De voorouders van de vorig jaar overleden eigenaresse hangen naamloos aan de muren tussen scheefhangende luiken, die nooit dicht gaan. Boeken, jachttrofeeën, twee piano’s, bedden en kunstwerken strijden om de aandacht.

Ergens daartussen zit bewoner Michel Guichard (61), reumatoloog in Bourges, leerling in de Arabische taal – dankzij zijn ‘oneindige nieuwsgierigheid’ – voormalig vrijwilliger voor de wederopbouw van Afghanistan en jager in de Franse bossen. Hij zwerft liever urenlang met zijn hond door de bossen dan dat hij tv kijkt. Maar de verkiezingscampagne volgt hij.

Vindt hij het goed dat Royal – op wie hij denkt te gaan stemmen – het volkslied promoot? „Nee, dat stoort me. De Marseillaise is een gewelddadig lied, heel onaangenaam om te horen.” In het promoten van de vlag ziet Guichard een vorm van bedrog. „Vroeger zag je de Franse vlag in het dorp hangen als de Tour de France langs kwam. Maar die is allang vervangen door de vlag van Coca Cola.”

Guichard gelooft niet in het appèl van politici, wil hij maar zeggen. „Er zijn andere systemen die de wereld regeren, financieel-economisch”, legt hij uit. Van politieke leiders verwacht hij dat ze zich opwerpen als morele bakens voor de vrede. Van Jacques Chirac kreeg hij even een goede indruk, toen die zich verzette tegen de oorlog in Irak. „Maar hij is niet tot het einde gegaan van zijn missie.” Frankrijk had onder leiding van Chirac de aanvoerder moeten worden van een wereldwijde economische boycot van de Verenigde Staten, meent Guichard.

Met de nieuwe generatie politici raakt Frankrijk volgens hem alleen maar verder van huis. Hij ziet bij geen van hen het begin van morele statuur. Hun geflirt met de natie is „alleen maar bedoeld om Le Pen dwars te zitten.”

Dokter Michel Guichard is een van de 44,5 miljoen kiezers. Hij praat zoals veel andere Fransen, in Nantes, Montpellier, Nice of elders. De verkiezingen? Belangrijk, maar ze zullen niet veel veranderen. De vlag? Sommigen vinden het maar niets dat daar veel over gesproken wordt, anderen kan het niets schelen. Niemand vindt het essentieel. „Ik heb geen vlag nodig om Frans te zijn”, zegt een genaturaliseerde Fransman in Bourges. ,,Net zo min als ik een vlag nodig heb om moslim te zijn.” De natie? Ja natuurlijk, is die belangrijk. Maar de vijftigers die nu op de voorgrond treden, belichamen Frankrijk niet.

De commentaren van kiezers geven de indruk dat Frankrijk door zijn inwoners wordt gezien als een soort kasteel Les Fontaines: een rommelverzameling van oude glorie en willekeurige flarden van de hedendaagse wereld, die toe is aan vernieuwing.

Het kasteel staat te koop.

Het gevoel dat met het vertrek van Chirac ook het einde komt aan een tijdperk, waart al langer rond. In 2005, het jaar waarin de Fransen net als de Nederlanders ‘nee’ zeiden tegen de Europese grondwet, boekte de romancier Jean-Paul Dubois veel succes met de roman Une Vie Française. Het bestaat uit twee verhalen die elkaar raken. Het ene is dat van Frankrijk, verteld aan de hand van zijn presidenten, van De Gaulle tot Chirac. Eerst bloei, dan fascinatie voor Mitterrand en vervolgens het geleidelijke wegglijden in desillusie en cynisme.

Ondertussen maakt het gezin van Paul en Anna Blick in Toulouse eenzelfde ontwikkeling door: van jeugdige illusies naar een opbloeiende carrière voor de een, en tijdelijk artistiek succes voor de ander. Ze hebben kinderen, zijn ontrouw, en stevenen uiteindelijk af op de complete desillusie, belichaamd door de schizofrene dochter Marie. De roman eindigt met de gedachte dat het leven „een illusoir draadje” is „dat ons met anderen verbindt en ons deed geloven, zolang we bestonden (…), dat we meer iets waren dan niets.”

De presidentsverkiezingen zetten het thema van de nationale identiteit in de schijnwerpers, maar de afgelopen jaren is het belang ervan al geleidelijk toegenomen. Toen Nicolas Sarkozy in 2002 na de herverkiezing van Jacques Chirac werd benoemd als minister van Binnenlandse Zaken, begon hij meteen aan zijn campagne om zelf de volgende president te worden. Hij wilde de kandidaat van de orde worden. Daarvoor moest hij de minister zijn die antwoord gaf op het voornaamste thema van de verkiezingscampagne van 2002: de onveiligheid. Hij boekte succes. Tot 2004 legde Sarkozy de basis voor zijn populariteit.

Maar zijn tegenstanders zagen in hem vrijwel van meet af aan de kandidaat van een nieuw nationalisme. Het maakte niet uit dat Sarkozy in 2005 campagne voerde voor de Europese Grondwet. Toen hij in 2005 – na een onderbreking van ruim een jaar als minister van Financiën – terugkeerde op Binnenlandse Zaken, werd dat alleen maar sterker. Hij had het immers over herrie schoppende jongeren, van vaak een zekere afkomst, die hem – en bewoners – lastig vielen op straat in Argenteuil.

Zijn tegenstanders zeggen dat Sarkozy de jongens met hun buitenlandse namen in de banlieue niet voor vol aanziet, ook al hebben ze de Franse nationaliteit. Dat hij een kandidaat tegen de buitenlanders is. Ze noemden hem ‘Sarko-facho’, een variant op de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen, vermomd in de kleren van een politicus van het midden. Bij de rellen in november 2005 stonden de jongeren in de banlieue met hun identiteitskaart te zwaaien en op Sarkozy te schelden. „Wij zijn Frans”, was hun leuze.

De liberale filosoof Pierre Manent wijdde vorig jaar een boek – La Raison des États – aan het onderschatte belang van de natie. „De professionele politici hebben pas heel laat begrepen dat de Fransen in hun maag zitten met de nationale thematiek”, verklaarde hij tegenover de journalist Eric Dupin, die begin dit jaar een boek schreef over de verrechtsing van het hele Franse politiek spectrum (À droite toute).

Ségolène Royal en Nicolas Sarkozy hadden zich al maanden voorbereid op hun manier om het thema naar voren te brengen. Ségolène Royal gaf daarvan een eerste impressie meteen na haar uitverkiezing als socialistische presidentskandidate in oktober. In Vitrolles, ooit de eerste Franse stad die werd bestuurd door een extreemrechtse burgemeester, noemde zij de natie een van de pijlers onder haar politieke programma.

Nicolas Sarkozy besteedde sinds vorige zomer verscheidende grote toespraken aan zijn liefde voor het land. Die waren mede bedoeld als correctie van zijn imago als de meest Atlantische en liberale onder de Franse politieke leiders. Al in mei vorig jaar verraste hij met een liefdesverklaring „pour la France”. Daarin verklaarde hij onder meer niet te geloven in het einde van de natie. Onder zijn leiding zou Frankrijk „geen Europese provincie worden, in een Europa zonder identiteit, zonder grenzen, aan alle kanten open voor de mondialisering in plaats van een beschermende haven te zijn”.

Hij liet zich onder meer beïnvloeden door Max Gallo, de Eurokritische auteur van een essay onder de titel Fier d’être Français. Sarkozy trok een nieuwe tekstschrijver aan, de sociaal-gaullist, Henri Guaino, die onder meer in 1995 voor Jacques Chirac een centrum-linkse campagne over de ‘sociale tweedeling’ uitstippelde. Sindsdien doorspekt Sarkozy zijn toespraken met verwijzingen naar Franse dichters, denkers en hoogtepunten uit het verleden. Soms suggereert hij een tegenstelling tussen de nationale identiteit en Europa, al onderstreept hij zijn wens om verder te gaan met de Europese integratie.

De campagne gaat over de Franse identiteit. Maar leidt dat ergens toe? De rechtse publicist Alain-Gérard Slama waarschuwt in zijn boek La Passion Identitaire voor een wedstrijd in Frans-zijn. Azouz Begag, oud-minister van Algerijnse afkomst en gewezen collega van Sarkozy, had Sarkozy gevraagd: „Wie is er Franser: jij of ik?”

Volgens politicoloog Reynié is het een „debat zonder uitkomst”. „De angst en de exploitatie ervan zullen de kandidaten winst opleveren, maar dan? Hoe krijgt de nieuwe president de geest weer in de fles?”