Europa verdient beter dan saaie kantoren

Europese instellingen in Brussel zijn gevestigd in anonieme gebouwen, die het karakter van de stad aanvreten. Een groep architecten ontwikkelde plannen en een manifest voor hoe het beter kan.

Het Europees Parlement in Brussel moet worden gesloopt, vindt Joachim Declerck. „Vergelijk het met de Berlijnse muur”, zegt hij. ,,Een symbolische daad; het begin van iets positiefs.”

Joachim Declerck is geen euroscepticus, integendeel. Hij is assistent-professor aan het Berlage Instituut in Rotterdam, een post-doctorale opleiding voor architectuur en stedenbouw. „Mijn collega’s zijn Duitsers, Italianen. Zelf ben ik Belg.” Europa verdient betere gebouwen dan die waarin de Europese instellingen in Brussel nu zijn gevestigd, vindt Declerck. Ook de stad Brussel heeft daar recht op. Met collega’s en studenten werkte Declerck de afgelopen twee jaar aan een plan voor de stad. A Vision for Brussels heet de expositie die daaraan is gewijd in het Paleis voor Schone Kunsten. De makers schreven ook een manifest, dat utopisch én realistisch is.

Europa begon vijftig jaar geleden als een groot politiek en sociaal project. Maar verder dan samenwerking op economisch gebied is het nog niet gekomen, zegt Declerck. De EU-gebouwen zijn de perfecte verbeelding van dat Europa. Er is nooit besloten een hoofdstad te bouwen. Alles werd overgelaten aan projectontwikkelaars, die het ene na het andere anonieme kantoorgebouw neerzetten, vol spiegelglas en nepmarmer.

De gebouwen bevinden zich op loopafstand van elkaar in de Leopoldwijk, net buiten het centrum van Brussel. Van origine was het een mooie, negentiende-eeuwse woonwijk. Maar veel woningen zijn de afgelopen decennia gesloopt om nieuwe kantoren te kunnen bouwen. „Het is alsof zich een kanker verspreidt”, zegt Joachim Declerck. ,,De stad wordt weggegeten, in plaats van dat zij een symbolische functie krijgt.”

De overgebleven bewoners van de Leopoldwijk zien hun buurt veranderen in een spookstad tijdens weekends en vakanties, wanneer Europese ambtenaren en politici er niet zijn. En als ze er wel zijn, nodigen de gebouwen bepaald niet uit tot contacten tussen die eurocraten – die vaak buiten de stad wonen – en de Brusselaars.

„Van het Europees Parlement kun je de ingang niet eens vinden”, zegt Declerck. „Op het Schumanplein, bij het hoofdkwartier van de Europese Commissie, vind je ook geen noemenswaardige publieke ruimte. Je ziet het aan toeristen die proberen er een foto te maken. Die weten niet waar ze hun camera op moeten richten.” De EU-gebouwen drukken zo het tegenovergestelde uit van wat Europa pretendeert te zijn: ‘transparant’ en ‘dicht bij de burgers’.

Voor het project werden vooraanstaande Brusselaars geïnterviewd, zoals de schrijver Geert Van Istendael. In een gids die bij de tentoonstelling hoort, zegt hij: „Dresden en Rotterdam zijn gebombardeerd, Warschau is verpulverd, maar Brussel heeft geen vijanden nodig gehad. We hebben zelf onze stad kapotgemaakt.”

En toch: Brussel is de ideale Europese hoofdstad, zeggen Declerck en zijn collega’s. Brussel is arm én rijk, Nederlands- , Frans- en nog veel meer talig en heeft, omdat het uit negentien gemeenten bestaat, een ingewikkelde bestuurlijke structuur. Net als Europa is het een soort federatie. „We kunnen Brussel beschouwen als een miniatuur van het probleem”, zegt de Italiaanse architect Pier Vittorio Aureli in een film die onderdeel uitmaakt van de tentoonstelling.

In het museum zijn ook de stemmen te horen van enkele founding fathers van de Europese Unie. Brussel moet alsnog een uitdrukking worden van hún idealen, vinden de schrijvers van het manifest. Er zouden enkele nieuwe Europese gebouwen moeten komen, in verschillende hoeken rondom het centrum. Die zouden moeten worden verbonden door een circulaire metrolijn. En in die gebouwen is, anders dan nu, gedacht aan publieke ruimten. Een nieuw parlement is voorzien naast de migrantenwijk Molenbeek. Het wordt gebouwd over het kanaal van de stad en vormt zo een verbinding tussen het arme westen en het rijke oosten van Brussel.

Het is een radicaal, maar simpel plan. De stedenbouwers willen Brussel niet van de grond af opbouwen. Ze hebben gesprekken gevoerd met ambtenaren, waardoor ze weten dat zeventig procent van de rails voor de nieuwe metrolijn er al ligt. Twee grote vergaderkolossen, het Justus Lipsius en het Berlaymont, mogen blijven en worden verbonden door een publieke galerij. Het dak daarvan biedt uitzicht op de stad. Bij het nieuwe parlement, niet hoger dan tien meter, zouden een publiek zwembad en haven moeten komen. Het dak daarvan kan worden gebruikt voor politieke bijeenkomsten, maar ook voor popconcerten. „Ik denk natuurlijk niet dat het huidige parlement morgen zal worden afgebroken”, zegt Declerck. „Maar ik hoop dat onze uitgangspunten een rol zullen spelen bij toekomstige beslissingen.”

De reactie van de Belgische premier Verhofstadt is bemoedigend. In de film op de tentoonstelling zegt hij: „We hebben een concept, een project nodig. Zelfs de eurocraten realiseren zich dat.”

T/m 17 /6 Paleis voor de Schone Kunsten, www.bozar.be. Bij NAi Uitgevers verscheen ‘Brussels – a manifesto towards the capital of Europe’