Een reeks films vol welletjes en weetjes

Vanaf morgen zendt de KRO zes zondagen lang een door de publieke omroep geproduceerde telefilm uit. Zes filmmakers lieten zich inspireren door het thema ‘streekroman’ en trokken de provincie in.

Elk jaar produceert de publieke omroep samen met onafhankelijke producenten een ruime handvol films op speelfilmlengte, maar met een budget dat niet hoger mag liggen dan 779.000 euro. Een ‘gewone’ speelfilm, zonder ingewikkelde effecten, spelend in het heden, op niet al te moeilijke locaties, kost al gauw anderhalf miljoen. Producent en regisseur kunnen kiezen: een goedkope film maken of geen film maken. En is de telefilm een beetje gelukt, dan krijgen ze hem zelfs nog in de bioscoop. ’n Beetje verliefd van Martin Koolhoven al in de bioscoop te zien geweest en straks komt ook Hannahannah van Annemarie van de Mond. Koolhovens succes met Het schnitzelparadijs heeft vorig jaar bewezen dat goedkope films het publiek niet afschrikken. En Theu Boermans liet met De uitverkorene zien dat een bescheiden budget niet goedkoop hoeft te zijn.

Telefilms, lezen wij op de website van de publieke omroep, „zijn Nederlandse speelfilms speciaal gemaakt voor televisie, die inspelen op actuele maatschappelijke thema’s”. Het prangende actuele maatschappelijke thema van 2007 is ‘streekroman’. En de zes regisseurs die dit jaar een telefilm mochten maken, hebben zich hartstochtelijk op dit thema gestort. Karim Traïdia zelfs voor het tweede achtereenvolgende jaar. In 2006 verfilmde hij Vonne van der Meer Eilandgasten, dit jaar haar De Avondboot. Het leverde twee inwisselbaar zwakke films op, met gevoelsdialogen op Big-Brotherniveau: „Waarom weiger je categorisch iets met mij te delen?” Alles in shot en tegenshot op de automatische piloot.

Het streekromantische karakter van de verschillende telefilms is terug te zien in de keuze van de locaties: de provincie. Maar doorslaggevender voor de kwaliteit van de lichting 2007 is dat inhoud en vorm van de films niet verder komen dan wat doorgaans met het literaire genre van de streekroman wordt geassocieerd.

We zien zes keer families met hun welletjes en hun weetjes voorbijkomen en de regisseurs zetten daar de camera zonder omhaal bovenop alsof ze een mirakel vastleggen. Zeven oudere dames op een fietstocht en maar babbelen over mannen, banen, kinderen (of juist niet) en seks (of juist niet). De roman Zadelpijn van de dames achter het pseudoniem Liza van Sambeek was al niet veel meer dan gekeuvel, de film van Nicole van Kilsdonk illustreert dat nog maar eens. Maar waarom film je het dan eigenlijk?

De praatfilm stelt zijn regisseur voor twee problemen. Er moet een scenario met fonkelende dialogen liggen en er moeten acteurs zijn die zulke dialogen kunnen brengen. Aan de eerste voorwaarde voldoet geen van de telefilms van dit jaar. De schrijvers komen geen van allen boven streekromanniveau uit, met dode geliefden, geheimen uit het verleden, verdriet en verliefdheden – en alles opgediend in de taal van zeg maar wat je denkt, dan kan iedereen het snappen.

Aan de tweede voorwaarde voldoen de films maar ten dele. Gijs Scholten van Aschat kan in Zadelpijn zijn smeerlap mooi neerzetten, maar het blijft een bijrol. Frank Lammers is met zijn accent meer op zijn plaats achter het stuur van een Amsterdamse taxi dan dat van een trekker in Emmeloord (Eigenheimers van Pollo de Pimentel). Monic Hendrickx blaast Jochum ten Haaf van het scherm in Anna (van Eric Oosthoek). Maar ze is in een zo nadrukkelijk mysterieuze rode jurk gestoken dat alles weer plat wordt. ’n Beetje verliefd leunt genant zwaar op de veronderstelling dat seks en ouderen per se grappig is.

De enige telefilm van 2007 waarin alles zo’n beetje op zijn plaats valt, is Hannahannah. Het scenario is vederlicht, maar hoofdrolspelers Antonie Kamerling en Maria Kraakman kunnen het hebben. Vooral Kraakman laat weer zien wat ze in huis heeft, als bijna manische verleidster en nukkige zus tegelijk. De film van Annemarie van de Mond is doodsimpel, luchtig en leunt schaamteloos op het laconieke spel van Olga Zuiderhoek en Kees Hulst als ouder echtpaar dat hun kinderen huwelijkstips geeft – „wat je wel en niet moet zeggen, dát is de kunst”. Hier is doelmatig met het kleine budget omgegaan.