Doorsneeaandeelhouder heeft jaren niets verdiend

In Opinie & Debat van 7 april wordt aandacht besteed de geldgoochelaars die bedrijven leegplunderen. Bij die artikelen heb ik drie opmerkingen:

Ten eerste, `asset strippers` waren er al in de tachtiger jaren van de vorige eeuw: net als private equity nu, kochten ze conglomeraten op, roomden de activa af, verkochten bedrijfsonderdelen, en zetten de bedrijven `meaner en leaner` weer op de markt.

Ten tweede, pas een paar jaar geleden vond iedereen het belangrijk om de macht van de aandeelhouders te vergroten, en is de wetgeving op o.a. beschermingsconstructies aangepast. De voornaamste reden was dat bedrijfsbestuurders konden doen wat ze willen: er waren geen wettelijke mogelijkheden om bijvoorbeeld `exhibitionistische zelfverrijking` waaraan kabinet en volk zich toen (kabinet-Kok) ook al aan ergerden, in te perken.

De vrome hoop was dat aandeelhouders dat dan wel zouden doen. Daar is niets van terechtgekomen: aandeelhouders met veel gewicht - de institutionele beleggers - hebben zich voortdurend passief opgesteld. Activistische aandeelhouders zoals hedgefondsen nu, belonen bedrijfsbestuurders zelfs extra om mee te werken aan de uitverkoop van hun bedrijven, ten nadele van andere `stakeholders` - mogen we het al omkoping noemen?

Ten derde, dit alles gebeurt onder het mom van `aandeelhouderswaarde`. Dat is ook een keizer zonder kleren gebleken. De doorsneeaandeelhouder heeft al jaren niets verdiend: bijvoorbeeld de AEX staat na 7 jaar nog steeds 26 procent onder zijn top, en dividendrendementen zijn al veel langer lager dan de (toch al lage) spaarrente. Dikbetaalde bedrijvenbestuurders acquireren en fuseren onder het mom van `schaalvoordelen`, maar onderzoeken laten keer op keer zien dat het merendeel van die acties niets oplevert; en omgekeerd beroepen private equity asset strippers zich op conglomeraatkorting waardoor aandeelhouders niet krijgen wat het bedrijf waard zou zijn. Ze kunnen niet allebei gelijk hebben.