Democraten trekken de strop verder aan

De controverse in de Verenigde Staten over de financiering van de oorlog in Irak beleeft volgende week haar climax. Zelden stonden Democraten zo sterk. „We maken een dramatische ommezwaai van de pendule mee.”

Op weinig plaatsen wordt de Amerikaanse ziel zo goed zichtbaar als op Vietnam Memorial, middenin Washington, vlakbij de Mall. In een parkje staat daar, in een afgraving, een zwarte granieten muur met de gegraveerde namen van alle soldaten die in Vietnam de dood vonden. Het is een spiegelwand: wie de namen van de gevallenen bekijkt, ziet zichzelf terug.

Afgelopen donderdag was het er druk. Groepjes ouderen uit Iowa en Colorado schuifelden op kleurrijke gymschoenen langs het monument. Een ontspannen rouwstemming. Zoals altijd drukten enkelingen een papiertje tegen de muur om er de naam van een familielid op te krassen.

,,Het is voor mijn neef’’, zei Edit McBride (58). Haar hoornen bril stond nog een beetje scheef, ze zweette – het krassen was intenser geweest dan ze had verwacht. Destijds, tijdens de oorlog, werd ze verscheurd tussen vrienden in Denver die protesteerden, en haar neef die in Vietnam vocht. Een tere herinnering.

Maar vandaag vindt ze berusting. „Hij is een held. Dit is het bewijs”, zegt ze, terwijl ze, lichtjes trillend, het papiertje met zijn naam laat zien.

Het is de oplossing die Amerika als natie voor zijn Vietnam-verleden heeft gevonden – een verleden dat het debat over Irak overschaduwt. De soldaten die in de jaren zestig aangevallen werden omdat ze in de verkeerde oorlog vochten, kregen in de jaren tachtig met het Vietnam Memorial alsnog een symbool van waardering: ook al was de oorlog mogelijk fout, de troepen hadden zich heldhaftig gedragen. Ware patriotten. Vechten voor je land is goed, zelfs als het doel dubieus is.

Als komende week het debat over de financiering van de oorlog in Irak tot een climax komt, draait het precies om dat dilemma: steunen de VS de troepen of stoppen ze de strijd? In eerste instantie zal de controverse vermoedelijk in een compromis uitmonden, zegt Peter Beinart (zie inzet). Bush krijgt het geld voor de oorlog maar moet zich vastleggen op zichtbare vooruitgang in Irak – en zo, zegt hij, zullen de Democraten de strop om de nek van de Republikeinen verder aanhalen.

Want met hun aanhoudende steun voor de oorlog verliezen de Republikeinen in ongekend tempo het vertrouwen van het land, zegt Beinart. Hij wijst op gezaghebbende onderzoeken van de laatste weken. Ze laten zien dat de nederlaag van de Republikeinen (GOP) bij de Congresverkiezingen vorig jaar het begin van de neergang was: sindsdien is de vrije val pas echt ingezet.

„De situatie is te vergelijken met 1968 of 1980. We maken een dramatische ommezwaai van de pendule mee. De Republikeinen manoeuvreren zich voor jaren de wildernis in.”

Het scenario voor volgende week ziet er als volgt uit. Eerst zijn de Democraten aan zet. De Senaat en het Huis van Afgevaardigden hebben zich eerder deze maand al uitgesproken vóór terugtrekking van de troepen, maar op details verschillen hun wetten. Die moeten op elkaar worden afgestemd, waarna het Congres een wet aan de president aanbiedt die de verdere financiering van de oorlog alleen goedkeurt als Bush bereid is tot een troepenterugtrekking in 2008.

Maar de president vindt dat de strijd door moet gaan, en wijst op de gevaren nu het Congres de gevraagde miljarden niet onmiddellijk beschikbaar stelt: dat kan, zegt hij, de troepen in de problemen brengen. Hij heeft al aangekondigd dat hij een veto over de wet zal uitspreken. „Dat is het moment waar de Democraten op hebben gewacht”, zegt Beinart. „Ze kunnen hun achterban laten zien dat ze tot het uiterste zijn gegaan.”

Officieel Washington ziet daarna voor de Democraten een dilemma. Moeten ze de financiering van de oorlog stopzetten, en het risico aanvaarden dat ze volgens het publiek de troepen, net als in Vietnam, in de steek laten? Of alsnog het geld aan Bush gunnen en medeverantwoordelijkheid voor de oorlog aanvaarden?

Maar volgens Beinart, zelf tegenstander van volledige terugtrekking, wordt het dilemma voor de Democraten overschat. De mood of the country is zo dramatisch veranderd dat zelfs Vietnam als referentiekader aan het verdwijnen is.

„Deze oorlog – die nu echt zéér impopulair is geworden – is bedacht en uitgevoerd door één partij. Vietnam was de verantwoordelijkheid van beide partijen. We hebben nu geen anti-oorlogsbeweging die destijds veel Amerikanen van de Democraten vervreemdde – omdat zij zich niet met het culturele radicalisme van toen wilden vereenzelvigen.”

Het gevolg is dat de Democraten volgens hem niet onder de verdenking staan dat ze vijandig zijn tegenover de troepen. „Daarom kunnen de Democraten zich eigenlijk alles permitteren. Ook als ze de financiering van de troepen zouden stopzetten, stevenen ze nog steeds af op een klinkende overwinning in 2008.”

Een veeg teken voor de GOP is dat de weerzin van de bevolking zich niet beperkt tot de oorlog. Ook op cultureel en economisch gebied „hongert Amerika naar verandering’’. Kenmerkend was hoe de Democratische kandidaten voor het presidentschap de laatste weken tweemaal een debat bij FoxNews afzegden. Vijf jaar geleden werd de zender zo machtig ingeschat dat niemand dat gedurfd had. „Het culturele conservatisme is niet dood. Maar de aantrekkingskracht op de rest van Amerika is verdwenen.”

Het enige dat de Republikeinen mogelijk kan helpen, beaamt Beinart, is overmoed bij de pogingen van Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Huis, om zich internationaal te manifesteren. Vorige week bezocht ze Syrië, mogelijk vertrekt ze binnenkort naar Iran. Amerikanen zien Pelosi als een product van San Francisco: slap als het op vechten aankomt, een limousine liberal. Beinart: „Haar kwetsbaarheid zal zeker uitgespeeld worden door de GOP. Maar dat is het verplaatsen van ligstoelen op de Titanic. De problemen van de partij zijn zo groot dat dit soort incidentjes geen soelaas bieden.”