De wereldbankier die snel krediet verloor

Het schandaal rond Wereldbankpresident Paul Wolfowitz en zijn vriendin, valt in vruchtbare aarde. De kritiek op zijn functioneren was al groot, zowel intern als bij sommige lidstaten. Het Witte Huis blijft hem voorlopig steunen.

Paul Wolfowitz Foto AP World Bank President Paul Wolfowitz speaks during the inaugural meeting of the Reformers Club in Washington April 13, 2007. The World Bank's board of directors adjourned a meeting on Friday over the promotion by Wolfowitz of his girlfriend, Shaha Riza, saying it would move quickly to decide how to proceed. REUTERS/Jonathan Ernst (UNITED STATES) Reuters

”Het gaat om transparantie, rekenschap. Dat lijken ambtelijke woorden, maar ze zijn echt. We zijn het ook verschuldigd aan de belastingbetalers. We we zijn het aan hen verplicht het geld goed te besteden.”

Aan het woord is Wereldbankpresident Paul Wolfowitz, in februari 2006 tijdens een interview op de achterbank van de BMW die hem van Den Haag naar Schiphol racet. Ruim een jaar later keert Wolfowitz’ strijd tegen corruptie bij Wereldbankprojecten zich tegen hemzelf.

De zaak in kwestie betreft Wolfowitz’ vriendin Shaha Riza, een van oorsprong Libische die werkte op de afdeling Midden Oosten en Noord-Afrika van de Wereldbank, toen hij er in 2005 president werd. Regels van de Bank verbieden dat echtgenoten of partners in dezelfde hiërarchie vallen, dus moest er voor Riza een oplossing worden gezocht.

Uiteindelijk werd zij buiten de Bank gedetacheerd bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, op een afdeling die valt onder de dochter van de Amerikaanse vice-president Dick Cheney.

De afgelopen weken kwam naar buiten dat Riza daarbij een salaris verdiende van bijna 2 ton, te betalen door de Wereldbank. Dat is belastingvrij, en meer dan het bruto salaris van de minister van Buitenlandse Zaken zelf, Condoleezza Rice.

Naar nu blijkt, bemoeide Wolfowitz zich daar tegen de regels in mee – tot en met haar lucratieve arbeidsvoorwaarden.

Het toezichthoudende bestuur van de Wereldbank wordt gevormd door door zogenoemde executive directors (ED), die vertegenwoordigers zijn van de aandeelhouders van de bank, de aangeloten landen. Herman Wijffels, voormalig SER-voorzitter en onlangs nog kabinetsinformateur, zit er namens Nederland. De bestuurders zien toe op het dagelijks bestuur dat wordt geleid door Wolfowitz.

Toen, via artikelen in de Washington Post en het weekblad The New Yorker, de kwestie-Riza in de publiciteit kwam, en de Financial Times met verdere onthullingen kwam, stelden de ED’s op 6 april een onderzoek in. Gisteren publiceerden zij de resultaten: „De commissie voor Ethiek was nooit betrokken bij de onderhandelingen, en de arbeidsvoorwaarden zijn niet becommentarieerd, onderzocht of goedgekeurd door de commissie voor Ethiek, haar voorzitter of het bestuur.”

De hele gang van zaken was tegen de procedures. En is dodelijk voor de reputatie van Wolfowitz. Hoe kan hij regeringen van ontwikkelingslanden de les lezen als hij zich daar zelf niet aan houdt?

De strijd tegen corruptie en vóór transparantie, die hij meteen tijdens zijn aantreden begon, was van aanvang af hardhandig. Op zijn bevel werden leningen gestaakt aan landen als Tsjaad, Congo-Brazaville en Turkmenistan.

Critici, waaronder veel ministers van Ontwikkelingssamenwerking, twijfelden aan de effectiviteit van deze strategie, omdat armoedebestrijding gaat om mensen die er zelf weinig aan kunnen doen dat hun regering corrupt is.

De ogenschijnlijke willekeur viel evenmin goed: Turkmenistan werd afgesloten nadat dit land de Amerikaanse basis voor de oorlog in Afghanistan had gesloten. En waarom werden leningen aan landen met een even wankele reputatie zoals Indonesië of Congo niet gestaakt?

De kritiek heeft te maken met Wolfowitz’ achtergrond. Hij maakt deel uit van de groep van neoconservatieven die met het aantreden van Bush in 2000 aan invloed won. De inval in Irak, waarvan Wolfowitz als onderminister van Defensie onder de vorig jaar afgetreden Donald Rumsfeld een van de architecten was, gold destijds als een voorbeeld van deze denkrichting.

Wolfowitz’ komst naar de Wereldbank was al omstreden, en een van de redenen dat de Europese landen alsnog akkoord gingen was juist dat zijn connecties met het Witte Huis de relaties tussen de Bank en de regering-Bush konden verbeteren.

Het pakte anders uit: het hardhandige optreden en de willekeur bij het bestrijden van corruptie versterkten de notie dat de Bank een verlengstuk dreigt te worden van de Amerikaanse buitenlandse politiek – een reputatie waar het instituut sowieso al mee kampte.

Dat Wolfowitz de Wereldbank mede concentreerde op Irak en er in Bagdad een permanent kantoor doordrukte, was een aanwijzing te meer.

Bovendien valt zijn stijl intern slecht. Drie vertrouwelingen uit de Bush-regering – Kevin Kellems, Robin Cleveland en Suzanne Folsom – handelen geregeld in het kielzog van Wolfowitz, buiten de bestuursstructuur van de Wereldbank. Dat maakt hem nog minder geliefd bij het personeel en het hogere management dan hij bij aanvang al was. Wolfowitz’ denkbeelden en eigenzinnige manier van leidinggeven hebben hem intussen ook al een aantal malen met de ED’s in aanvaring gebracht.

Het onderstreept dat het Riza-schandaal in vruchtbare bodem valt.

Maar betekent dit dat de Wereldbankpresident word weggestuurd?

Een ingewijde vertelde gisteren dat hij „niet in de stemming is om zelf af te treden”. En het Witte Huis liet gisteren weten te verwachten dat hij aanblijft. Zo wordt de positie van Wolfowitz een zeer zware politieke zaak, die dit weekeinde moet worden afgehandeld. De afloop zal veel zeggen over de resterende internationale statuur van de regering-Bush, en de mate waarin de rest van de wereld – met name de Europese landen - bereid is die uit te dagen.