De stelling van Peter Blom: Duurzaamheid ontbreekt volledig in debat over private equity

Aandeelhouders die uit zijn op snelle koersstijging en er dan met winst uitstappen, corrumperen de basisfunctie van het bedrijf: duurzame levering van producten en diensten, zegt Peter Blom tegen Roel Janssen.

U pleit voor maatschappelijk verantwoord aandeelhouderschap. Wat houdt dat in?

„Tegenwoordig beweert vrijwel ieder bedrijf dat het maatschappelijk verantwoord onderneemt. Producten moeten op een nette manier gemaakt worden, zonder schade aan het milieu en zonder zaken als kinderarbeid. Maar aandeelhouders doen alsof ze nog nooit van de maatschappelijke relevantie van ondernemen hebben gehoord. Ik ben verbaasd dat er veel aandacht is voor verantwoord ondernemen, maar niet voor maatschappelijk verantwoord aandeelhouderschap. Alsof we het logisch vinden dat aandeelhouderschap alleen maar over geld en maximaal rendement gaat en daar geen besef van verantwoordelijkheid bij bestaat.”

Aandeelhouders zijn toch de geldverstrekkers?

„Ja, maar aandeelhouders moeten kijken met welke bedrijven ze in zee willen. Dat moeten ze niet alleen financieel beoordelen, maar ook inhoudelijk, bijvoorbeeld hoe duurzaam is de onderneming. Ze mogen best van een bedrijf vragen een bepaalde strategie te volgen. Maar zodra ze zeggen: ‘Ik zit er niet in om het bedrijf te verbeteren, het gaat mij er om dat de koers zo snel mogelijk omhooggaat zodat ik er weer kan uitstappen met winst’, corrumpeer je de basisfunctie van het bedrijf. Namelijk de duurzame levering van producten en diensten.”

Zeggen aandeelhouders dit tegenwoordig vaker dan vroeger, toen ze wel langdurig in een onderneming investeerden?

„Ja, dit gebeurt steeds vaker. Private-equityfondsen die grote, beursgenoteerde ondernemingen onder vuur nemen, maken de botte macht van het geld heel erg zichtbaar.”

Wat doen private-equityfondsen precies?

„Ze kijken of in een bedrijf waarde zit en of ze er meer waarde uit kunnen halen door het bedrijf op te splitsen. In puur financiële zin kun je bepaalde onderdelen lostrekken, zonder oog te hebben voor de organische samenhang van een bedrijf. Als je de onderdelen verkoopt, leveren ze meer op. De positieve uitleg is dat er sprake is van een herallocatie van kapitaal. In de praktijk is het vaak opportunistisch en staat het eigen financiële belang voorop.”

Voorstanders van private equity zeggen dat het bedrijvendokters zijn die slecht presterende bedrijven beter maken.

„Als een bedrijf er gezonder uitkomt, is er niets mis mee. Maar vaak zie je het omgekeerde. PCM (uitgever van onder meer NRC Handelsblad, red.) is een voorbeeld: het bedrijf heeft er helemaal niet van geprofiteerd dat een private-equitypartij (Apax, red.) heeft meegedaan. De private-equitypartner heeft een mooi resultaat gehaald, maar het bedrijf blijft met de schulden achter.”

Wat verwacht u van een aandeelhouder?

„Als een aandeelhouder met een langetermijnvisie in een onderneming stapt, moet hij er als mede-eigenaar voor willen zorgen dat de onderneming op lange termijn gezond blijft. Als je instapt met een financieel perspectief voor de korte termijn is dat ook prima, maar dan moet je je niet bemoeien met de strategische doelen van een onderneming. Het is het één of het ander. Je kunt niet zeggen: ik ben eigenaar, bepaal wat er gebeurt en zodra dit tot koerswinst leidt, stap ik er weer uit. Dat is ongezond.”

Dus private-equityfondsen maken een verkeerde combinatie: ze beleggen voor de korte termijn én ze bemoeien zich met de strategie.

„Als je die twee rollen door elkaar haalt, krijg je PCM-achtige toestanden.”

Hoe maak je als ondernemer dit onderscheid?

„Je moet als bedrijf nadenken over je bescherming. Een bedrijf zou zijn aandeelhouders moeten kunnen kiezen. Op de beurs kan dat niet, daar kiest de aandeelhouder jou. Hij kan vervolgens zeggen: wij zien andere mogelijkheden, dus vergeet je strategie. Dat is natuurlijk desastreus. Daarom moet je je als onderneming de vraag stellen of je wel op de beurs wilt zijn. Als je echt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen wilt doen, vraag ik me af of je een beursnotering moet willen.”

Geeft u eens een voorbeeld.

„Stork is op de beurs genoteerd en kan er dus niet veel tegen doen dat private- equityfondsen een aandeel in het bedrijf kopen. Stork heeft een goede strategie en maakt daarmee winst. Dus als het om het bedrijfsresultaat gaat, is er niets aan de hand. Toch eisen de private-equitybeleggers een andere strategie. Dan kun je geen kant op en loopt het helemaal vast. PCM is een ander verhaal, het is niet op de beurs genoteerd. PCM heeft zelf private equity binnengehaald. Het is een besluit geweest van de bestaande aandeelhouders (de Stichting Democratie en Media, red.). Dus je kunt moeilijk de schuld aan private equity geven voor de situatie zoals die is ontstaan.”

Wat is er bij PCM dan fout gegaan?

„Je kunt als bestuur een foute inschatting maken. Uit de media heb ik begrepen dat men verwachtte dat er met private equity meer ondernemingszin zou worden binnengehaald. Maar dat is een illusie gebleken. Het bedrijf heeft zijn vermogenspositie in drie jaar met ruim 300 miljoen zien verslechteren. Dat is duur leergeld geweest.”

Duur leergeld! 100 miljoen per jaar.

„Ja, dat kan zomaar. Dat hebben de aandeelhouders, inclusief de stichtingen, blijkbaar toegestaan.”

De private-equitypartner is er met winst uitgestapt.

„Dat komt doordat ze werken met leningen en aandelenkapitaal. Dergelijke constructies zijn altijd heel gunstig. Ze hebben het slim gedaan, maar het heeft het bedrijf zelf niet geholpen.”

Is de schuldenlast zo groot dat PCM omvalt zodra de conjunctuur tegenzit?

„Dat kan ik niet beoordelen, daarvoor ken ik de sector onvoldoende. Maar ik heb wel de indruk dat naast de 100 miljoen die Apax eruit heeft getrokken, er nog 200 miljoen door andere oorzaken op het kapitaal is ingeteerd.”

Dat is vrij veel geld.

„Het zijn veel te grote bedragen voor een bedrijf dat zo’n belangrijke functie in de Nederlandse samenleving vervult. Nu is het bedrijf niet alleen zijn financiële buffer kwijt, het heeft ook de winst van de private-equitypartner betaald. Terwijl je private equity aantrekt met het doel dat het een deel van het risico op zijn schouders neemt. De constructie van de deal is niet goed uitgepakt voor PCM.”

Is dit creatief met geld of erger?

„De verantwoordelijkheid ligt bij het bestuur van de onderneming. Dat was vrij om dit besluit te nemen. De fundamentele vraag is of de cultuur van private equity wel samengaat met een uitgever als PCM. De les voor ondernemingen die niet beursgenoteerd zijn, is dat je heel goed moet kijken wie je als aandeelhouder erbij haalt.”

Schiet u een precedent te binnen voor wat er bij PCM gebeurd is?

„Nee, er schiet me zo gauw geen ander bedrijf te binnen.”

Wat had PCM wél moeten doen?

„Men had kunnen zeggen: we willen een meer ondernemend management met een mooie optieregeling, daar is niets mis mee. Daarnaast moet er geld in van grote partijen. We gaan met een aantal institutionele partijen praten die geloven in onze strategie. Dan kun je op de Nederlandse markt heel goed tot zaken komen, lijkt mij.”

Hoe dan?

„PCM houdt zich bezig met een cultuur en met nieuws. Het is een typisch Nederlandse onderneming. Dan moet je financiële partijen zoeken, die niet alleen voor het hoge rendement op de korte termijn gaan, maar die vinden dat kranten en boeken belangrijk zijn en dat kwaliteit belangrijk is. Dat is een duurzame verbintenis.”

Waar vind je dat soort aandeelhouders?

„Wellicht eerder bij banken en pensioenfondsen. Je moet een ondernemingsvisie neerzetten en daar het bijbehorende rendement en bijbehorende aandeelhouderschap bij zoeken.”

En daar hoort private equity niet bij.

„Met een private-equityfonds wordt het er niet automatisch beter van. Mensen in de financiële sector vinden het speculatieve aspect natuurlijk mooi. Het wordt verpakt als ‘goed voor de economie’. Maar het is vaak een activiteit op zich geworden, die niets meer met de reële economie te maken heeft. Dat is een ongezonde situatie.”

Is de macht van private equity inmiddels te ver doorgeschoten?

„Van aandeelhouders mag je verwachten dat ze bepaalde verplichtingen nakomen. Die kun je vastleggen in een code of eventueel in een wettelijk kader. Als onderneming kun je dan zeggen: wij gaan op een basis van maatschappelijk verantwoord aandeelhouderschap met elkaar om. Dan krijg je een situatie waarin elk bedrijf zijn eigen aandeelhouders zoekt, waarbij ze over en weer van elkaar weten wat ze krijgen en van elkaar kunnen verwachten.”

Dus je moet private equity beter reguleren.

„Ik denk het wel.”

Maar dan moet je misschien wel de grenzen voor kapitaal sluiten.

„Als je niets doet is bijvoorbeeld een Nederlandse bank straks voor 40 procent in Chinese handen. Dan komen maatschappelijke functies die voor de samenleving belangrijk zijn en waarbij wij streven naar duurzaam ondernemen, in handen van Chinezen die daar misschien geen enkel belang aan hechten.”

Hoe staan wij daar in Nederland tegenover?

„Als handelsnatie geloven wij dat de markt de dingen het beste oplost. Als er vrijheid is, zal iedereen het goede doen voor zichzelf en daarmee ook voor de samenleving. Ik vind dat een vorm van liberaal idealisme.”

Het is de kern van het liberalisme van Adam Smith: het nastreven van het eigenbelang is automatisch goed voor het algemeen belang.”

„Dat is naïef in deze tijd van globale economie. Wij denken dat we een trias politica en sociale wetten hebben waaraan iedereen in de wereld zich houdt. Maar in veel landen is dit helemaal geen cultuurgoed. Traditioneel houden ondernemers, zeker in het Rijnlandse model, rekening met het personeel, de samenleving en vandaag de dag ook met het milieu. Nu komen de nieuwe aandeelhouders van private equity en zij houden daar geen enkele rekening mee. Daarmee zetten we het systeem op scherp. Zonder een code voor maatschappelijk verantwoord aandeelhouderschap holt het systeem zichzelf uit en kunnen we duurzame ontwikkeling wel vergeten.”