Concepten

De zondagbrunch bij Van der Valk vervangt de mis.

„Hadden we moeten bespreken dan?” Een oververhitte vader roept net iets te hard naar zijn vrouw en drie kinderen die voor hem uitgelopen zijn naar de ingang met extra brede draaideuren. Hij duwt de buggy van de jongste voor zich uit. Het is inderdaad druk rond het Van der Valk-hotel. De zondagbrunch, een uitvinding van horecatycoon Gerrit van der Valk (78), is jaar in jaar uit een groot succes.

Hoogtepunten voor het concern zijn de kerst- en de paasdagen want dan vinden families het fijn om zich met zijn allen vol te eten, meestal op kosten van opa en oma. Ongelimiteerd buffelen heeft op Nederlanders een grote aantrekkingskracht. „En moeder is dan tenminste óók een keertje vrij.” De bezwete vader hoeft zich geen zorgen te maken. Vlak bij de Hammond-organist is nog plek in de zaal.

In de deuropening staat Gerrit van der Valk toe te kijken. Hier in Vught is hij ooit met zijn vrouw Toos begonnen met zijn restaurantbedrijf. Zijn vader kocht een pand voor de pas getrouwde Gerrit en Toos, net zoals hij voor zijn elf andere zoons en dochters had gedaan. Gerrit en Toos maakten er een succes van en gaven hun zeven kinderen ook weer de bedrijfsleiding over tientallen restaurants en hotels. Ook al heeft Gerrit de dagelijkse leiding van het bedrijf uit handen gegeven aan zijn kinderen en kleinkinderen, hij is nog dagelijks te vinden in de restaurants. Om advies te geven, het concept te bewaken en om rampen te voorkomen.

„Toch niet te duur hè, die organist”, mompelt -ie tegen de bedrijfsleider van het restaurant. Het Van der Valk-personeel, vaak familieleden van Gerrit zelf, loopt af en aan om de metalen buffetbakken aan te vullen. Groentes, vis en frikadellen. Boven de klanken van de organist – Heb je even voor mij – hoor je kinderen gillen, moeders roepen en oma’s klagen dat ze helemaal niemand meer verstaan. In het midden van de zaak zitten Gerrit en Toos te genieten van de drukte. Gerrit weet hoe de zondagbrunch de grote trekpleister voor zijn hotels en restaurants kon worden. „De kerken begonnen leeg te lopen en de mensen moeten toch ergens naar toe voor een samenkomst.” Nederlanders vinden het fijn behandeld te worden als sterren en daarom is er bij aankomst voor iedereen een glaasje champagne. „Wij Valken geven graag iets weg, en als we dat doen, dan doen we dat goed.” Door de ambiance en de voordelige prijzen komen de families vaak terug. „Met Pasen en Kerst fleuren we de boel altijd een beetje extra op en dat paasspul kun je meer jaren gebruiken.”

De laatste tijd wordt er behoorlijk aan de zondagbrunch gesleuteld. De jonge generatie Valken wil met de tijd meegaan en inspringen op nieuwe trends en behoeftes. De appelmoes met kers – het handelsmerk van de restaurants – verdwijnt langzaam van het menu om plaats te maken voor nieuwerwetse gerechten in de sfeer van Balinese wokschotels. Daarom staan er vandaag twee jonge koks te zweten achter enorme wokken. Een noviteit in Hotel Vught. Het eten wordt ter plaatse en op aanwijzingen van het publiek zelf bereid. „Zo geef je de mensen het gevoel dat ze toch zelf koken, zonder dat ze in een pan hoeven te roeren of hoeven af te wassen”, zegt de bedrijfsleider.

Een rij mensen verdringt zich voor de wokkende koks. Ongeduldig zwaaien ze met hun witte borden. Gerrit van der Valk kijkt er verwonderd naar. Hij gelooft niet in dit soort aanpassingen van het succesconcept. „Je moet de mensen gewoon alles voorzetten en dan vreten ze het wel. Altijd drie soorten groenten en een bak appelmoes met een kers erop.”

Niet voor niks heeft hij zijn kinderen en kleinkinderen strak laten opgroeien binnen het bedrijf en zíjn concepten. Juist zonder horecaopleiding want daar word je alleen maar door verpest. De opleiding onder de flikkerende Toekan is de beste die je kan krijgen. Zo heeft hij het vak tenslotte ook van zijn vader geleerd.

„De oren en ogen open, mond dicht houden en de handen laten wapperen”, was het devies. De jonge generatie Valken wordt door Gerrit nauwlettend in de gaten gehouden. „Er zit altijd wel een eigenwijze tussen of eentje die toch een tijdje op een hotelschool heeft gezeten.” Daarom is het belangrijk dat Gerrit regelmatig verschijnt in de restaurants, om zijn familieleden terug te fluiten. Zodat het concept niet uit zijn vingers glijdt.

Op het parkeerterrein sjouwt de organist met grote koffers. Zijn optreden is voorbij. Hij blijkt pas sinds kort toegevoegd aan de zondagbrunch. Als fervent bezoeker raakte hij een paar maanden geleden in gesprek met de bedrijfsleider die naar iets nieuws op zoek was om de brunch een extra impuls te geven. „Jammer dat er zoveel geklaagd wordt over het volume. Dat is bij bruiloften toch wel anders.” Sinds zijn komst is het aantal bezoekers toegenomen maar het zou ook kunnen dat het wokgebeuren daar de oorzaak van is. Hijzelf zal de rest van de Paasdagen in huiselijke kring doorbrengen.

„Vandaag vieren we mijn zestigste verjaardag”, zegt een bezoekster tegen een trotse Gerrit. „En met zijn hoevelen zijn jullie dan?” Zijn ogen twinkelen bij de aanblik van de groep van twintig man. „Origineel hoor, dat jullie tegenwoordig ook wokken!” zegt de bezoekster. „Ach ja, af en toe proberen we wat uit”, mompelt Gerrit terwijl hij poseert met de familie voor een foto.

Toos van der Valk schept ondertussen wat appelmoes met kers op een bord voor haar echtgenoot.

„We moeten met onze tijd meegaan”, glimlacht ze. Gerrit hoort haar niet.