Ben Meier: mijn leven als Amsterdams diamantair

Het nieuwe Diamant Museum werd woensdag in Amsterdam geopend. Over de wereld van glamour en gevaar en zijn leven praat initiatiefnemer Ben Meier met Hedda Schut

Ben Meier was 76 jaar lang een naam zonder gezicht. Nooit eerder liet de diamantair en eigenaar van het fameuze Coster Diamonds aan het Amsterdams Museumplein zich interviewen. De reden: in de glimmende wereld van diamanten is een leven in de schaduw niet onverstandig. Duistere types hebben er altijd een bijzondere belangstelling voor gehad. Vorige maand nog ging een dief in Antwerpen ervandoor met 21 miljoen euro aan diamanten die lagen opgeslagen in de kluis van de ABN Amro bank. In 2005 maakten overvallers op Schiphol 75 miljoen euro buit in de grootste diamant- en juwelenroof uit de Nederlandse geschiedenis.

Diamanten zijn glamour. Diamanten zijn eeuwig. Diamanten... Meier zit in zijn leren fauteuil in de directiekamer van Coster Diamonds. Hij vertelt over het Amsterdam van ruim veertig jaar geleden. „Het was de tijd dat Amerikanen in grote sleeën werden voorgereden. Hugh Hefner van Playboy kocht hier een ring van destijds 250 duizend dollar. Auteur Allister Maclean kwam met zijn Franse vrouw Marcy Marcelle Georgeus. Maclean kocht een markiesgeslepen steen van 9,5 karaat. Hij zat aan de whisky, werd dronken. Zij vertelde me dat ze nooit geld van hem kreeg, alleen diamanten en Ferrari’s. Die ze dan weer verkocht om aan geld te komen.”

liefde voor het vak

Meier is vijftien als hij net na de Tweede Wereldoorlog door zijn vader in de leer wordt gestuurd als briljantslijper. De tijd is ongunstig. ’s Werelds grootste diamantdelver De Beers uit Zuid-Afrika draait de ruwe diamantkraan dicht om de prijs hoog te houden. Meier verliest zijn werk. Maar elders leert hij baquettes (diamanten met een rechthoekige slijpvorm) te slijpen. „Dit had ik meteen in mijn vingers.”

De jonge Meier is sowieso ambitieus. Al vroeg maakt hij plannen om een eigen bedrijf op te zetten. Maar hij moet wachten tot begin jaren zestig, wanneer hij in de voetsporen van zijn oude bazen kan treden. Van zijn vader, werkzaam bij de Amsterdamsche Bank – de bank voor diamantairs – krijgt hij een krediet van veertig duizend gulden. „Liefde voor het vak kreeg ik door mijn opa en oom, diamantslijpers. Maar hij was de grootste drijfveer, mijn vader. In de oorlog heeft hij veel joodse mensen aan onderduikadressen geholpen.”

Met een collega wordt Meier entrepreneur. Verspreid over de stad hebben ze vierentwintig slijpers werken. Zijn eerste diamanten koopt hij op de diamantbeurs in Antwerpen, waarnaar de handel vlak na de oorlog is verschoven. Twee jaar is hij de enige ‘goy’ op de beurs. „Vaak geloofden ze niet dat ik geen jood ben. Mijn naam klinkt natuurlijk joods, ik groeide op tussen de joden en leerde enorm veel van ze. Ik hoorde er gewoon bij.”

En altijd is daar De Beers, het Zuid-Afrikaanse diamantbedrijf dat nagenoeg de hele mondiale handel in diamanten controleert. In 1965, het is de tijd van dekolonisatie, gaat Meier naar Liberia. Daar kan hij ruwe diamanten uit Ghana en Sierra Leone kopen. „Mooie stenen. Ik wilde ze. Dus ik kocht ze, zonder de vergunning die daarvoor nodig was.” Gepakt worden betekende de cel in Liberia. „Ik was een jonge hond. Ik dacht niet aan gevaar.”

bende smokkelaars

Dat ligt wat anders als hij een paar jaar later een telefoontje uit Angola krijgt. Meier heeft dan net met vier compagnons Coster Diamonds opgericht. „Een bekende belde me over een partij van 925 karaat ruwe diamant. Die was daar in beslag genomen van een bende smokkelaars. Van de politie kon ik ze voor een prikje krijgen. De hele santekraam moest me 190 duizend dollar kosten. Het was een levensgevaarlijke onderneming. Alleen Angolese regeringsfunctionarissen mochten diamanten uitvoeren. Als ik werd gepakt, zouden mijn compagnons meteen van me af zijn. Ik besprak de zaak met hen. Ondanks het gevaar wilde ik toch naar Angola, naar die stenen. Ze gingen akkoord, op voorwaarde dat ik dit op eigen risico zou doen. Dat wilde ik nog wel even van ze op papier, omdat dit buiten de contracten viel. Van mijn vader kreeg ik een letter of credit voor 200 duizend dollar: dan hoefde ik niet met geld te reizen. Zo ging ik naar Angola.”

Bij plaatselijke koffieplanters verkoopt hij zijn dollars voor Angolese escudo’s. Op deze transactie maakt hij 20 duizend dollar winst. Daarna koopt hij van de politie de diamanten. Meier wil meteen maken dat hij wegkomt. „Ik koos een vliegtuig dat terugvloog in het holst van de nacht. De stenen had ik met een speciale band op mijn lichaam vastgemaakt, ik werd niet gecontroleerd.” Thuisgekomen bleek dat De Beers de diamantkraan opnieuw had dichtgedraaid. Meier: „Alle slijperijen zaten zonder werk. Wij niet. Ik had die 925 Angolese karaten. Het waren prachtige stenen. Zo verdiende ik mijn eerste miljoen.”

vijf miljoen gulden

Maar in de jaren tachtig gaat het mis. Meier doet in die tijd veel zaken met Italianen. „De Italianen mochten geen geld uitvoeren en wij vonden daarop een foefje. Onze klanten lieten we hier in Amsterdam een schuldbekentenis tekenen. Zij betaalden in Milaan, waar we vertegenwoordigers hadden zitten. De in Amsterdam gekochte juwelen kregen zij via een goed opgezette koeriersdienst. Dit ging prima, totdat iemand verraadde dat grote hoeveelheden diamanten Italië binnenkwamen. Onze telefoonlijnen werden maanden afgeluisterd door de Italiaanse recherche. Die wist dus dat ik met een collega aanwezig zou zijn in Rome, op een congres van de Internationale Associatie van Touroperators. Onze mensen in Milaan werden opgepakt met de lijsten, waarop zou staan dat het om miljoenen guldens ging. Om vijf uur ’s ochtends werd op de deur van mijn hotel geklopt. Daarop stormden politiemensen binnen die matrassen en kussens opensneden en de wc-pot onderzochten op zoek naar diamanten. Ik had geen steen bij me.

„Ik werd opgepakt, in een taxi gestopt en afgevoerd naar de Regina Coeli, de grootste gevangenis van Rome. Ze waren zo handig vier mensen op te pakken; hiermee konden ze ons onder de noemer van een samenzwering voor het gerecht brengen. De beschuldiging luidde: het smokkelen van geld uit Italië. Dat was niet zo, alle transacties liepen netjes via de bank. Ik werd veroordeeld tot zeventien maanden gevangenisstraf en een boete van 2,7 miljoen gulden. De secretaris van de Nederlandse ambassade adviseerde me een andere advocaat. Die had me er binnen een maand uit. Ik had twee maanden gezeten. Veel is te koop, maar vrijheid niet. Daarvoor had ik álles willen verkopen. Gelukkig kwam mijn vrouw elk weekeinde.”

Later haalt Meier overigens zijn gelijk: in een proces veroordeelde de rechtbank het optreden van de Italiaanse staat. Meier hoefde de boete van 2,7 miljoen niet te betalen.

Drie jaar geleden overleed de vrouw van Meier. De laatste jaren was ze zwaar ziek. Meier verzorgde haar. De dagelijkse leiding van Coster Diamonds is inmiddels in handen van zijn drie directeuren. Maar zijn passie voor de diamanten blijft. Volgende week, op 11 april, opent Meier aan het Museumplein zijn eigen diamantmuseum. Het moet een spektakel worden.

emmers vol diamanten

De diamantenwereld is veranderd, zegt Meier. De Chinezen kopen nu massaal. En de hegemonie van het Zuid-Afrikaanse De Beers, dat ruim een eeuw de diamantenhandel domineerde, is voorbij. Rusland is in opkomst. „In het Kremlin zag ik emmers vol zeldzame rode diamanten staan. Mijn mond viel ervan open. Als ze die ooit verkopen, zijn ze in één klap van hun staatsschuld af.”

Maar de mooiste steen blijft voor Meier toch de Cullinan I, ’s werelds één na grootste geslepen diamant (530 karaat), die is vervat in de Britse kroonjuwelen. „Als ik in Londen ben, ga ik altijd even kijken. Het maakt niet uit of ik daarvoor uren in de rij moet staan. De blauwwitte kleur, het slijpsel en de grootte maken die steen zo mooi. Ja, schoonheid. Jaren geleden zag ik op de beurs in Antwerpen een ijswitte achtkaraats markies. Zo mooi, zo zuiver. Ik heb hem niet gekocht. Wat een spijt. Ik zou hem hebben gehouden, en er nooit meer afstand van hebben gedaan.”