Arcelor Mittal heeft groeisores

Na de fusie tussen Arcelor en Mittal is de combinatie veruit de grootste staalproducent ter wereld. Maar de vraag is hoe het concern nu verder denkt te groeien.

Het hebben van te veel geld wordt doorgaans gezien als een goed probleem. Als dat zo is, heeft Arcelor Mittal zelfs een uitmuntend probleem, dat een waarde van zo’n 7,5 miljard dollar per jaar vertegenwoordigt. Dat is de hoogte van de vrije kasstroom die de staalproducent jaarlijks vergaart, zonder dat er zicht is op ‘verlichting’.

De berekening van die kasstroom is simpel. Het begint met de 16 miljard dollar aan winst vóór rente, belastingen en aflossingen (ebitda) die Arcelor en Mittal de afgelopen drie jaar, toen de twee bedrijven nog los van elkaar opereerden, jaarlijks hebben behaald. De schatting is conservatief, omdat de fusiecombinatie Arcelor Mittal in 2007 naar verwachting een ebitda van 17,3 miljard dollar zal verwezenlijken.

Een deel van dat geld zal worden besteed aan normale bedrijfslasten, zoals belastingen, kapitaaluitgaven voor onderhoud en rentebetalingen over de nettoschuld van 20 miljard dollar, en aan dividenden en aandelenterugkopen. In totaal komen die uitgaven neer op 8,6 miljard dollar, zodat er 7,5 miljard dollar overblijft om een heel groot gat te branden in de zakken van de familie Mittal, die de zeggenschap over het concern heeft.

Wat gaat Arcelor Mittal doen met al dat geld? Ongeveer de helft van de vrije kasstroom kan worden benut voor kleine overnames en het uitbreiden van bestaande fabrieken. Maar ook dan blijft er nog 4 miljard dollar over. Dat hoeft niet meteen een probleem te zijn, omdat Arcelor Mittal op het punt staat zijn Braziliaanse minderheidsaandeelhouders voor 5 miljard dollar uit te kopen, zodra de toezichthouder de prijs heeft goedgekeurd.

Het concern zou ook een deel van zijn schulden kunnen afbetalen. De staalsector was ooit een zeer conjunctuurgevoelige bedrijfstak, waarin de huidige schuldenlast van Arcelor Mittal – 1,25 maal de ebitda – hoog zou hebben geleken. Maar dat is niet langer het geval, na diverse jaren van stabiele staalwinsten.

Dus als financieel directeur Aditya Mitta besluit om schulden te gaan afbetalen, zal hij dat vooral doen om de schuldpositie voor toekomstige overnames te verbeteren. En als de schulden lager zijn, zullen de rentelasten uiteraard ook verminderen. Dat maakt een uitmuntend probleem zelfs nóg uitmuntender.

Een deel van het geld zou besteed kunnen worden aan de bouw van nieuwe staalfabrieken. Die kosten miljarden dollars per stuk, maar het kost tijd om ze te bouwen.

Dan resteren dus overnames, de bron van het grootste deel van het fortuin van de familie Mittal. De geruchtencarrousel draait inmiddels op volle toeren – Vallourec in Frankrijk, Hunan Valin en Laiwu in China. Maar het zal niet makkelijk zijn groei van betekenisvolle omvang te kopen. Hoewel Arcelor Mittals aandeel van de mondiale staalmarkt slechts zo’n 10 procent bedraagt, zijn er maar weinig substantiële doelwitten voorhanden.

In Europa is het concern nu al groot genoeg om tegen problemen met de mededingingsautoriteiten aan te lopen ala het zou trachten een grote concurrent te verzwelgen. Vallourec, een gespecialiseerde staalproducent met een waarde van 13 miljard dollar, is zo ongeveer de enige kandidaat van aanvaardbare omvang die waarschijnlijk op weinig bezwaren van de autoriteiten zou stuiten. De situatie in de Verenigde Staten is vergelijkbaar.

Maar de grote groeimogelijkheden doen zich elders voor: in Rusland, Latijns-Amerika en Azië. Het probleem is dat makkelijke doelwitten in al deze regio’s schaars zijn. Allerlei soorten nationalisme gooien roet in het eten. In de meeste landen wordt de staalsector als een té belangrijke bedrijfstak gezien om aan buitenlanders toe te vertrouwen.

Arcelor Mittal kan bijvoorbeeld nieuwe fabrieken willen bouwen in Brazilië, maar het plaatselijke staalconcern CSN is niet te koop. De Russische regering wil dat haar staaloligarchen hun vleugels uitslaan naar het buitenland, niet dat ze zelf worden overgenomen. Zelfs de immer optimistische Lakshmi Mittal waarschuwt dat het in China, de grootste en snelst groeiende staalmarkt ter wereld, jaren zal duren voordat een lokale producent van enige omvang in buitenlandse handen zal mogen vallen.

Wat moet Arcelor Mittal dan doen? Het concern kan kleinere bedrijven bij elkaar scharrelen, maar grotere doelwitten zal het hof moeten worden gemaakt. De Mittals hebben laten zien dat zij goed zijn in de gebruikelijke technieken – het beloven van investeringen en het paaien van regeringen.

Maar de tijd is gekomen dat ze zullen moeten aantonen dat het deel uitmaken van de Arcelor Mittal-familie economisch gezien zó verstandig is dat daarvoor zelfs nationalistische overwegingen opzij moeten worden gezet.

Dat betekent dat de nog niet geheel voltooide fusie van Arcelor en Mittal een overweldigend succes moet worden. Met een marktaandeel dat driemaal hoger is dan dat van de eerstvolgende rivaal, moet Arcelor Mittal in staat zijn de concurrentie ver achter zich te laten, zowel in termen van winstgevendheid als van productontwikkeling. Als de beloofde rendementen hoog genoeg zijn, zouden de bezwaren om overgenomen te worden uiteindelijk kunnen wegsmelten.