48 uur op Madeira (waar de fuchsia wild bloeit)

Jeannette van Ditzhuijzen legt uit waarom je juist nu naar het zonnige eiland Madeira moet reizen en waar je precies moet zijn

Waarom Madeira?

Het bergachtige eiland heeft vrijwel het hele jaar door een aangename temperatuur, volop zon en altijd een overdaad aan bloemen in bloei. Wat wij – soms moeizaam – in onze Nederlandse tuinen proberen te kweken, groeit op Madeira gewoon langs de kant van de weg: Afrikaanse lelies, hortensia’s, varens, vlijtige Liezen, Oost-Indische kers, fuchsia’s enzovoorts.

Wandelen is er fantastisch: hoog in de bergen, maar toch over redelijk vlakke wandelpaden. Die lopen namelijk langs levada’s, smalle irrigatiekanaaltjes die het regenwater met een gering verval van het noorden van het eiland naar het vruchtbare, maar droge zuiden transporteren. Het pad ernaast is voor het onderhoud. De levada’s werden direct na de ontdekking van Madeira (1420) aangelegd voor de grootschalige suikerproductie, en daarna kwamen er steeds nieuwe levada’s bij (levar betekent vervoeren).

Waarom nu?

Wie de meeste bloemen wil zien en van een aangename temperatuur wil genieten, gaat in april, mei of juni, als de temperaturen tussen de 20 en 25 graden liggen. Ook september en begin oktober zijn aangenaam. Juli en augustus zijn klam, bovendien wordt het eiland in augustus overspoeld door Portugezen en Spanjaarden van het vasteland. ’s Winters – medio oktober tot februari – is de kans op regen het grootst, maar de temperatuur komt zelden beneden de 18 graden. Behalve in de bergen dan. Daar ligt soms sneeuw, terwijl je tegelijkertijd aan de zuidkust buiten in de zon kunt liggen.

Wat is er te doen?

Hoofdstad Funchal is een fraaie oude stad met diverse bezienswaardigheden. De kathedraal in het centrum is mooi, al vonden we de vroegere kathedraal, de kerk van São Pedro, absoluut mooier. Als je toch in het centrum bent, klim dan een stukje verder omhoog naar het Fortaleza do Pico met een fantastisch zicht over de stad. Onderweg kom je langs twee aardige musea: Quinta das Cruzes en Casa Museu Frederico de Freitas. Beide hebben fraai ingerichte stijlkamers en in het De Freitas is ook een tegelmuseum gevestigd.

Aan de andere kant van Funchal ligt de markt (Mercado dos Lavradores) met fruit- en bloemenstalletjes en een vishal; aardig, maar wel toeristisch.

Buiten Funchal is het dorpje Monte met Monte Palace Tropical Garden een aanrader. Deze schitterende tuin heeft een overdaad aan groen, heel veel trappetjes en smalle paadjes, antieke tegeltableaus, moderne kunst en een Oriëntaalse tuin. Het leukste is om er langs levada’s naar toe te wandelen vanuit een andere, maar minder spectaculaire tuin: Quinta do Palheiro Ferreiro. Bereid je wel voor op een straffe klim aan het einde.

Monte heeft verder een prachtige kerk, Nossa Senhora, waar de laatste Habsburgse keizer, Karel I van Oostenrijk, begraven ligt.

Voor de terugweg moet u een keuze maken. Het goedkoopst is de bus. Enerverend is de ‘tobogan’, een soort slee die door fraai in het wit geklede bestuurders de steile weg af wordt geduwd. Wij kozen voor de derde optie: de kabelbaan naar Funchal. Er gaat er ook een naar de iets lager op de berg gelegen botanische tuin.

Waar zwemmen?

Stranden heeft dit eiland niet, maar in zee zwemmen kan wel op diverse plaatsen. Meestal tegen betaling. Heel aardig vonden wij het natuurlijke zeezwembad in het noordwesten op en tussen de rotsen in Porto Moniz.

WaAR RONDRIJDEN?

Om auto’s meer snelheid te geven, worden er met Europees geld steeds meer tunnels gebouwd. Ongetwijfeld praktisch, maar de (toeristische) bebouwing rukt daardoor wel erg op. Ondanks tunnels en nieuwe wegen is het noorden nog een stuk rustiger dan het zuiden met hoofdstad Funchal. Wij namen vanuit het zuiden de omweg via de Encumeada-pas, midden op het eiland. Een schitterende tocht, als er tenminste geen nevelen in de bergen hangen.

Daarna door naar het lieve stadje São Vicente en verder naar Porto Moniz. Deze weg langs zee gaat tegenwoordig door talloze tunnels, maar de oude weg ligt er ook nog, een angstaanjagend smal en slingerend geval tussen de steile rotsen en de woeste zee beneden. Je mag er nog steeds overheen rijden – tenzij het echt stormt – en begrijpelijkerwijs is er eenrichtingsverkeer! Een unieke ervaring voor de stoutmoedigen onder ons.

Helemaal aan de andere kant van Madeira ligt het schiereiland van São Lourenço. Op een van de uitzichtpunten genoten we van de rotsen in het water die met kleurige lavalagen zijn doortrokken.

Waar eten en drinken?

Een bekende regel geldt ook hier: vermijd de bekende toeristententen. Ons reisboek raadde bijvoorbeeld Churchill’s Place aan in Cãmara de Lobos, iets buiten Funchal. Vanaf het terras schilderde Churchill in 1950 het schilderachtige haventje. Maar het eten stelde niets voor. Onze ervaring: hoe ongezelliger en simpeler, hoe beter de espada (een witte, sappige vis) of de espetada, een Madeiraanse kebab, die als het goed is met spies en al boven uw bord wordt opgehangen. Een klodder knoflookboter stroomt van boven naar beneden langs de vleesblokjes.

Hoe kom je er?

Dagelijks met TAP (www.flytap.com) via Lissabon naar Funchal (vanaf zo’n 370 euro, ongeveer vijf uur). Of met Transavia (www.transavia.com) op maandag en donderdag rechtstreeks (vanaf zo’n 320 euro, ongeveer vier uur vliegen).

Waar slapen?

Madeira heeft de leukste huisjes- en appartementencomplexen, soms niet meer dan drie tot tien huisjes per complex. Sommige liggen in de bergen, waar het helaas vaker miezert of regent dan aan de zuidkust. Maar ze zijn wel erg aantrekkelijk. Casas Valleparaizo, bijvoorbeeld in Camacha, waar je buitengewoon veel privacy hebt. Of Quinta Devonia en Quinta de Fãja, beide buiten hoofdstad Funchal met slechts enkele huisjes en net als Valleparaizo omgeven door groen. Ook de veertien appartementen Quinta das Vinhas (tevens hotel) aan de zonnige zuidkust zijn een aanrader. Voor liefhebbers van de zee is Vila Calaça ideaal, met een eigen paadje naar het zeebad. De meeste keuze in huisjes hebben FlexTravel (www.flextravel.nl; tel. 015 2132250) en Meeks van Oijen Travel (www.mvotravel.com; tel. 024 6773238).

Liever in een hotel? Neem dan het betaalbare en bijzonder fraaie designhotel Estalagem Ponta do Sol in het gelijknamige plaatsje dat als het zonnigste deel van Madeira wordt beschouwd.