Zwaaien naar de eenzame filerijder

De jaren negentig waren hoogtijdagen voor buurtwerkers en voor sociale of ‘ontmoetingskunstenaars’. Na de yupperige jaren tachtig bouwden bedrijven sportveldjes in achterstandswijken, en kwamen kunstenaars bij de mensen thuis. Ontmoetingskunst moest een verschil maken. Kunstenaars reisden af naar Afrika en schilderden de voordeuren van arme mensen groen. Of ze gingen logeren bij eenzame mensen, in een speciaal ontworpen slaapzak. De groene verf en de slaapzak maakten het onderscheid tussen kunst en ‘gewoon’ opbouwwerk.

Veel ontmoetingskunst kennen we uit probleemwijken van grote steden, tegenwoordig zien we het fenomeen ook op andere plekken. Nu overal hogesnelheidslijnen en nieuwe wegen komen, haken kunstenaars daarop in met kunst langs de weg en performances op stations. Dat biedt de dagdromende reiziger een beetje warmte. In die categorie valt ook het Filezwaaien van kunstenaar Lino Hellings. Naast de opgebroken N242 rond Alkmaar stond zij vorige maand met een internationale groep kunststudenten dagenlang automobilisten toe te zwaaien.

En die zwaaiden terug. „Het is hartverwarmend, echt vrolijkmakend”, noemt Hellings de reacties. Haar meezwaaiende studenten delen dat gevoel: „Kijk, van die mensen hou ik nou”, schrijft student Elske in het weblog van Filezwaaien. Maar volgens Hellings is Filezwaaien meer dan een ‘feelgoodactie’: „Het is niet bedoeld om iets uit te drukken maar om iets op te roepen.” Daarom droegen haar zwaaiers borden met de tekst ‘You are not alone’, bedoeld om automobilisten aan het denken te zetten. „Waar zijn de aliens dan?” vroeg een bestuurder, terwijl een volgende stopte en riep: „Maar wij carpoolen wel hoor!”

Wat we sinds de jaren negentig van ontmoetingskunst moeten vinden, is onduidelijk. Tegelijk met deze kunstvorm kwam de postmoderne kunsttheorie in zwang en die vond waarheden, criteria en beoordelingen te subjectief en onoorbaar. Elk oordeel was dubieus. Sociale kunst spon daar garen bij. Vond je het niet ‘mooi’, dan was het sociaal. Werkte het niet, dan was het kunst. Het predikaat ‘sympathiek’, dat in de kunst altijd gold als ‘leuk geprobeerd maar helaas’, kreeg zowaar een positieve lading.

Maar toch, iedereen kan zien dat sociale kunst tot veel goeds heeft geleid. Het heeft de kunst nieuwe wegen doen inslaan. Vooruit, een kunstenaar die in een township deuren groen schildert – dat kan de winterschilder ook. Maar iemand als Dre Urhahn, die een prachtige muurschildering in een krottenwijk aanbrengt, slaagt sociaal én artistiek.

En Filezwaaien dan? In beeldend opzicht kun je het niet beoordelen. In sociaal opzicht dan? Nee, ‘gelukscriteria’ waren niet geformuleerd. Wetenschappelijk? Het heeft geen toetsbare spelregels. De meerwaarde van Filezwaaien is de breedte – acties, workshops, een cd, veel communicatie. Alleen, zoom je in op elk onderdeel, dan blijkt de originaliteit matig, het sociaal effect vluchtig, de onderzoeksresultaten onwetenschappelijk, de cd niet verkrijgbaar.

Interdisciplinair neigt hier erg naar vrijblijvend. En dan is ‘sympathiek’ toch het enige predicaat dat echt overeind blijft.

Meer informatie over dit project: www.orbino.nl