Zeelands heilige hype

Kisling & Verhuyck: Het leugenverhaal. Arbeiderspers, 320 blz. € 17,95

Jagen en opgejaagd worden, het zijn vaste structurerende principes van thrillers. En nu we na een eeuwtje of anderhalf aardig thuis beginnen te raken in de menselijke psyche, wordt het kennelijk weer tijd om te zoeken naar zingevende principes buiten onszelf. Naar betekenis in onze betekenisloze tijd, zou de vorige maand overleden filosoof Jean Baudrillard zeggen.

Zowel de vorm van het speuren als het doel van de tocht verklaren het grote succes van de hedendaagse misdaadschrijvers. Met grote dank ontlenen zij zowel de structuur als de thematiek van hun blockbusters aan voorbeeldige middeleeuwse klassiekers. Was de queeste naar de graal de ultieme middeleeuwse speurtocht naar het meest heilige voorwerp op aarde, Dan Brown kon er moeiteloos postmodern mee aan de haal gaan. En naast zijn wereldhit figureerden er vele verwante succesnummers van min of meer gelijke makelij.

Maar speuren in het verleden en omgang met bronnen zijn vakwerk. Zo’n graal blijkt maar al te gemakkelijk van gedaante (de baarmoeder van Maria, een archief) en plek (Londen, Parijs, Carcassonne) te kunnen verwisselen. Risky business en dus werd het tijd voor een ontnuchterende reactie van mediëvist/ romancier Paul Verhuyck en schrijfster/ vertaalster Corine Kisling. ‘De heilige hype’ is de niet ongeestige typering die zij van het verschijnsel geven. Met superieur gemak ironiseren ze de amateur- verwerking van de oude thematiek.

De reactie van het gelauwerde paar (zij de Schaduwprijs 1997, hij de Anton Wachter- en de Vlaamse Debuutprijs) is een thriller van een kaliber en soort dat we nog niet kenden, Het leugenverhaal. Het is een boek dat sprankelt en bovendien intellectueel wortelt in zijn kennis van de Middeleeuwen en haar mensenkennis. En in relativeringsvermogen.

Een Amsterdamse uitgever van esoterische boeken wordt teruggeroepen naar het Zeeuws-Vlaanderen van zijn jeugd. Zijn tante en voogdes is overleden. Er vinden vreemde verwikkelingen plaats rondom de afwikkeling van de erfenis: grondspeculatie, dubieuze nationalistische sentimenten en zelfs een mysterieuze weerwolfachtige vloek. Het Waasland confronteert deze Lucas Mingus met een veel ouder verleden, waarin een vergeten middeleeuws klooster, de Vos Reinaert en – jawel – ook de graal een rol spelen.

In de wereld van Kisling & Verhuyck gaan gothic en cultuurkritiek hand in hand met fijnzinnige vertelkunst en een gezond gevoel voor absurdisme; er is geen plek voor de toeristische canon van Shakespeare, Dante en Da Vinci, maar wel voor ‘onze’ kanonnen Chrétien de Troyes en Willem ‘die Madocke maecte’.

Die laatste twee, de geestelijke vader van de graalliteratuur en de schrijver van de eerste rechtbankthriller van onze letteren, zijn door Mingus’ leermeester Rosseel aan elkaar gekoppeld. Stel eens dat de graal van Chrétien de schat is uit de Reinaert en dat de verstopplek Kriekenpitte in Zeeuws-Vlaanderen ligt… Rosseels wetenschappelijke speculatie vindt onthutsend veel geloof.

En dat brengt een hele Jeroen Boschachtige troep op de been: naast de behulpzame monnik die het cynisme van de buitenwereld onderschat en de Joris Goedbloed van een ik-verteller verschijnen er onder andere een sinistere figuur die historische objecten te gelde wil maken en opportunistische plotters die historische plekken toeristisch willen uitbaten (Graalland als Zeeuws- Vlaamse parodie op Disneyland). Er ontbrandt in Het leugenverhaal een hilarische discussie over metafoor en symbool, gekoppeld aan ultranationalisme – Vlaanderen, de Leeuw – en platte goudkoorts.

Ondanks al deze thematiek is Het leugenverhaal zeker geen taaie kost. In tegendeel. Ook voor wie ontgaat dat Kisling & Verhuyck de namen (Rosseel, Eberwin, Nobel, Notenbaert) en motieven uit Van den Vos Reinaerde hergebruiken en Chrétiens Percifal-mythe spiegelen in het oppervlakteverhaal blijft het boek speels.

Je kunt je met enig recht afvragen of deze complexe roman een thriller is. Zo ja, dan is het een dubbel doorgestikte. Het is een mystery novel waarin allerlei genres samenkomen. Het is maar goed dat De Gouden Strop ‘de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige spannende boek’ is. Dan maakt dit leugenverhaal vol literaire en culturele klapluikjes tenminste een goede kans.