Vrouw met de baard haat machthebbers

Marieke de Kleine en Loek Peters in de NNT-voorstelling ‘De vrouw met de baard’ (Foto Karel Zwaneveld) 10042007. Groningen. Nederland. Het Noord Ned. Toneel NNT speelt "De vrouw met de baard". Regie en tekst Koos Terpstra. Spel: Ludo Hoogmartens, Marieke de KLeine, Lotje van Lunteren, Loek Peters, Marijn de Rijk, Joris Smit, Koen Wouterse, Yorick Zwart. Foto Karel Zwaneveld Zwaneveld, Karel

Voorstelling: De vrouw met de baard door het Noord Nederlands Toneel. Gezien: 11/4 De Machinefabriek, Groningen. Aldaar t/m 28 april. Inl: www.nnt.nl of 050-3113399.

De woedende monoloog van het personage Vrouw is een van de hoogtepunten uit dit seizoen. Koos Terpstra, tekstschrijver en regisseur van de voorstelling met de circustitel De vrouw met de baard, is een theaterman met een morele missie: er is veel mis in Nederland, vooral met de machthebbers. Marieke de Kleine als Vrouw valt uit tegen haar vroegere geliefde, de ongrijpbare, kille en emotieloze Baas. Vrouw krijst, laat haar woede escaleren en blijft tegelijk de perfect beheerste actrice: „Jullie machthebbers zijn een wandelend moeras, jullie hebben een hoge dunk van jezelf, maar jullie zijn op niets anders uit dan baantjes!” En de mooiste aantijging: „Wie denken jullie wel dat jullie zijn dat jullie mìj mogen vertegenwoordigen?”

Hier houd ik van. Woede. De machteloze vrouw symboliseert de onmacht van de burger in het Nederlandse politieke klimaat. Koos Terpstra sluit met zijn heftige voorstelling aan bij het recente Tragedie van Gerardjan Rijnders. Beiden spreken zich uit over de Nederlandse samenleving. Actrice Marieke de Klein kon zo weggelopen zijn uit Tragedie. De onverschillige goden bij Rijnders krijgen in De vrouw met de baard slechts één personage toebedeeld, maar die is dan ook briljant: de hoogste, ijskoude Baas, voortreffelijk gespeeld door Martijn de Rijk. Het slotbeeld van De vrouw is ontroerend. Op de achtergrond draait de carrousel rond, de popgroep U2 zingt All I want is you. En de Baas troont in egocentrische eenzaamheid op zijn zetel.

Eerder hoorden we al Bob Dylan met zijn mysterieuze song Red Cadillac and a Black Moustache. Zijn tekst draagt de openingsscène, waarin de man desperaat aan zijn ex-geliefde vraagt: „Met wie ben je aan het rotzooien sinds ik weg ben?” Deze paradox sijpelt in alle scènes door. In de visie van Terpstra zijn kermisklanten en politici uit hetzelfde hout gesneden; soms is hij te simplistisch, tenminste, als je de nuance zoekt. Theatraal weet hij zijn onvrede over het maatschappelijke klimaat in Nederland treffend uit te beelden.

Op ingenieuze wijze combineert Terpstra de wereld van het circus met de politieke wereld. Losse scènes over waarheid en leugenachtigheid verweeft hij met de Nederlandse werkelijkheid. In een ijzersterke scène valt Volkert van der G. de ongrijpbare Pim Fortuyn aan. Acteurs Loek Peters en Joris Smit maken er een geëmotioneerde confrontatie van. Ondertussen vertolkt Lotje van Lunteren de titelheldin. Zij slaat een brug tussen circus en politiek. Maar uiteindelijk slaagt ze daar niet in: wat zij wil is pure, onbaatzuchtige liefde. Een machteloos verlangen.