Vrijdag de Dertiende

Er was een nieuw meisje in onze straat komen wonen, ze heette Sjarifa en kwam uit Turkije. Ze had heel mooie ogen en ze had ook iets raars, wat ik leuk vond. Haar linkerarm was namelijk half zo kort als haar rechter.

En met haar linkerhand kon ze alles wat andere kinderen niet konden. Zoals heel snel een tennisbal gooien en vangen. En daardoor was ik meteen verliefd op haar. Als ik op straat met haar speelde, keek ik alleen naar die arm, die alle ballen ter wereld leek te vangen.

Er was nog iets raars aan haar: ze sprak geen Nederlands, maar Turks. Die taal klonk als een toverspreuk, met aa’s, eu’s en ssj’s. „Wat praat je mooi”, zei ik terwijl ze de tennisbal tegen een muurtje gooide. Ze keek me dan aan alsof ik gek was geworden en trok haar wenkbrauwen op, waarbij haar ogen licht gaven.

Als we elkaar iets wilden uitleggen, deden we dat met gebaren. En als ik haar niet begreep, zeiden we het gewoon in onze eigen taal. In de hoop dat we het dan toch snapten.

Op een middag, het was bijna vijf uur, wilde Sjarifa me iets duidelijk maken. Ze zwaaide met haar armen, alsof ze 1000 ballen tegelijk moest vangen. En ze schreeuwde wat in het Turks, waar ik dit keer echt niets van begreep. Behalve dat het over morgen ging.

Toen pakte ze mijn jongenshorloge en draaide de wijzers op zeven uur. Daarna gingen we weer balgooien. Tot onze moeders ons riepen voor het eten.

De volgende ochtend werd ik al om vijf uur wakker. Zo onrustig was ik. Keer op keer keek ik op mijn horloge om te zien of het al tijd was om op te staan. En tussendoor viel ik steeds in slaap. Maar toen klopte mijn moeder ineens op mijn kamerdeur en was ik klaarwakker. „Ben je nou nog niet op?” vroeg ze. „Straks kom je nog te laat op school.”

Ik keek op mijn horloge – het was nog maar half zeven.

De deur van mijn kamer ging open en mijn moeder kwam binnen. „Opstaan, luiaard! Het is al bijna half negen!”

Half negen? Ik sprong uit bed en kleedde me aan, zonder me eerst te wassen. Binnen drie minuten stond ik op straat en rende naar het huis van Sjarifa. Daar zag ik meteen wat ik had gemist. Het huis was leeg, Sjarifa en haar familie waren vertrokken. Waarheen weet ik nog altijd niet. Maar toen ik thuiskwam zag ik op de kalender op de wc dat het vrijdag de 13de was.