‘Voor een bouwproces zonder ongeluk’

Met een Japanse ‘groundbreaking ceremony’ werd gisteren het startschot gegeven voor de nieuwbouw van het Stedelijk Museum.

Achter het bouwterrein, waar zeven schoppen met rood-witte banieren in het zand steken, verrijst het Van Gogh Museum. „Het zou mooi zijn als de entree van het Van Gogh aan onze kant zou komen”, mijmert Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum: „Dan zouden de bezoekers van het Van Gogh makkelijker bij ons binnenlopen.”

Van de buitenlandse museumbezoekers in Nederland komen er velen uit Japan, het land waarmee het Stedelijk Museum de banden onlangs heeft aangehaald. Het Japanse bedrijf Tejin Twaron levert de kunststoffen dakconstructie van de nieuwe uitbouw van het museum, die is ontworpen door het architectenbureau Benthem Crouwel. Tejin Twaron is daarmee een belangrijke sponsor van de verbouwing van het Stedelijk, die eind 2009 klaar moet zijn.

Op de nog zanderige rafelrand van het Museumplein in Amsterdam zijn vanmiddag nogal wat Japanse hoogwaardigheidbekleders verzameld. Ze zijn hier met vertegenwoordigers van het museum, de aannemer, de gemeente Amsterdam en de media voor een zogeheten ‘groundbreaking ceremony’. Dat is een Japans ritueel om bouwprojecten officieel te beginnen. „Voor een bouwproces zonder ongelukken”, zegt Van Tuyl in een toespraakje.

Zes mannen en een vrouw – wethouder Carolien Gehrels van Cultuur – maken midden op de zandvlakte een hoofse buiging bij de versierde schoppen. Zonnende toeristen kijken toe hoe zij om de beurt wat zand op een hoop schepen. De glaasjes sake en de sushi gaan rond en dan is de plechtigheid voorbij. Daarvoor hebben alle sprekers gerept over de bezegeling van de eeuwenlange Japans-Nederlandse vriendschap.

Het Stedelijk Museum wordt een uithangbord voor het bedrijf Tejin, dat graag wil laten zien dat zijn kunststof vezels ook geschikt zijn om grote bouwconstructies te dragen. Maar Tejin wil ook investeren in de samenleving, beklemtoont bestuursvoorzitter Toru Nagashima. Zijn bedrijf is bijvoorbeeld al jaren sponsor van het Gelders Orkest. Dat orkest heeft sinds dit seizoen een vaste dirigent uit Japan – Ken-ichiro Kobayashi – en is net terug van een toernee door Japan. „De duizenden bezoekers waren zeer enthousiast”, zegt Nagashima.

De betrekkingen tussen Nederland en Japan worden in 2009 feestelijk herdacht. Een van de festiviteiten is de heropening van het Stedelijk. Tot die tijd moet het museum improviseren met het tijdelijk onderkomen bij het centraal station. Die ruimte is ongeschikt voor het tonen van klassiek-moderne werken. Om die reden heeft het Stedelijk nee moeten zeggen tegen de Beckmann-tentoonstelling, die nu bij de buurman wordt gehouden.

Het Stedelijk Museum CS is ook niet bruikbaar om de vaste collectie te tonen. „De werken van Malevitsj zijn niet te zien – verschrikkelijk”, zegt Van Tuyl. Het Stedelijk zoekt nog steeds locaties, maar tot op heden tevergeefs. En de Beurs van Berlage, die net is verkocht aan particulieren? Van Tuyl: „Ik ben er geweest. Het klimaat is niet geschikt.”

Wat dan? Van Tuyl wijst op het bijgebouw van het Van Gogh, ook van Japanse makelij: „Het kan daarin misschien.” Daarover spreekt het Stedelijk met de buurman, net als over die entree aan de zijkant. En met de twee andere spelers van het Museumplein erbij, het Rijksmuseum en het Concertgebouw, wordt gesproken over de hele herinrichting van het plein: „Het is nu nog een grasveld; het moet een echt plein worden.”