Van wrakbaars maak je fijne vissticks

De Noordzee is twee nieuwe vissoorten rijker. Voor de Noord-Hollandse kust is een jonge wrakbaars gevangen, een roofvis die ruim twee meter lang en 100 kilo zwaar kan worden. Ten noorden van Terschelling is een bandvis opgevist, een lintvormige vis die een lengte van maximaal drie meter kan bereiken. Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam heeft beide diepzeevissen verworven. „Onze trekker voor het museumweekeinde”, zegt conservator Kees Moeliker.

Een dagje gevist?

„Wij hebben goede connecties met Urker zeevissers. Ze bellen als ze iets bijzonders boven water halen. In februari kregen we een telefoontje van de kotter UK 61. Ze hadden een lange vis met grote ogen en een rare bek gevangen. Een langsnuitzeepaard, zeiden ze. ‘Vries maar in’, antwoordde ik. Het bleek een bandvis te zijn, een diepzeevis. In januari hadden andere Urker vissers al een wrakbaars aangeboden, ook een vis die nog nooit in onze wateren was aangetroffen.”

Met de haring en de kabeljauw gaat het slecht op de Noordzee. Zijn deze deze nieuwe vissen een alternatief?

„Ik ben bang van niet. Ze vormen een verrijking voor de soortenlijst van vissen die in de Noordzee voorkomen. Maar verder zijn dit incidenten. Het zijn op drift geraakte vissen, zogeheten dwaalgasten. De Noordzee is te ondiep voor ze.”

Jammer, die wrakbaars ziet er anders wel smakelijk uit.

„De bandvis is geen commerciële vis. Die is zo lang en dun, dat is vooral graten en vel. Uit praktische overwegingen hebben we ons exemplaar als een rolmops op sterk water gezet. Maar de wrakbaars is uitstekend eetbaar, daar zou je fijne vissticks van kunnen maken. In Portugal staat hij vaak op de kaart, weet ik. Hij smaakt ongeveer als zeebaars.”

Arjen Ribbens