Training

Zo af en toe ontdek je een kleine, overzichtelijke misstand waar op eenvoudige wijze iets aan kan worden gedaan. Ik heb het niet over exorbitante topinkomens in het bedrijfsleven (een overzichtelijke misstand waar blijkbaar niets aan te doen is), ik wou het met u hebben over het verschijnsel ‘training’.

U kent dat wel. Je werkt ergens al enige tijd en op zeker moment heb je een functie die nieuwe vaardigheden vereist. Je moet leiding geven, functioneringsgesprekken voeren met medewerkers, jongere collega’s coachen, kortom: je moet taken vervullen waar managementvaardigheden aan te pas komen.

Die vaardigheden kun je leren. Er bestaat een woud aan managementadviesbureaus waar ze trainers in dienst hebben die werknemers in andere organisaties de fijne kneepjes van het managen bijbrengen. U en uw collega’s (of uw hogere bazen) huren een trainer, die enkele dagen met u op de hei gaat zitten, in de hoop dat u vol nieuwe kunstjes en met hernieuwd enthousiasme in de organisatie zult terugkeren.

Eenmaal op de hei blijkt dat de tweedaagse training voor ongeveer een halve dag bestaat uit ludieke onderdelen. Er is voorzien in een blindemanspel waarin u de ervaring van coachen en gecoacht worden ondergaat (u krijgt een blinddoek om, uw collega coacht u op verschillende manieren langs obstakels op de hei en vervolgens draait u de rollen om). Er is een onderhandelingsspel waarin u met een groepje collega’s enkele gespecificeerde knutselopdrachten moet uitvoeren, waarvoor u materiaal nodig hebt dat een concurrerend groepje in handen heeft. En ten slotte zijn er stapels activiteitenkaartjes die u op overzichtelijke wijze moet ordenen op een groot vel, om aldus op speelse wijze te leren plannen.

Dit is natuurlijk allemaal te gênant voor woorden. Vooral het blindemanspel, dat zich ook nog in de open lucht afspeelt, waar men heel gemakkelijk kan worden gezien door wandelaars, boswachters, houthakkers en wie al niet meer.

Wij stellen daarom twee eenvoudige vragen: 1) waarom doen trainers dit? en 2) waarom doen wij hier aan mee?

Een onsympathiek antwoord op vraag 1 zou kunnen luiden: trainers willen graag twee volle dagen in rekening brengen in plaats van anderhalve dag en zij vullen daarom een dagdeel met loze activiteiten. Ofschoon dit een plausibel antwoord is, willen we het hier niet meteen bij laten. Een van mijn collega’s sprak er met een trainer over en die verzekerde haar dat hij dit soort spellen met deelnemers deed ‘omdat het altijd werkte’. In al zijn jaren als trainer was hij nog nooit een groep tegengekomen die de knutselopdracht minachtend terzijde had geschoven of hem op de hei had vastgebonden met zijn eigen blinddoeken om vervolgens iets nuttigs te gaan doen.

Ten behoeve van deze trainer en zijn goedwillende collega’s staan we nu stil bij vraag 2: waarom doen mensen aan dit soort dingen mee? In geval van een onvrijwillige training op last van de baas is misschien sprake van angst voor represailles, maar lang niet alle trainingen zijn verplicht. In die gevallen volgen mensen de instructies van een trainer op uit pure beleefdheid. Volwassenen zijn de leeftijd te boven waarop zij lessen willen verzieken; zij weten dat dit vervelend is voor de trainer-docent en voor medecursisten, en zij doen dit dus niet, hoe stupide de opdracht ook is. Dit is een mooie eigenschap van volwassenen, maar zij heeft er toe geleid dat nu in trainerskringen het misverstand is ontstaan dat je in de context van een training overal mee wegkomt.

Elke onderwijzer weet dat de keuze van werkvormen in het onderwijs vooral samenhangt met de leeftijd van het kind. Het heeft geen zin om kleuters te vermoeien met een hoorcollege over geometrische vormen; kleuters moeten gewoon rondjes en driehoekjes sorteren. Naarmate kinderen ouder worden steken zij meer op van rechtstreekse kennisoverdracht. Niettemin moet je ook voor middelbare scholieren zorgen dat er zo nu en dan wat te knutselen valt. Leerplichtige kinderen zitten de hele dag op school en je kunt niet de hele dag geconcentreerd kennis verwerken. Dat is een van de redenen waarom in het voortgezet onderwijs tekenen, handvaardigheid en gymnastiek worden gegeven.

Voor volwassenen gaan beide argumenten niet op: zij zijn geen kleuters en zij zijn ook niet crypto-leerplichtig voor de duur van de training. Een training bestaat nooit uit louter kennisoverdracht; de cursisten volgen niet de hele dag college. Er wordt geoefend met gesprekstechnieken en rollenspelen en tussendoor zijn er lunches en theepauzes. Dat is ludiek genoeg voor een gemiddeld intelligente volwassene.

Laten we deze kleine misstand als volgt oplossen. Als wij een offerte binnenkrijgen van een trainer, dan stellen wij standaard voor om de begrote trainingstijd met een kwart te bekorten door alle spelonderdelen te schrappen. We slaan geen acht op de argumenten van de trainer dat juist die onderdelen altijd zo in de smaak vallen en zo goed zijn voor het groepsgevoel. Als het groepsgevoel verbetering behoeft gaan we wel wandelen op de hei. Zonder kwartetkaartjes, zonder knutselmateriaal en vooral zonder blinddoek.

Eerdere columns van Margo Trappenburg op www.margotrappenburg.nl