Topmannen van Nederland geven topvrouwen geen kans

Er zijn genoeg vrouwen die de top kunnen en willen halen, en toch lukt het niet.

Glazen plafond? Noem het liever valse concurrentie door het mannenkartel.

De emancipatie is voltooid. Vrouwen in Nederland hebben dezelfde rechten als mannen. De strijd is voltooid, het feminisme overbodig. Toch?

Toch niet. Want wat is het nut van gelijke rechten als het vrouwen nog steeds onmogelijk wordt gemaakt de macht te grijpen? Nederlandse vrouwen bereiken zelden de top. In de raden van bestuur en van commissarissen van de grootste Nederlandse bedrijven is nog geen 4 procent vrouw, de secretarissen-generaal bij de rijksoverheid zijn allemaal mannen.

Aan het opleidingsniveau van de vrouwen ligt het niet: vrouwen zijn gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. En hoewel volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau het ambitieniveau van de Nederlandse vrouw niet hoog is, blijkt eveneens dat vrouwen die het tot het middenmanagement schoppen, wel degelijk verder willen komen. Kortom, er zijn vrouwen genoeg die de capaciteiten en de wil hebben om de top te bereiken. Maar iets houdt ze tegen.

Dat ‘iets’ wordt vaak het glazen plafond genoemd, alsof het om een onzichtbaar natuurverschijnsel gaat waaraan weinig te doen is. Women on Top, een netwerk van ambitieuze vrouwen, noemt het liever een mannenkartel: een succesvolle poging van mannen om de markt voor topposities dicht te houden voor concurrentie van vrouwen.

Op zich is dat heel begrijpelijk: machtige marktpartijen willen hun positie beschermen. Zie bijvoorbeeld de Nederlandse bouwbedrijven die bouwopdrachten liever zelf verdelen dan ze te grabbel te gooien op de vrije markt. Dat kartel is inmiddels aangepakt, de valsspelers zijn beboet.

Natuurlijk: van vrouwenhaat en een complot tegen dames is geen sprake. Daarvoor zijn de heren te welopgevoed. Ze zijn zich van geen kwaad bewust als ze nieuwe functies weer eens onderling en mondeling verdelen op de golfbaan, de sociëteit of in het café. En als een vacature al openbaar is, dan worden vrouwen vaak met discriminerende functie-eisen afgeserveerd. Een voorbeeld is de eis dat iemand vele jaren onafgebroken werkervaring dient te hebben. Vrouwen verlaten vaker dan mannen tijdelijk de arbeidsmarkt wegens de geboorte van kinderen. Hierdoor zet deze functie-eis vrouwen in de sollicitatieprocedure op een achterstand. De waarde van de kandidaat-topvrouw wordt dus niet op basis van objectieve criteria zoals motivatie en kunde vastgesteld, maar op basis van de afgeleide factor werkervaring.

Volgens het ministerie van Financiën kost het glazen plafond de Nederlandse samenleving jaarlijks 8 tot 9 miljard euro. En ook aandeelhouders betalen een prijs. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat bedrijven met vrouwen aan de top meer waarde creëren voor hun aandeelhouders dan bedrijven waar het topmanagement bestaat uit een ‘ons-kent-ons’-groep van mannen onder elkaar.

Toch wil de Nederlandse mannelijke manager niets weten van het winstpotentieel van vrouwen. Dat bleek begin dit jaar uit het Global CEO Survey van adviesbureau PricewaterhouseCoopers. Liefst 43 procent van de Nederlandse topmannen onderschrijft de stelling dat ‘de voordelen van meer genderdiversiteit in het management worden overschat’. Internationaal gezien een behoorlijk eigenwijze houding, want wereldwijd is maar 24 procent van de managers deze mening toegedaan.

De monopoliepositie van mannen is niet natuurlijk: hun sekse maakt hen niet beter in het uitoefenen van bepaalde functies. Ze beschermen hun topposities op oneigenlijke wijze. Tijd voor de Nederlandse Mededingings Autoriteit (NMa) om aan dit monopolie een eind te maken. Beboet het mannenkartel!

Esther van Rijswijk is freelance journalist, Mei Li Vos Tweede Kamerlid (PvdA).

Lees de brief aan de NMa op women-on-top.nl