Stoer en kwetsbaar

In ‘Kiek’ vertellen fotografen over hun favoriete foto. Deze week Martijn van de Griendt (1970) uit Amsterdam.

‘Die lantaarnpaal heeft iets symbolisch. Ze gebruiken hem wel, maar ze zien hem nauwelijks. Die jongen en dat meisje gaan volledig in elkaar op. Die onhandige uitdrukking op het gezicht van het meisje op de achtergrond. En die arm van die jongen rond de paal: heel stoer, met die spierbal, maar tegelijkertijd is de manier waarop zijn handen om de schouders van dat meisje liggen weer heel lief. Dat vind ik mooi.

„Deze foto komt uit Brooklyn Gang, een van mijn lievelingsboeken. Het is een van de eerste projecten van Bruce Davidson. Toen hij in 1958 lid werd van het fotoagentschap Magnum ging hij naar Brooklyn om een documentaire te maken over The Jokers, een groep teenagers in die buurt. Hij hing met ze rond op straat en op het strand bij Coney Island.

„Het resultaat, allemaal geschoten met zwart-witfilm, is prachtig. Davidson toont niet alleen een intiem portret van opgroeiende jongeren in de jaren vijftig. Hij laat ook iets universeels zien. Iets wat je bij tieners van nu ook terugvindt: een mengeling van stoerheid en kwetsbaarheid.

„Davidson is een echte mensenfotograaf. Dat ben ik ook. Zijn recente expositie, Subway, die deze maand nog te zien is in Parijs, gaat over de metro in New York. Het zijn kleurenfoto’s van de meest uiteenlopende types die in treinen of het station rondhangen.

„Toen Davidson The Jokers ging fotograferen was hij een jaar of 25. Op diezelfde leeftijd ben ik ook tieners gaan fotograferen. Davidson beschrijft in zijn boek hoe hij de wens had om in de groep op te gaan. Dat gevoel ken ik maar al te goed. Ik ben geen fly on the wall. Ik hou er niet van om mezelf op de achtergrond te stellen. Integendeel. Ik wil me tussen anderen mengen, begrijpen wat ze beweegt en dat vastleggen. Waarom? Misschien wel omdat ik niet graag volwassen wil worden.

„Ik vind het vreselijk saai om dingen of landschappen te fotograferen, 99 procent van mijn fotografie gaat over mensen. En als ik dan een keer een foto maak van een hartje op de muur, dan is dat omdat dat door een mens is achtergelaten.”