Stap in dit schilderij

In een pittoresk stukje Suffolk worden de beroemde uitzichten die John Constable schilderde in ere hersteld. Retrokitsch of een revolutie?De schilder als leverancier van natuur.

Bevoorrecht is groen, het is de kleur die in ons landschap het vaakst voorkomt. Gras en bomen, groen in alle soorten en soms juist maar in één. De rest mag er tegen afsteken, het zwart en wit van een koe, het grijs van een rivier, het rood van een klaproos of een auto. In Constable Country is het groen soms bijna beeldvullend. Als je onder aan zo’n ronde heuvel staat, is er maar een benepen strookje blauw boven de horizon.

Constable Country is vernoemd naar de Engelse schilder John Constable (1776-1837). Constable zat eens in de postkoets toen een passagier hem vertelde dat ze nu door Constable’s Country reden. Ze zei dat niet omdat hij er vandaan kwam, omdat hij in East Bergholt was geboren, in Dedham naar school ging en in Flatford werkte in de molen van zijn vader. Ze zei het omdat Constable die dorpjes, en al het land daartussen, geschilderd had; de kerktoren van Dedham, de watermolen van Flatford, de koeien, het gras, de heuvels, het huisje van Willy Lott, de tuin van zijn vader, de iepen en de populieren; de rivier, het koren en het gras.

Vóór Constable ze schilderde werden ze nog niet schilderachtig gevonden. Nu zijn sommige van zijn landschappen nationale iconen. The Haywain (de hooiwagen) werd in 2005 tweede in een verkiezing van het beste Britse schilderij. Engelser dan een gezegde van Shakespeare of een schilderij van Constable kan Engeland niet zijn.

Tijdens zijn leven was het acht uur met de postkoets van Londen verwijderd, nu met de trein een uur. Vanuit de trein lijkt Constable Country een landschap waarbij je de krant kunt lezen. Lage heuvels met hier en daar een boom of een koe; zo’n landschap waarvan je denkt dat je er eeuwig langs kunt blijven rollen. Maar dat komt eerder doordat er zoveel reproducties van in omloop zijn dan doordat het echt zo is. Constable Countries zijn schaars; het is een ouderwets landschap geworden. Alleen de Eiffeltorenachtige elektriciteitsmasten verraden dat het vandaag geen 1906 is of nog eerder.

Mr. Pike haalt me op bij het station van Colchester. We rijden naar Stoke-by-Nayland, een dorpje met 2000 inwoners. Er lijkt sinds 1700 geen huis bijgebouwd. „Vroeger was men hier te arm om iets te bouwen”, zegt Pike, een zelfbenoemd natuurbeschermer, die in een kapitale boerderij uit 15-zoveel woont. „Nu willen we het niet meer.” De kerk is nog steeds met afstand het grootste gebouw van het dorp, in de vijftiende eeuw gebouwd met de opbrengsten van de wolhandel, in de enige en laatste periode van grote voorspoed in Suffolk. Als we bij St Mary uitstappen en op het kerkhof vriendelijk gegroet worden door de dominee, is het of ik in zo’n bedaagde tv-serie van de BBC terecht gekomen ben. Het is uitgesloten dat hier iets revolutionairs gebeurt.

Dit land leeft in het verleden. Misschien is het op zichzelf al een prestatie dat de moderniteit visueel zo grondig buiten de deur is gehouden. Maar het gaat nog verder. Er voltrekt zich in Constable Country een revolutie die de verhouding tussen kunst en werkelijkheid op zijn kop zet.

Mr Pike trekt zijn rubberlaarzen aan.

We lopen langs de kerk een voetpad op. Stoke-by-Nayland ligt aan de rand van Constable Country. Maar het is wel hier dat de schilder zijn laatste grote werk maakte, een gezicht op de kerk uit 1837 – een schets in olieverf. Constable stierf voor hij er een schilderij van kon maken. Erg is dat misschien niet, want Constable wordt nu door de kenners meer gewaardeerd om zijn schetsen waarop de verf brutaler is, dan om zijn schilderijen, die naar de huidige maatstaven te netjes zijn.

Het is van die schilderijen nu moeilijk voor te stellen dat ze ooit baanbrekend zijn geweest. Maar ook het affe werk van Constable is te zien als stap voorwaarts in de lange evolutie van de landschapsschilderkunst die uitmondt in het impressionisme. „Constable was een van de eerste kunstenaars die de allegorie overboord zette en gewoon schilderde wat hij om zich heen zag”, zegt mr. Pike terwijl hij een wilgentak opzij buigt. Geen heiligen, geen notabelen, maar koeien, wilgen, wolken. „Schilderen is een ander woord voor voelen”, zei Constable ooit.

Mr. Pike, een bijna gepensioneerde tandarts, heeft met zijn Green Light Trust dit verwaarloosde stukje van Stoke-by-Nayland in een ‘community woodland’ omgezet. Zomers krijgen de kinderen van de plaatselijke school er les.

We glibberen verder naar beneden, en dan staan we er eindelijk, precies op de plek waar Constable stond toen hij zijn schets maakte. Maar wat hij zag is niet meer te zien. Alleen de toren van de kerk gluurt tussen de bomen door, het lange schip met de kasteelachtige kantelen wordt aan het zicht onttrokken door een bos populieren. Lang zal dat niet meer duren. Twee houthakkers zijn bezig de bomen om te zagen. „Trees to make way for view that inspired Constable”, kopte The Daily Telegraph op 31 juli 2006. De bomen worden omgehakt om het uitzicht van Constable te herstellen. Dat is de revolutie.

‘Trees to make way’ was maar een klein berichtje in de Telegraph. Het lijkt ook klein nieuws, maar het is groot. De gebruikelijke verhouding tussen kunst en werkelijkheid wordt hier doorbroken. De kunst imiteert het leven niet meer, maar het leven de kunst. Ik vraag me af wat Constable ervan gevonden zou hebben. De schilder was tegen de oprichting van een nationaal museum. „Dan zal er einde komen aan de kunst in ons arme Engeland”, schreef hij in 1822 in een brief. „De reden is helder en zeker. De makers van schilderijen worden het criterium voor perfectie en niet de natuur.”

Mr. Pike geeft de houthakkers een hand. Ook het beekje en de vijver linksonder op de schets zullen weer worden aangelegd. De schilder is geen afnemer meer, van zoveel groen en zo’n beetje grijs, van bomen en rivieren, maar leverancier. „These scenes made me a painter”, zou Constable later zeggen over het land van zijn jeugd. Hij was al een schilder voor hij kon schilderen. En na zijn dood is hij het weer.

Het komt wel meer voor dat de plaats waar een kunstenaar gewerkt heeft een bedevaartsoord wordt. Vaak gebeurt dat met een atelier, dat op dezelfde plek behouden wordt of elders weer opgebouwd. Bij landschapschilders wordt soms ook het uitzicht dat zij schilderden een toeristisch trekpleister. Maar ingegrepen in de werkelijkheid wordt er nooit. In Constable Country gebeurt dat nu zowel in Stoke-by-Nayland, als in Flatford, het hart van het gebied.

Flatford is het hart van Constable Country. Er staan in dit gehucht nog dezelfde gebouwen als in Constable’s tijd, toen zijn vader eigenaar was van de watermolen en boer Willy Lott in ‘Willy Lott’s house’ woonde, het huis dat waarschijnlijk het vaakst door Constable is geschilderd. Hier vind je op een paar meter afstand tien schilderijen en honderden schetsen, van The Mill Stream uit 1810 tot The Haywain uit 1821.

Martin Atkinson werkt in Bridge Cottage, dat onder meer te zien is op View on the Stour near Dedham (1822). Atkinson is property manager voor de National Trust, de Engelse hoedster van cultureel erfgoed en natuurmonumenten. Hij beheert tweehonderd hectare land in de vallei van de Stour. Daar horen ook de molen en Willy Lotts huis bij, die in 1943 eigendom van de Trust werden, verwaarloosd en vervallen. Nu ziet het huis van Lott er weer net zo uit als in 1810. Alleen de bakoven aan de achterkant ontbreekt.

De schilderijen van Constable geven

de omgeving zo accuraat weer dat Atkinson precies kn aangeven wat waar geschilderd is. „Laten we naar Boat Building lopen”, zegt hij. Toch gebeurt er iets vreemds als je van schilderij naar landschap kijkt. Veel van Constables schilderijen waren nogal groot, zo’n anderhalve meter, toen een uitzonderlijk monumentaal formaat voor een landschap en nu nog steeds aan de forse kant. Ze gaven de omgeving mede daardoor een grandeur die het origineel mist. In het echt valt juist op hoe klein het hier is en dat het echt Constable’s schilderijen zijn die het schilderachtig hebben gemaakt. Atkinson staat nu met een reproductie van het schilderij uit 1814 in zijn hand armen dezelfde plek. Het landschap is in verschillende handen. „Wij bezitten de voorgrond”, zegt hij. „De rivier wordt beheerd door het Environment Agency [het Britse Rijkswaterstaat]. Het pad aan de overkant is privé-eigendom. De bomen daarachter zijn weer van het Environment Agency, het veld daarachter is van een boer en de achtergrond is weer van iemand anders.”

Atkinson is nu bezig voor elk stuk landschap dat Constable schilderde een conserveringsplan te schrijven. „Normaal doen we dat voor huizen en parken. Dit is de eerste keer dat we het voor een uitzicht doen.”

Met de auto rijden we over een holle weg naar nog een aantal Constable-schilderijen in de Dedham vale, zoals de vallei van de Stour hier heet. Fen Lane, het pad dat Constable van school naar huis liep is nog steeds een onverharde weg. Daar blijkt dat Constable op zijn schilderijen niet altijd accuraat was. Hij verplaatste wel eens een kerktoren als dat voor de compositie beter uitkwam of schilderde een bomengroepje dat er niet was. Voor mensen die meer gewend zijn aan fotograferen dan aan schilderen is dat misschien juist de grootste sensatie: zomaar eventjes een toren verplaatsen kan niet op een mechanische reproductie. Nu zal ook die sensatie weer slijten. Met de computer is zoiets net zo makkelijk als met een kwast.

De schetsen zijn volgens Atkinson bijna altijd wel accuraat. „Dat lijken wel foto’s.” Daar verlaat hij zich bij zijn ingrepen dan ook liever op dan op de schilderijen. Sommige dingen zijn niet meer te herstellen. In Constable’s tijd werd op de hellingen graan verbouwd. Nu is daar ook gras. Dedham vale bevat dus meer groen dan op Constable’s werk.

Het is niet de bedoeling het landschap helemaal terug te brengen tot de staat op het schilderij, maar wel om te zorgen dat het niet verder verandert. Er mogen geen gebouwen worden neergezet en ook de beplanting is aan restricties onderhevig. Hij wijst erop dat het land op de achtergrond in het schilderij vlak is en in het echt oploopt. „Daar ligt een oude dijk tegen het overstromen va de rivier. Die heeft nu geen functie meer. Zonder dijk is de akker weer net zoals op het schilderij.”

We draaien ons om en zien View on the Stour near Dedham. Hier wil Atkinson bomen kappen. Maar dan wijst hij op een taxusboom en zegt: „Die staat er nog wel een paar honderd jaar, maar als-ie sterft moet er geen nieuwe geplant worden. Ja, landschapplanning is iets van de lange termijn.” Andere bomen zullen niet gekapt worden omdat ze moderniteiten aan het oog onttrekken, zoals een parkeerplaats en een cafetaria.

Ook overweegt Atkinson een boot na te bouwen zoals die op Boat Building voorkomt. „Zo’n boot hebben we hier in de grond gevonden. Mensen zouden dan weer net als toen tochtjes met de trekschuit kunnen maken.”

Ik loop van Dedham terug naar Flatford. Er is niemand anders. Constable stoffeerde zijn schilderij altijd met mensen, een jongen die uit een beekje drinkt, een boer achter zijn ploeg, een vrouw die de was doet, een man die de trekschuit door de sluizen boomt. Die mensen zullen in het landschap voorgoed ontbreken. Maar Constable schilderde ze wel al van een soort toeristische afstand. Hij zag het landschap zelf al als een schilderij waarin de mensen een soort stoffering waren, niet belangrijker of minder belangrijk dan een boom of een rivier.

Terug in Flatford loop ik naar

The Haywain. Over wat dit schilderij precies afbeeldt zijn de meningen verdeeld. De kar rijdt volgens Atkinson niet door de rivier naar de akker op de achtergrond, omdat er daar helemaal geen doorgang is. Of de wagen staat even in het water om te zorgen dat de houten wielen niet verder krimpen in het hete augustusweer. Het doet er niet meer toe. The Haywain is een soort algemeen beeld geworden van het leven op het land, waar alles goed was en iedereen zijn plaats kende.

„We voelen ons tegenwoordig vooral heel erg op ons gemak bij dit soort schilderijen”, zegt mr. Pike. „Het herinnert ons aan het Engeland uit een tijd die we meer waarderen dan de huidige, veel meer dan Turners zeegezichten vol zware stormen en zinkende boten.” Maar dit land was ook al in Constable’s tijd een conservatieve fantasie geworden. Toen Constable The Haywain schilderde, waren er op het platteland al grote veranderingen gaande en werd ook de rust in Dedham vale verstoord door opstanden van landarbeiders die boerderijen in brand staken.

Een tijdgenoot van Constable, de radicale journalist-politicus William Cobbett, schreef in 1823 over de veranderingen die hij zag op weg naar Canterbury, niet ver van Flatford. „Op dit mooie eiland is elk stuk grond ingepikt door de rijken. Geen heggen, geen greppels, geen meenten, geen grazige lanen: een land verdeeld in grote boerenbedrijven, een paar bomen staan op de grote boerderijen heen. Verder zijn er geen bomen; en de arme landarbeider heeft niet eens een tak hout, en heeft geen plek voor een varken of en koe om te grazen; of om zelf op te gaan liggen.”

In Constables werk is daar niets van te merken. Constable zag die veranderingen wel, en interpreteerde ze vooral visueel. „Er zal nu snel een einde komen aan het pittoreske in het koninkrijk”, schreef hij in 1825.

In Constable Country is het pittoreske Engeland bewaard gebleven. Het wordt nu zelfs nog erger. Het zoete beeld van het platteland dat van de schilderijen van Constable oprijst, wordt nu niet alleen gebruikt door Constable’s vele navolgers onder amateurschilders, het wordt zelfs gebruikt om de werkelijkheid aan te passen.

Toch is het mogelijk in deze speciale vorm van behoudzucht een andere kant te ontdekken die van hem weer een revolutionair maakt. „Goeie God”, schreef hij in 1833 in een brief, „wat is het toch treurig dat deze mooie kunst zo aan zijn eigen vernietiging vast zit – alleen gebruikt wordt om onze ogen en gevoelens blind te maken voor het schijnen van de zon, voor het bloeien van de velden, het bloesemen van de bomen & het horen ruisen van het gebladerte – en oude zwarte uitgewiste vieze stukjes linnen de plaats innemen van Gods eigen werken.”

Constable wordt vaak gezien als wegbereider van het impressionisme. Nu kan hij, geholpen door de Mr. Pikes en Mr. Atkinsons, gezien worden als een pionier van de land art en de conceptuele kunst. Zelfs de elektriciteitsmasten zullen binnenkort onder de grond verdwijnen. Op Constable Country staat dan echt zijn handtekening. Niet op de schilderijen, maar op de kerktoren van Dedham, de molen van Flatford, de koeien, het gras, de heuvels, het huis van Willy Lott, de tuin van zijn vader, de iepen en de populieren; de rivier en het gras. Constable Country is een kunstwerk. Dubbel bevoorrecht groen.