Premier Wen in Kyoto: onbekend en onbemind

Vanochtend toerde de Chinese premier Wen Jiabao door de Japanse oude hoofdstad Kyoto. Hij zwaaide lachend naar de omstanders. Maar die zwaaiden nauwelijks terug.

De zwarte limousine met rode vaantjes draait vanuit het oude keizerlijke paleis de weg op. De Chinese premier Wen Jiabao lijkt zich aanmerkelijk minder zorgen te maken om zijn veiligheid dan de nerveuze bewakers in zijn gevolg. Lachend zwaait hij de bevolking van Kyoto, Japans oude hoofdstad, toe. Maar veel toeschouwers zijn er niet. De meesten staan te wachten tot ze eindelijk mogen oversteken. Niemand zwaait terug. Er zijn ook geen Chinese vlaggen te bekennen. Slechts een enkeling legt het moment digitaal vast op de mobiele telefoon.

De lauwe respons is een afspiegeling van de onbekendheid van Wen en de onbemindheid van zijn land. Een steekproef vanochtend op de universiteit van Kyoto, nummer twee in de academische hiërarchie, was onthullend. Wen? Bijna geen van de elitestudenten kende de goede man, laat staan dat ze wisten dat hij op enkele honderden meters afstand de lunch aan het gebruiken was.

Alleen rechtenstudent Tomoyuki Yotsugi is helemaal op de hoogte. Hij heeft gisteren ook Wens verzoenende toespraak voor het Japanse parlement gehoord. „Maar volgens mij spreekt hij met twee monden en zegt hij voor het thuisfront iets heel anders”, zegt hij. Een lange treinreis van Shanghai tot aan de verre westgrens van China heeft hem voornamelijk doen inzien hoe Peking de etnische minderheden onderdrukt.

De Japanse media trekken een andere conclusie. „Het charmeoffensief van Wen is voornamelijk gericht op de eigen bevolking”, meent commentator Chihiro Kato van Asahi News Station. „Later dit jaar wordt het partijcongres gehouden en goede relaties met Japan zijn van cruciaal belang voor Wen om zijn machtspositie te bestendigen.”

De cameraploegen bij het paleis zijn inderdaad overwegend Chinees. Alleen de Japanse nieuwsprogramma’s besteden aandacht aan het bezoek. Een lokale zender zond vanmiddag doodleuk een film uit waarin Chinese scheepslieden meedogenloos illegale landgenoten lieten verdrinken.

Het sluit aan bij het weinig rooskleurige beeld dat veel Japanners van hun communistische buurland hebben. „Ik ben blij met de positieve boodschap die Wen naar huis stuurt”, zegt commentator Kato, „maar tegelijkertijd is het verontrustend dat de regering de media zo kan controleren”.

Ook het verbranden van Japanse vlaggen, het uitjouwen en bedreigen van het nationale elftal, en de gewelddadige anti-Japanse demonstraties liggen nog vers in het geheugen. „Ik weet dat ik het niet mag zeggen”, fluistert Yasuyo Komori (66) terwijl een vlaag kersenbloesem op haar neerdaalt, „maar wij hebben hun zo veel hulp gegeven en het enige dat we terug krijgen is het bevel om niet naar de Yasukuni-tempel te gaan” – waar Japan zijn oorlogsdoden, inclusief -misdadigers, herdenkt.

De meest voorkomende associatie met China is echter de snelle economische groei. „Maar de bijkomende schade voor het milieu is ontoelaatbaar”, zegt postbode Masako Iwamoto. „Samen met de Verenigde Staten is China verantwoordelijk voor het broeikaseffect”.

Het weer zit de Japanners niet mee, nu de kersenbomen in bloei staan. Een van de weinige zwoele dagen in de week van de kersenbloesem werd ook nog eens vergald door het uit China overwaaiende ‘gele zand’ dat de zon deed verbleken. Dit recente verschijnsel is voor velen het tastbare bewijs dat China niet meer is dan een ontwikkelingsland dat zijn zaken niet onder controle heeft.

Het percentage Japanners dat vriendschappelijke gevoelens koestert voor China is de afgelopen kwart eeuw afgenomen van 80 naar een kleine 30. „Dat is geen ramp”, vindt professor Kazuko Mori van Waseda University. „Als het percentage mensen dat vriendschappelijk gevoelens koestert voor China weer iets omhoog gaat en de rest van de bevolking China maar ziet als een gewoon land, is er niets aan de hand”.