Pensioengeld is ver weg belegd

ABN Amro in het nauw door roerige hedgefondsen? Nederlandse beleggers ABP en PGGM kunnen geen beschermingswal opwerpen. Zij missen de bouwstenen.

Het zijn kanjers in de internationale geldwereld, maar kleinduimpjes in Nederland.

Wie de lijsten bekijkt met de beursgenoteerde aandelenbeleggingen van de pensioenfondsen ABP en PGGM die zij de afgelopen dagen voor het eerst hebben gepubliceerd, ziet pas goed hoe klein de twee in Nederland zijn geworden.

Hun miljoenen klanten wonen en werken hier, maar hun geld is hoofdzakelijk buiten Nederland belegd. ABP werkt voor meer dan 1,1 miljoen ambtenaren en leraren plus nog eens ruim 1,5 miljoen voormalige en gepensioneerde overheidswerkers. PGGM is de pensioenverzekeraar van de bedrijfstakken zorg en welzijn: meer dan 1,1 miljoen actieve werknemers, en nog eens meer dan 900.000 voormalige en gepensioneerde werkers.

ABP had eind 2006 211 miljard euro te beleggen, waarvan 36 procent euro in aandelen van beursgenoteerde bedrijven is gestoken. PGGM beheert bijna 81 miljard euro, waarvan 46 procent in beursfondsen. Samen vertegenwoordigen de beleggingen van deze twee pensioenfondsen bijna de helft van het hele gespaarde pensioenkapitaal van Nederland.

Dit jaar geven ABP en PGGM voor het eerst een overzicht van al hun beleggingen in beursgenoteerde aandelen. Aanleiding is het publieke ongenoegen na de uitzending van het tv-programma Zembla een maand geleden over beleggingen in producenten van clusterbommen en landmijnen. Beide fondsen hebben inmiddels deze aandelen verkocht.

Uit de beleggingslijstjes blijkt dat Nederland voor PGGM niet meer een apart land is: het is onderdeel van de regio Europa. ABP geeft nog wel beleggingen per afzonderlijk land. Pech voor Nederland: beide fondsen zien energiebedrijf Royal Dutch Shell, dat zijn hoofdkantoor wel in Den Haag heeft, als een Britse onderneming.

Tel de belangen in de beursgenoteerde vastgoedfondsen (Rodamco Europe, Corio, Wereldhave) niet mee en er blijft niet veel over. Aandelen van Nederlandse bedrijven zijn zandkorrels in financiële bergen. In euro’s lijkt het nog wel wat (zie tabel), maar als percentage van het aandelenkapitaal van grote individuele ondernemingen is het beperkt. De grootste belegging van PGGM is een aandelenpakket ING: 639 miljoen euro. Dat is 0,9 procent van het totale aandelenkapitaal van de bankverzekeraar.

De grootste belegging van ABP is ABN Amro, een investering die de afgelopen maanden een spectaculair rendement heeft opgeleverd dankzij de pressie van het hedgefonds TCI. Het Britse fonds stelt op de komende aandeelhoudersvergadering op 26 april voor om de bank desnoods maar op te breken en de opbrengst aan de aandeelhouders uit te keren. TCI vindt dat ABN Amro beleggers de afgelopen jaren te kort heeft gedaan. ABN Amro praat sinds TCI zich roerde met de Britse bank Barclays over een fusie.

De belegging van ABP in ABN Amro was eind 2006 niet meer dan 0,5 procent van het aandelenkapitaal van de bank. PGGM heeft een verwaarloosbaar belang. Als de twee samen al een soort van ‘beschermingswal’ zouden willen vormen, dan hebben zij onvoldoende bouwstenen. Hedgefonds TCI heeft naar eigen zeggen 2 procent van de aandelen, terwijl Tosca, een ander hedgefonds, 1 procent van de aandelen zegt te bezitten.

Bij andere grote Nederlandse ondernemingen zijn de belangen van de twee pensioenfondsen nog kleiner. Neem Ahold, dat onder druk staat van twee hedgefondsen, Centaurus en Paulson, die samen vorig jaar meedeelden meer dan 6 procent van de aandelen te hebben. Zij vinden dat Ahold maar beter alle Amerikaanse activiteiten kan afstoten. Ahold wil alleen zijn groothandelszaken verkopen. ABP en PGGM hebben samen niet veel meer dan 0,3 procent van het Ahold-aandelenkapitaal.

De cijfers illustreren de trend die is ingezet met de introductie van de euro: professionele beleggers denken niet meer in landen, maar in regio’s en bedrijfstakken. De pensioenfondsen hebben hun Nederlandse belangen gereduceerd en hun buitenlandse beleggingen opgevoerd. En dat rendeert. ABP verdiende vorig jaar meer dan 13 procent op zijn aandelenportefeuille, PGGM meer dan 16 procent.

Bij de politieke beslissingen om de aandeelhoudersmacht bij grote bedrijven te vergroten, is nog al eens verondersteld dat professionele Nederlandse beleggers zoals pensioenfondsen voor enig tegenwicht zouden zorgen. Het tegenovergestelde is gebeurd. In het gat dat de afgelopen jaren is gevallen zijn de grote Amerikaanse en Britse vermogensbeheerders gestapt, inclusief de hedgefondsen.

Breaking views: pagina 13