Neem mee die beurs

Nederlandse jongeren studeren te weinig aan hogescholen en universiteiten in het buitenland.

De meeneembeurs moet daar verandering in brengen.

„Ik zou er niet aan moeten denken als buitenlander in Nederland te studeren”, vertelt Simon Claassen (24) over de telefoon vanuit zijn „riante woning” in Mechelen. „Je betaalt de hoofdprijs en woont daarvoor in een of andere bezemkast.” Claassen had er twee jaar geleden dan ook geen moeite mee de filmacademie aan de Brusselse Sint Lucas Hoge School te verkiezen boven het equivalent in Amsterdam. „Ze zijn hier vrijer, de school staat beter aangeschreven en het is nog goedkoper ook.”

Toch studeren er veel meer buitenlandse studenten in Nederland dan dat Nederlandse studenten de grens over gaan. In 2002-2003 volgden 12.465 Nederlanders een studie in het buitenland, terwijl er volgens oud-staatssecretaris van Onderwijs Bruno Bruins (VVD) bijna twee keer zoveel buitenlanders in Nederland studeerden. „Als Nederland over de landsgrenzen wil blijven kijken, moet dat veranderen”, stelde Bruins vorig jaar. Hij wilde een eind maken aan de internationale immobiliteit van de Nederlandse student.

Inmiddels is het zover. Nadat de Kamer vorige maand instemde met aanpassing van de Wet studiefinanciering, kunnen studenten per 1 september overal ter wereld met een Nederlandse beurs studeren. Het kabinet hoopt zo dat studenten zich „optimaal voorbereiden op een steeds internationalere wereld”. Wil de Europese Unie „de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld” worden, zoals de Europese regeringsleiders in 2000 tijdens een top in Lissabon afspraken, dan is internationalisering van het hoger onderwijs noodzakelijk.

Maar misbruik ligt op de loer als iedereen die in Nederland recht heeft op studiefinanciering, ongestoord in een land naar keuze kan studeren. Daarom is in de wet opgenomen dat een student op het moment dat hij studiefinanciering aanvraagt tenminste drie van de afgelopen zes jaar in Nederland moet hebben doorgebracht.

Iedereen is voor, zou je zeggen. Niet de SP die tegen de wetswijziging stemde. „Wij zijn vóór het meenemen van de studiefinanciering, maar tégen invoering van collegegeldkrediet”, zegt Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP). De Nederlandse student die naar het buitenland gaat kan immers naast de studiefinanciering van maximaal 800 euro per maand (inclusief de basisbeurs) aanspraak maken op een collegegeldkrediet. Dit bedrag kan oplopen tot maximaal vijf keer het Nederlandse collegegeld van 1.519 euro. In veel landen, zoals Italië en Groot-Brittannië, wordt tenslotte een hoog collegegeld gevraagd.

„Een enorme koppelverkoop”, vindt Leijten. „Het opent de deur om in de toekomst het collegegeld te verhogen, want de tegemoetkoming in de studiekosten wordt nu uit de basisbeurs gehaald. Als de regering besluit het collegegeld te veranderen, zal zij zeggen: dat kun je toch bijlenen.”

„Een spookbeeld”, reageert Sebastiaan den Bak, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg. Hij gelooft er niets van dat de maatregel leidt tot een hoger collegegeld. Den Bak heeft hard gelobbyd voor de meeneembaarheid van de beurs. „Wij hebben geen enkele aanwijzing dat dit dreigt. Bovendien blijft het bedrag van de basisbeurs hetzelfde want de kosten voor levensonderhoud worden verhoogd.” Hij vindt de huidige regeling juist een prachtige kans voor studenten uit een sociaal zwak milieu en allochtonen. „Zij krijgen nu ook de mogelijkheid om in het buitenland een studie te volgen. Dat bleef voor velen een droom.”

Simon Claassen zal van de nieuwe regeling geen profijt hebben. Door afspraken tussen Nederland en België ontvangt hij maandelijks al 800 euro aan Nederlandse studiefinanciering. En voor het Belgische collegegeld van 530 euro hoeft hij geen extra lening. „Als ik het slim speel, kan ik ook nog in België studiefinanciering krijgen. Maar dat doe ik niet, anders ben je zo’n hebberige Nederlander, hè.”

Lees meer over studentenmobiliteit op www.nuffic.nl