Nederlandse onrust om private equity onterecht

De 80-jarige opstand van de Verenigde Provinciën tegen de Spaanse monarchie uit de zestiende en zeventiende eeuw heeft geleid tot een opmerkelijke commerciële, culturele en intellectuele bloei van de Nederlandse gewesten. Maar de jongste Nederlandse opstand tegen participatiemaatschappijen en hedgefondsen, die ervan worden beticht het land te ‘plunderen’, zal niet zulke gevolgen hebben. Die dreigt Nederland juist op achterstand te zetten.

Nederlandse politici eisen maatregelen tegen hedgefondsen en bedrijvenopkopers, na een aantal recente, met veel publiciteit omgeven pogingen om Nederlandse bedrijven – zoals industrieconglomeraat Stork, detailhandelsconcern Ahold en de grootste Nederlandse bank ABN Amro – schoon schip te laten maken.

Er zijn ook oproepen gedaan om de drempel waarop een belang in een bedrijf bekend moet worden gemaakt te verlagen van 5 procent naar 1 procent van de aandelen en om de drempel voor het naar huis sturen van commissarissen te verhogen van 51 procent naar tweederde van de uitgebrachte stemmen in een aandeelhoudersvergadering.

Maar de tegenstanders van het ‘Angelsaksische’ kapitalisme slaan de plank volledig mis. De reden dat Nederlandse bedrijven de aandacht op zich hebben gevestigd, is dat zij na jaren van ontoereikend ondernemingsbestuur kwetsbaar zijn geworden. Nederlandse bedrijfsbesturen zijn altijd beschermd geweest door een van de meest gedetailleerde en aandeelhoudersonvriendelijke ‘regimes’ van de grotere markten.

Veel van deze beperkende regels hadden in 2004 aan de kant moeten zijn geschoven door de invoering van de code-Tabaksblatt voor goed ondernemingsbestuur, die de invloed van de aandeelhouders op de Nederlandse bedrijfsbesturen had moeten vergroten. Maar in de praktijk was er sprake van gemengde resultaten, zoals de hedgefondsen sindsdien hebben gemerkt die hebben getracht veranderingen te bewerkstelligen bij ondermaats presterende en slecht geleide ondernemingen.

Centaurus en Paulson zijn verwikkeld geraakt in dure rechtszaken, nadat Stork had geweigerd de uitslag van een stemming onder de aandeelhouders te aanvaarden – een stap die merkwaardig genoeg werd gesteund door de Nederlandse rechter. Het maakt het er niet fraaier op dat de president-commissaris van Stork, Jan Kalff, een van de architecten van de code-Tabaksblatt was. En ABN Amro heeft van de zwakke Nederlandse regelgeving gebruikgemaakt om aan te sturen op een fusie met de Britse bank Barclays, die de posities van de meeste topmanagers ongemoeid zou laten maar de aandeelhouders misschien wel van een overnamepremie berooft.

Het laatste waar Nederlandse bedrijven nu behoefte aan hebben, is aan nog meer bescherming tegen hun aandeelhouders. Op de korte termijn kan het aan banden leggen van hedgefondsen en participatiemaatschappijen leiden tot het uitblijven van investeringen. Op de langere termijn zal het zwakke ondernemingsbestuur erdoor in stand worden gehouden, waardoor de concurrentiekracht wordt geschaad. De eerste Nederlandse opstand luidde de opkomst van Nederland in als een belangrijke speler op het wereldtoneel, maar deze opstand kan een stap terug tot gevolg hebben.

Simon Nixon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld