‘Nederland moet eisen Grondwet matigen’

Nederland mag zijn eisen ten aanzien van een nieuw Europees verdrag niet te hoog opschroeven. De belangrijkste delen van de Europese Grondwet – door Nederland bij referendum verworpen – zullen in een nieuw verdrag overeind moeten blijven. Dat heeft de voorzitter van het Europees parlement, de Duitse christen-democraat Hans-Gert Pöttering, Nederlandse politici voorgehouden tijdens een bezoek gisteren aan Den Haag.

Pöttering sprak onder andere met premier Balkenende (CDA), staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) en met leden van de Eerste en Tweede Kamer. Na afloop zei hij goede hoop te hebben „dat in Nederland bereidheid tot vruchtbare stappen en toekomstige compromissen bestaat.” Pöttering zei niet waarop zijn enthousiasme gebaseerd was. „Als voorzitter van het parlement, waar elke dag compromissen worden gesloten, heb ik gevoel voor in de lucht hangende overeenstemming.”

Pöttering sloot uit dat een nieuw verdrag louter een correctie op het vigerende Verdrag van Nice zou kunnen zijn, zoals de Nederlandse regering zegt te willen. Volgens de voorzitter dient de tekst van de Europese Grondwet tot uitgangspunt te worden genomen bij toekomstige onderhandelingen, „maar wanneer iedere lidstaat bijvoorbeeld vijf wijzigingsvoorstellen gaat indienen, komen we er niet uit”. Hij riep derhalve de Nederlandse regering en het Nederlandse parlement op tot matiging van hun ambities.

De opvattingen van Pöttering staan haaks op de Nederlandse onderhandelingsinzet, zoals die begin deze maand is beschreven in een brief van het kabinet. In juni spreken de EU-lidstaten een procedure af voor de totstandkoming van een nieuw Europees verdrag. Vermoedelijk komt er een IGC (Intergouvernementele conferentie) voor nadere onderhandelingen.

De twintig lidstaten die de Europese Grondwet inmiddels hebben geratificeerd, zoals Duitsland, zijn over het algemeen van mening dat het document alsnog met wijzigingen moet worden ingevoerd.