Meer flex, meer stress

Richard Sennett: De cultuur van het nieuwe kapitalisme. Vertaald door Willem van Paassen. Meulenhoff, 160 blz. €17,90

De nieuw-linkse beweging van de jaren zestig, zo schrijft de socioloog Richard Sennett in De cultuur van het nieuwe kapitalisme, droomde ervan het individu te bevrijden uit het starre bureaucratische systeem waarin zowel het kapitalisme als het communisme het had opgesloten. Die droom is uitgekomen, maar niet zoals de idealisten van toen (waartoe ook hijzelf behoorde) hadden gedacht. Het vrije individu is een flexwerker geworden en in plaats van authentiekere sociale relaties heeft dat een afbraak van het sociale leven opgeleverd.

Sennett vestigde de afgelopen jaren de aandacht op zich met boeken als De flexibele mens en Respect in een tijd van sociale ongelijkheid, waarin hij de maatschappelijke gevolgen van de veranderde arbeidsorganisatie en migratie onderzocht. In het nu verschenen, beknopte boekje maakt hij van die onderzoekingen het zorgelijke bestand op. Het nieuwe arbeidsethos heeft geleid tot een verlies aan kunde op de werkvloer, loyaliteit aan het bedrijf en onderling vertrouwen, zo stelt hij vast. In sommige bedrijfstakken (bijvoorbeeld de ICT-sector of de financiële wereld) werkt dat goed, maar zij vertegenwoordigen maar een heel klein deel van de economie.

De meeste bedrijfstakken zijn op veel traditionelere leest geschoeid. Wanneer het management deze niettemin onderwerpt aan de schoktherapie van voortdurende Mobilmachung, zijn de gevolgen desastreus. Wanneer politici datzelfde model volgen in hun plannen voor de samenleving, komt die laatste in gevaar. Voortdurende onzekerheid, stress en geïnstitutionaliseerd wantrouwen zijn géén solide fundamenten voor een goed functionerende maatschappij. De ideale werknemer van het moderne bedrijfsdenken erodeert in werkelijkheid alle waarden die sociale cohesie mogelijk maken.

Vergeleken daarmee komt de oude bureaucratische organisatie van bedrijven en de staat (die Sennett herleidt tot het ‘sociale kapitalisme’ van Bismarck) er bij hem alsnog gunstig vanaf. Ze sloot mensen weliswaar op, maar daarmee ook in. Dankzij de stabiliteit en voorspelbaarheid van hun functioneren wist iedereen zich opgenomen in een geheel dat hem een plaats gaf en werd iedere burger ook bij hen betrokken. Dankzij die integratie liep de samenleving veel minder gevaar te exploderen, aldus Sennett.

Veel van wat dit boek beschrijft is onmiddellijk herkenbaar. Sennett weet al die verschijnselen in een onderlinge samenhang te brengen en de logica van het moderne flexdenken met goed gekozen vergelijkingen (de moderne organisatievorm als mp3-speler) inzichtelijk te maken. In de oplossingen die hij aandraagt stelt dit scherpe en lucide boek enigszins teleur. Nederland krijgt terloops een pluimpje op de hoed vanwege het hoge percentage deeltijdarbeid en de daarmee gerealiseerde spreiding van arbeid. Maar loopbaanbegeleiding, een basisinkomen of het belonen van vrijwilligers- en thuiswerk mogen dan goede ideeën zijn (of niet), de ontworteling van het flexibele individu zullen ze niet keren.