Leren leven als legende

Filmmaker Hans Hylkema volgde gitarist Jan Akkerman zes maanden lang.

Portret met gitaar vertelt het verhaal van een groot muzikant in een klein landje.

Met wie zou je Jan Akkerman moeten vergelijken om duidelijk te maken hoe groot hij in de jaren zeventig was? Misschien wel met Tiësto, die al een paar keer tot de beste DJ ter wereld is gekroond. Waarschijnlijk wordt hem dat over dertig jaar nog steeds nagedragen. Net zoals Jan Akkerman sinds 1973 moet horen dat hij door het blad Melody maker tot beste gitarist van de wereld werd uitgeroepen. „Akkerman was beter dan Clapton, en beter dan Santana”, zegt Hans Hylkema. „Zo groot was ie.”

De Amsterdamse filmmaker is een generatiegenoot van Akkerman. „We zijn allebei zestig jaar, en allebei opgegroeid in Amsterdam.” Hylkema speelde als kind ook een snaarinstrument – de mandoline – maar daar houdt de vergelijking op: „Jan was als kind een muzikaal natuurtalent. Ik was heel blij dat ik de beschikking kreeg over een radiofragment waarin Jan een jaar of 15 is. Hij speelt dan in het bandje Johnny and the Cellar Rockers; Jan oefende met zijn mede-bandleden in een kelder onder een Amsterdams woonhuis.”

Het radiofragment is in de documentaire te horen. De presentator van een talentenprogramma vraagt: „Hoe lang speel je al, Jan?” Hoog stemmetje: „Twee jaar meneer.” –„En je wilt beroepsgitarist worden? – Hoge stem: „Als het kan wel, meneer.”

Jan Akkerman speelde na de Cellar Rockers bij The Hunters, Brainbox en Focus. Door die laatste band werd hij wereldberoemd. Maar hij beëindigde de samenwerking in 1976 na een knallende ruzie met zijn Focus-wederhelft Thijs van Leer.

Dat overbekende verhaal heeft Hylkema in zijn documentaire niet te zwaar aangezet. In plaats daarvan schetst hij Akkermans hang naar muzikale vrijheid en diens nuchtere kijk op zichzelf als levende gitaarlegende. „Jan is nu eenmaal geen prater, hij is een muzikant.”

Toch werd Hylkema naar eigen zeggen verrast door de open houding van Akkerman, die, zo blijkt ook uit de interviews met muzikale collega’s, niet de makkelijkste is. Zijn woede-uitbarstingen zijn net zo memorabel als zijn gitaarsolo’s, als je de geïnterviewden mag geloven. En dat maakt de titel van de documentaire meteen ook dubbelzinnig. Zeker als een medemuzikant vertelt hoe Akkerman doodleuk zijn collega’s liet staan na een optreden, omdat ze gewaagd hadden commentaar te geven op zijn rijstijl.

In Portret met gitaar lijkt Akkerman meestal de broodnuchtere Hollandse rocker die veel waarde hecht aan zijn vrijheid en het liefst op zijn motor door de polder toert. Op het podium is hij iemand anders: de muzikant die lyrisch, bijna romantisch zijn gitaar kan laten zingen. Akkermans recept: blues- en rockriffs, omspeeld met jazzy uitstapjes en zigeunertoonladders. In zijn grote knuisten lijkt een Gibson een iel gitaartje, maar Akkermans souplesse blijft verrassend.

Af en toe krijgt de kijker de gevoelige kant van Akkerman ook buiten het podium te zien. Hylkema: „Ik ben met Jan naar een museum gegaan om wat oude foto’s van Amsterdam uit de jaren vijftig te bekijken. Je ziet hem dan even slikken als hij het over zijn vader heeft. Met dat weke moment ben ik achteraf wel erg blij.”

Akkerman blikt ook terug op de jaren dat hij op een Friese boerderij woonde om de Randstad te ontsnappen. En op het auto-ongeluk in 1992, waardoor de gitarist maandenlang aan het bed gekluisterd bleef. Het betekende een ommekeer in zijn leven, biecht hij op in de camera: „Ik drink nu niet meer tijdens of na het optreden. Pas als ik thuis ben.”

De documentaire laat op sobere wijze zien hoe rock ‘n’ roll het leven van de Beste Gitarist ter wereld anno 2007 is: hij rijdt ’s middags vanuit een Nederlandse vinexwijk in een degelijke gezinsauto naar een optreden in De Pul in Uden. De Gibson gaat in de gigbag op zijn rug. Akkerman wordt vaak vergezeld door zijn vrouw Marianne, tevens zijn manager. De muzikant mag pas naar huis van het publiek als hij nog een keer de powerchords van Hocus Pocus heeft ingezet – een nadeel van een wereldhit is dat je hem tot in de eeuwigheid moet blijven spelen.

Het valt niet mee als levende legende in Nederland te wonen en te werken, zegt Hylkema. „Je wordt op je 27ste uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Hoe hou je jezelf dan fris?” Daarvoor heeft Akkerman zijn zolderkamer, waar hij composities in elkaar schroeft op de computer en urenlang lang knutselt met gitaargeluiden.

Akkerman is vaak verweten dat hij te veel zou experimenteren met muziekstijlen. Een oud-collega vertelt dat er meer voor Akkerman in het vat had gezeten, als hij af en toe wat minder eigenwijs was geweest. „In feite verandert mijn gitaarspel niet zoveel”, vindt Akkerman zelf. „Je ontsnapt niet aan je eigen blueprint. Soms ontstijgen je gevoelens voor expressie je instrument.” Om dan meteen zijn eigen diepzinnigheid te relativeren: „Da’s een beetje achterlijk gezegd, maar er zit wel wat in.”

Hylkema volgt Akkerman op weg naar een optreden met de New Cool Collective, een bigband met veel jongere muzikanten. Ben je dan nooit te oud om muziek te maken, vraagt de filmmaker. „We zijn inmiddels bij de euthanasierock aanbeland”, zegt Hans Waterman, drummer van Brainbox. Maar te oud voor de muziek, dat bestaat niet. „Zolang je nog met plezier op het podium staat.”

Voor Akkerman zit er niets anders op dan door te blijven spelen tot ie er bij neervalt. Hij neemt peinzend een trekje van zijn sjekkie, bijna net zo onafscheidelijk als zijn instrument. „Nee, ik kan me eigenlijk geen leven zonder gitaar voorstellen.”

Portret met gitaar (NPS) zondag 15 april, 18.55 uur. Nederland 2