Kamer: 30.000 WAO-dossiers herbeoordelen

Een Kamermeerderheid wil dat uitkeringsinstituut UWV 30.000 uitkeringen van arbeidsongeschikten gaat herberekenen. Dat bleek gisteren tijdens een overleg met minister Donner (Sociale Zaken, CDA).

De bewindsman liet de SP en GroenLinks vorige week in het vragenuurtje al weten hier niets voor te voelen, maar gisteren bleek dat ook zijn eigen partij en de PvdA vinden dat de uitkeringen opnieuw moeten worden berekend. Kamerlid Eddy van Hijum (CDA) dreigt hierover zonodig een motie in te dienen.

Sinds 2004 moet het UWV bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid van werknemers volgens nieuwe regels uitgaan van een standaardwerkweek van 38 uur. Meer gewerkte uren worden niet meegeteld bij het berekenen van de hoogte van de uitkering.

De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van sociale zekerheid, oordeelde begin maart dat deze aanpassing niet rechtsgeldig is, omdat de WAO en de WIA verzekeringen zijn tegen inkomstenverlies door ziekte. Bij het bepalen van de hoogte van de uitkering moeten alle gewerkte uren meetellen, omdat daarover ook premie is betaald.

Minister Donner wil alleen de uitkeringen herberekenen van 5.000 tot 10.000 werknemers die in beroep zijn gegaan tegen de beslissing van het UWV. Maar een meerderheid in de Kamer vindt dat hij de uitkeringen van alle 30.000 mensen moet herzien bij wie de foutieve berekening is gemaakt.

Kamerlid Paul Ulenbelt (SP) stelde vorige week in het vragenuurtje dat Donner duizenden mensen „in de stront laat zakken” als hij niet alle 30.000 uitkeringen waarop de uitspraak van de rechter van toepassing is, wil herzien. Donner antwoordde dat het Nederlandse recht nu eenmaal bepaalt dat besluiten niet met terugwerkende kracht worden aangepast als er geen beroep is ingesteld. „Het zou niet juist zijn als alle uitspraken terug werden gedraaid, ondanks dat de beroepstermijn verstreken was, omdat een persoon in een andere zaak in beroep een andere uitspraak kreeg”, zei Donner. „Dat zou een vrij ingrijpende wijziging zijn in het systeem van het Nederlandse bestuursrecht.”

Volgens Donner zijn de meeste van de 30.000 mensen niet in beroep gegaan, omdat zij een 40-urige werkweek hadden (en geen 60-urige), waardoor de inkomensschade voor hen niet erg groot was.

Eddy van Hijum concludeerde gisteren echter, na lezing van het arrest, dat de overheid ook een verantwoordelijkheid heeft voor deze mensen. Van Hijum sluit niet uit dat veel mensen niet in beroep zijn gegaan, omdat ze hun rechten niet goed kenden. Daarom moet volgens hem de overheid „in ieder geval alle betrokkenen actief benaderen” met de vraag of ze een nieuwe beoordeling willen.