In elk geval één Spaanse club in eindstrijd

Drie van de vier halvefinalisten in de UEFA Cup zijn afkomstig uit Spanje. Titelhouder Sevilla, Osasuna en Espanyol plaatsten zich gisteravond voor de volgende ronde van het Europese bekertoernooi. Werder Bremen is de enige niet-Spaanse voetbalclub die op donderdag 26 april en een week later, donderdag 3 mei, gaat proberen de finale te halen van de UEFA Cup.

Eerder deze week bereikten drie Engelse clubs – Liverpool, Manchester United en Chelsea – de halve finales van de Champions League. De enige niet-Engelse club in dat toernooi is AC Milan.

Sevilla gaf in Londen gisteravond een 2-0 voorsprong weg tegen Tottenham Hotspur. Al na acht minuten keek de club van de Nederlandse trainer Martin Jol tegen een 2-0 achterstand aan, maar in de tweede helft kwam Tottenham op gelijke hoogte. Het 2-2 gelijkspel was voor de ploeg uit Andalusië voldoende om door te gaan naar de halve finale. Vorige week had Sevilla voor eigen publiek met 2-1 gewonnen. Jol zag ondanks de uitschakeling nog redenen voor tevredenheid: „Ik vind het knap dat we nog op 2-2 zijn gekomen”, tekende het persbureau ANP op uit zijn mond. „Daardoor hebben we een thuisnederlaag voorkomen. De Spurs verliezen op Europees niveau bijna nooit op eigen veld. Nu dus ook niet en dat vind ik een compliment aan de spelers waard. Ook ons publiek was fantastisch. Ondanks die snelle 0-2 bleven de fans achter de ploeg staan. Dat deed me goed.”

In de halve finale treft Sevilla Osasuna, dat gisteravond in Pamplona met 1-0 van Bayer Leverkusen won. Osasuna won het eerste duel, in Duitsland, al met 3-0.

Espanyol was over twee duels sterker dan Benfica. Vorige week won de Spaanse club thuis met3-2, in Lissabon vielen gisteravond geen doelpunten.