‘In dit theater mag iets nog mislukken’

Musicalschrijver en -regisseur Koen van Dijk (1959) is artistiek leider van M-Lab, testtheater voor muziektheater, dat in juni opent in Amsterdam-Noord.

Koen van Dijk (rechts op de foto)

Waarom een testtheater?

„Er is dringend behoefte aan nieuw Nederlands musicalrepertoire. Maar er bestaat een gapend gat tussen een goed idee op papier en de productie in de theaters. Een producent moet 80 tot 100 voorstellingen kunnen boeken, anders komt hij financieel niet uit. Daarom wordt er voornamelijk vertrouwd op bekende titels, bekende namen of bekende liedjes die in een nieuw verhaal worden gezet. Zo heb ik zelf de laatste jaren de musicals Hamelen en Ti-ta-tovenaar gemaakt. Met plezier. En nu is Doe Maar een groot succes. Ook hartstikke leuk hoor. Maar zou er nu alsjeblieft weer eens iets nieuws mogen komen?”

Hoe zou dat dan moeten?

„Dit is typisch een genre waarin je je ideeën in de praktijk moet uitproberen. Zoals je off Broadway hebt in New York en the fringe in Londen en Edinburgh. Hier hebben wij zoiets tot dusver niet. Als hier al iets nieuws wordt gemaakt, is er geen enkele mogelijkheid meer om onderweg nog iets te herschrijven of bij te schaven. Tijdens de try-outs kan er niets meer worden veranderd. De decors en de kostuums zijn al gemaakt, de premièredatum ligt vast, de tournee is geboekt, de productie moet dóór. Er is geen tussenfase, het moet metéén voor de leeuwen. Zelfs als de recensies desastreus zijn, kunnen de makers geen kant meer op.”

En de oplossing?

M-Lab is een idee van Joop en Janine van den Ende, maar zij hebben geen enkele artistieke invloed. Ik ben een half jaar bezig geweest om een locatie te vinden. De bestaande theaters zitten vol, daar is geen ruimte voor de continuïteit die ik zocht. Langzamerhand voel ik me zo ongeveer een halve makelaar, want ik ben bij alle deelraden van de gemeente Amsterdam geweest. Tot de deelraad Noord me in contact bracht met het kledingbedrijf dat de eigenaar is van dit pand – een vroegere opslagloods voor tegels. Hier bouwen we nu een theaterzaal waar maximaal 150 stoelen in kunnen, en de repetitieruimten. Per jaar gaan we acht à tien kleine producties neerzetten, eerst in leesvoorstellingen en als dat een succes is, komen ze terug in een bescheiden enscenering die dan vier avonden wordt gespeeld. En misschien een half jaar of een jaar later nog eens. Dat lijkt een enorme kapitaalvernietiging, maar hopelijk worden ze dan opgepikt door een producent die er een reguliere theatertournee mee wil maken.”

Of anders?

„Hier kan tenminste nog iets mislukken. Niet voor niets geldt in het buitenland de regel dat je als musicalmaker nooit groot kunt worden als je niet één flop op je naam hebt staan. Want daar léér je van.”

Is er genoeg aanbod?

„We hebben afspraken met vijf producties voor komend najaar. Heel uiteenlopend, van een rap&rock-musical tot en met Op reis met de Gouden Boekjes van Leopold Witte, Geert Lageveen en Rieks Swarte. En ook De vliegende Hollander op muziek van Ad van Dijk – de tekst is van mij. Ik vond dat er wel één van mezelf tussen mocht.”

Het schrijven, vertalen en regisseren gaat door?

„Nee, verder heb ik alles stopgezet. Voorlopig gaat al mijn tijd in M-Lab zitten. De VandenEnde Foundation betaalt de exploitatie, waarin ook een salaris voor mij is inbegrepen. Dat is natuurlijk een groot voordeel. Misschien is het de leeftijd die begint op te spelen, maar ik was echt aan iets anders toe. Ik popel om hieraan te beginnen.”