‘Immigratie lost vergrijzing niet op’

Het misverstand dat met immigranten de tekorten op de arbeidsmarkt zijn aan te vullen is hardnekkig. „De Chinezen maken ons speelgoed, daarvoor hoeven ze niet naar Nederland te komen.”

Van de 101.489 immigranten die vorig jaar naar Nederland kwamen, is binnenkort één op de drie achter de toonbank, plaatwerkmachine of het beeldscherm te vinden. Dit is tenminste de ervaring met de groep (niet-Nederlandse) immigranten uit 2003, het meest recente jaar waarover cijfers beschikbaar zijn. Van de rest ontvangt 6 procent een uitkering en is ruim de helft – vrouwen, kinderen, studenten – niet actief op de arbeidsmarkt.

Ondanks het feit dat maar een klein deel van de immigranten werkt, stelde onderzoeksinstituut SEO van de Universiteit van Amsterdam vorige maand dat meer immigratie „absoluut nodig” is wegens een „tekort van een kwart miljoen werknemers in 2050”.

De roep om meer immigratie is ook te horen uit politieke hoek. „We hebben creatieve, hardwerkende migranten dringend nodig, anders roepen we grote problemen over ons af”, zei Gerd Leers, burgemeester van Maastricht, vorig jaar bij zijn kritiek op het strenge immigratiebeleid van Nederland.

Immigratie is een noodzaak wegens de vergrijzing, zo is de gedachte. Een ongekend grote groep gaat nu met pensioen. Immigranten moeten de lege plekken opvullen.

Immigranten moeten ook de uitkeringen betaalbaar houden. Een slinkende groep werkenden moet de premies opbrengen voor 2,6 miljoen AOW-uitkeringen, 600.000 WAO-uitkeringen en 190.000 WW-uitkeringen van vaak langdurig werkloze 50-plussers. Vooral het aantal AOW’ers blijft sterk stijgen, tot 4,3 miljoen in 2021, verwacht de Sociale Verzekeringsbank.

Niet alleen blijkt uiteindelijk maar een klein deel van de immigranten te werken, een eenvoudige rekensom laat ook zien dat immigratie de vergrijzing nooit kan compenseren. In 2050 zijn er 1,6 miljoen meer 65-plussers dan nu. Om het aandeel jonger dan 65 jaar in de bevolking (nu 85 procent) in de tussentijd niet te doen slinken zouden rekenkundig 11 miljoen jonge mensen extra nodig zijn. „Dit geeft aan hoe krankzinnig de gedachte is dat immigratie de vergrijzing kan oplossen”, zegt Harry van Dalen, econoom bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.

Ter vergelijking: in totaal kwamen de afgelopen veertig jaar een kleine 4 miljoen immigranten binnen, van wie de helft inmiddels weer is vertrokken.

De vergrijzing oplossen met immigratie is ook een raar idee, omdat de wereld vergrijst, zegt Van Dalen. „Overal daalt het kindertal en stijgt de levensverwachting, uiteindelijk vertraagt het binnenhalen van immigranten de Nederlandse vergrijzing niet.”

[Vervolg VERGRIJZING: pagina 12]

VERGRIJZING

‘Met immigratie betalen we nog steeds leergeld’

[Vervolg van pagina 11] De meeste landen vergrijzen sterker dan Nederland. Polen ziet het inwonertal al teruglopen. En China is dankzij de 1-kindpolitiek bezig een van de meest vergrijsde landen ter wereld te worden.

Afrika beneden de Sahara is de enige uitzondering. Maar „gezien het lage ontwikkelingsniveau biedt grootschalige migratie uit Afrika geen soelaas”, staat in het recente advies aan het kabinet over arbeidsmigratie van de Sociaal-Economische Raad (SER), het overlegorgaan van werkgevers en werknemers, aangevuld met onafhankelijke leden. Zij kosten de schatkist meer dan ze opleveren, zelfs als ze op hun 65ste Nederland weer verlaten, berekende het Centraal Planbureau al in 2003.

Maar stel dat met een slim selectiebeleid Nederland jonge, werkwillige immigranten uit ontwikkelde landen weet binnen te halen. Kunnen zij niet ten minste tijdelijk verlichting bieden op de overspannen Nederlandse arbeidsmarkt?

Niet overal. Buitenlands personeel is niet zomaar inpasbaar. Neem de verpleging en verzorging. Door de groeiende groep bejaarden is de behoefte aan extra personeel enorm. Toch is het enthousiasme over immigranten laag, blijkt ook uit een recent rapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Taalproblemen zijn het struikelpunt, zeggen personeelsfunctionarissen.

Of neem de metaal en elektrotechniek. Nergens wordt meer buitenlands personeel geworven (vier keer zo vaak als in de bouw) en hebben werkgevers volgens het CBS meer last van de krapte op de arbeidsmarkt. Toch denkt maar één op de vijf werkgevers dat werven van buitenlands personeel de komende jaren belangrijker zal worden, zo blijkt uit de toonaangevende OSA-werkgeversenquête van de Universiteit van Tilburg.

Het werven van buitenlands personeel is maar één manier om een bedrijf draaiende te houden. Andere manieren liggen vaak meer voor de hand, zegt Van Dalen. „Denk bijvoorbeeld aan zoiets eenvoudigs als het stimuleren van parttimers om meer uren te werken. We onderschatten hoe creatief werkgevers in tijden van personeelskrapte worden.”

De roep om meer immigratie is vaak terug te voeren op een simplistisch idee over de werking van de arbeidsmarkt, zegt Frank Cörvers, econoom bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht. Het idee is als volgt: de hoeveelheid uit te voeren werk is gegeven, en daarmee ook de gevraagde hoeveelheid personeel. Als dit personeel niet direct te vinden is, dan is er een tekort. Dit tekort neemt toe, want Nederland vergrijst. Dus moet Nederland buiten de grenzen kijken.

Maar een tekort is geen onveranderlijk gegeven, zegt Cörvers. Als personeel niet te vinden is in een bepaalde bedrijfstak, dan gaat in principe daar het loon omhoog. Dat maakt het voor werknemers interessant om in die sector te werken. En een hoger loon remt de vraag naar personeel van werkgevers. Soms is het inzetten van een machine goedkoper. Werkgevers én werknemers passen zich voortdurend aan.

Werkgevers willen graag goed gekwalificeerd personeel tegen een laag loon, maar zo werkt het niet, zegt Cörvers. „In de Randstad kan je ook niet voor 200.000 euro in een villa wonen, tegen die prijs is er inderdaad een groot tekort aan villa’s. In de praktijk passen de woningprijzen zich aan, de lonen doen dat ook.”

En Nederland is geen eiland. Door handel kan Nederland gebruikmaken van een internationale arbeidsmarkt van drie miljard mensen. Dankzij de integratie van China, India en het voormalige Oostblok is de internationale beroepsbevolking verviervoudigd sinds 1980. Cörvers: „De Chinezen maken ons speelgoed, daarvoor hoeven ze niet voor naar Nederland te komen.”

Nederlandse bedrijven kunnen ook een deel van de productie naar het buitenland verplaatsen, denk aan administratief werk in India. Omgekeerd investeren buitenlandse bedrijven weer in bedrijvigheid in Nederland. Het is daarom niet zo zinnig om over een ‘tekort aan personeel’ te spreken, zegt Cörvers. Dat is een te statisch beeld. De arbeidsmarkt, handel, buitenlandse investeringen en automatisering veranderen voortdurend de manier waarop goederen en diensten gemaakt worden. Praten over een arbeidsmarkttekort in 2050 noemt Cörvers dan ook „absurd”.

Belemmeringen voor arbeidsdeelname van Nederlanders uit de weg ruimen is een beter middel om groei in het aantal werknemers te krijgen dan meer immigranten trekken, staat ook in het recente SER-advies aan het kabinet. Bijna 20 procent van de 10 miljoen mensen tussen de 20 en 65 jaar werkt niet en is ook niet op zoek naar werk.

Maar de arbeidsdeelname van Nederlanders verhogen vraagt ingrepen. Economen wijzen op uitkeringen en subsidies die werken onaantrekkelijk maken. Het nieuwe kabinet kiest juist voor beleid dat de arbeidsdeelname beperkt. 116.000 WAO’ers boven de 45 hoeven nu niet meer te worden herkeurd. Partners houden voorlopig grotendeels hun extra belastingvoordeel van samenwonen, de zogenoemde aanrechtsubsidie. „Meer immigranten trekken betekent op deze manier het afschrijven van grote groepen Nederlanders die aan de kant staan”, zegt Van Dalen.

Niet alleen werkgevers hebben dus veel alternatieven voor aantrekken van buitenlands personeel, ook het kabinet kan effectievere maatregelen inzetten dan het stimuleren van immigratie.

Het roepen om meer immigratie leidt niet alleen af van de problemen in Nederland zelf, het is bovendien naïef, zegt Van Dalen. Immigratie gaat vergezeld van integratieproblemen. „Je kan arbeid halen, maar je krijgt mensen van vlees en bloed. Nederland betaalt nog steeds veel leergeld voor eerdere arbeidsmigratie en toch wordt dat in de discussie over immigratie weer vaak vergeten.”

Arbeidsmigranten brengen een veel grotere immigrantenstroom op gang, de zogenoemde ‘vervolgmigratie’, waarvan in de praktijk maar een klein deel werkt. De meeste immigranten komen volgens CBS-gegevens niet naar Nederland om te werken, maar voor gezinshereniging en huwelijk. Slechts een kwart zegt hier alleen te komen om te werken.

Dat immigratie nieuwe immigratie uitlokt, is ook terug te zien in immigratiestatistieken. Weliswaar ligt het aantal immigranten lager dan in het topjaar 2001, maar de immigratie kent al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw een trendmatige stijging. En in de laatste bevolkingsprognose voorziet het CBS eerder een stijging dan een daling. Nederland is al een immigratieland.

Ten slotte stelt Van Dalen dat het zinnig is ook naar emigratie te kijken. De emigratie overtreft al sinds 2003 de immigratie. Hoogopgeleiden vertrekken uit Nederland, laagopgeleiden komen binnen. De laatste groep is deels een erfenis van eerdere arbeidsmigratie uit Turkije en Marokko. „Immigratie is maar één kant van het verhaal. Steeds meer jonge, hoogopgeleide mensen voelen zich in Nederland niet meer thuis. Daar zit het probleem.”