Hoe warm het was

Maarten van Rossem: Koude Oorlog. Home Academy, 4 cd’s. Luisterduur ca. 4 uur. € 34,95

‘De Amerikanen hebben een ongelukkige retorische traditie die vaak leidt tot besluiten of percepties die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Ik denk even aan Saddam Hoessein en zo’. Het is een typerende uitspraak van Maarten van Rossem die hij doet tijdens de op 4 cd’s vastgelegde hoorcolleges over de Koude Oorlog. Typerend in twee opzichten: veelvuldig trekt Van Rossem parallellen met het heden (met Bush, maar ook met Balkenende, die in vorige regeerperiodes vaak de indruk wekte dat het einde der tijden nabij was). Maar ook omdat Van Rossem regelmatig het accent legt op juist de Amerikaanse retorische traditie en het inspelen op angstgevoelens. Hij wil weliswaar niet direct de vraag beantwoorden wie nu de hoofdschuldige is aan de Koude Oorlog, daarvoor was de situatie te ingewikkeld en speelde de gewelddadige paranoia van Stalin te zeer mee, maar een belangrijk deel van het antwoord op de vraag ligt volgens Van Rossem wel besloten in de ‘gekke retorische gewoontes’ van de Amerikanen.

Het is niet zo dat hij daarmee de Koude Oorlog tot een ongelukkig retorisch incident relativeert. Integendeel. Van Rossem begint het hoorcollege met de mededeling dat de dreiging toen veel groter was dan nu, ‘al hebben jongeren daar misschien weinig benul van.’ Maar juist omdat Van Rossem uitgaat van deze onwetendheid, is zijn verhaal helder en duidelijk, zij het dat de nadruk wel erg op het westerse perspectief ligt. Zijn zelfspot en relativering leveren hem soms het verwijt op dat hij de geschiedenis met dedain behandelt, maar daarvan is hier geen sprake: zijn toon werkt goed.

Het is in het Westen een beetje de gewoonte geworden om het einde van de Koude Oorlog voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de houding van Ronald Reagan. Maar Van Rossem laat overtuigend zien dat Reagans retoriek en herbewapening weinig opleverde zolang Brezjnev er zat, dat er niet gereageerd werd op de voorstellen die Andropov deed (Van Rossem beschrijft hem als een tragisch genegeerde voorloper van Gorbatsjov) en dat er ook weinig gebeurde tijdens Tsjernjenko (‘ook als niet-medisch geschoolde waarnemer dacht je: dat gaat niet lang duren’).

Pas met de ‘piepjonge’ Gorbatsjov veranderde er wat; het einde van de Koude Oorlog kan dus zeker niet tot alleen tot de veranderingen in het Amerikaanse optreden worden teruggebracht.