Globalisering is niet eng

Globaliseringsexpert en sociologe Saskia Sassen belicht de dynamiek tussen natiestaat en mondialisering.

Saskia Sassen: Territory – Authority – Rights. From Medieval to Global Assemblages. Princeton University, 493 blz. € 36,–

Mondialisering kent zijn aanbidders en verketteraars. Met het wegvallen van de Muur en het einde van de Koude Oorlog in 1989, en door de opkomst van internet medio jaren negentig, is een niet aflatende stroom aan publicaties over globalization verschenen. Voor- en tegenstanders buitelen sindsdien over elkaar heen. In de ogen van mondialiseringsgoeroes biedt verregaande internationalisering ongekende kansen tot economische ontwikkeling, technologische vernieuwing en het doorbreken van hokjesgeest of nationale kaders. Anti- en andersmondialisten waarschuwen daarentegen voor doorgeslagen amerikanisering, eigenzinnige multinationals die zich niet bekommeren om sociale verworvenheden, en investeringsmaatschappijen die zich te buiten gaan aan roofkapitalisme. Op een punt zijn voor- en tegenstanders het vaak met elkaar eens: de nationale staat zoals we die vandaag de dag kennen heeft zijn langste tijd gehad.

In Territory – Authority – Rights is van dergelijk doemdenken, euforisch beleden heilsverwachtingen of rechtlijnigheid niets terug te vinden. Volgens de auteur, sociologe Saskia Sassen, is mondialisering niet iets engs of externs. Het is een dynamisch, diffuus en oud proces. Mondialisering is iets heel vertrouwds en vooral ook: het is onlosmakelijk verbonden met de nationale staat.

Sassen is een toonaangevend mondialiseringsexpert. Vanaf de jaren tachtig publiceerde ze een dozijn boeken over mondialisering en machtsverhoudingen. Uiteenlopende thema’s kwamen aan bod, zoals migratiestromen, internationale monetaire economie, virtuele gemeenschappen en de functies van de stad (The Global City, een bestseller over New York, Londen en Tokio, uit 1991). Haar inzichten zijn op brede schaal geprezen. Ze is een graag geziene gast in het internationale lezingencircuit, overheden vragen haar om beleidsmatig advies en in 2004 eerde de Technische Universiteit Delft haar werk over steden met een eredoctoraat.

Deze Amerikaanse van Nederlandse komaf is zelf te beschouwen als een product van de naoorlogse mondialisering. Sassen is een kind van de babyboomgeneratie, in 1949 in Den Haag geboren en enkele jaren later met haar ouders geëmigreerd. Haar jeugd speelde zich af in Argentinië en Italië. Ze studeerde vervolgens in Frankrijk en de VS en bouwde haar wetenschappelijke carrière uit in New York (Columbia University), Groot-Brittannië (London School of Economics) en aan de University of Chicago, waar ze nu als sociologe werkzaam is.

Ontcijferen

Zoals in haar eerdere werk de stad centraal stond, zo neemt Sassen in haar nieuwste boek de nationale staat als uitgangspunt. Deze is in haar ogen zowel een drijvende kracht achter mondialisering als tegelijkertijd, paradoxalerwijs, aan deze ontwikkeling onderworpen. Meer dan tot nu toe verondersteld heeft mondialisering volgens haar plaats binnen het kader van de natiestaat. Ze beschouwt de staat dan ook als een sleutel waarmee ze het proces van mondialisering probeert te ontcijferen.

Met deze opvatting neemt Sassen afstand van beschouwingen waarin het staatsapparaat en de staat simpelweg worden afgeschilderd als de verliezers van mondialisering, of waarin het nationale en transnationale als simpele tegenstellingen worden beschouwd. Ze is het met de meeste analisten weliswaar eens dat er sprake is van een algemeen proces waarin de staat aan invloed verliest, maar zij schetst vervolgens een beduidend complexer beeld. De natiestaat verdwijnt niet. Er is eerder sprake van interne herverdeling van de macht. Het nationale kader doet er nog altijd toe, omdat hier de bulk aan wetgeving, burgerschap, veiligheidsmaatregelen of economische groei tot stand komt.

Voor Saskia Sassen komt de dynamiek van mondialisering uit twee richtingen. De eerste is de meest voor de hand liggende en betreft de op wereldschaal opererende instanties, zoals de wereldhandelsorganisatie WTO, internationale financiële markten, het Haagse oorlogstribunaal of simpelweg een kosmopolitische geesteshouding en levensstijl. Daarnaast onderscheidt Sassen ook lokale en nationale factoren die gekoppeld zijn aan mondialiseringsprocessen, zoals netwerken van activisten die zich sterk maken voor mensenrechten, milieubewustzijn en het implementeren van nieuwe vormen van energie.

Voor een analyse van deze dynamiek grijpt ze terug op het verleden. De moderne staat is geen organisch, ‘vanzelf’ gegroeide eenheid, maar het product van een ingewikkeld proces dat eeuwenlang in beslag nam en waar onder meer wetgeving, veldslagen, economische instrumenten, definities van burgerschap en de uitbouw van schoolsystemen aan te pas kwamen. Sassen analyseert hoe de natiestaat vanaf de Middeleeuwen is opgetuigd en vervolgens, na de Tweede Wereldoorlog en vooral vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw, gedeeltelijk weer is ontmanteld. Ze toont aan dat mondialisering een voortdurend proces is, een continu herschikken van steeds dezelfde combinatie van factoren waar binnen het kader van de staat steeds anders mee is omgegaan.

Uit de analyse van de overgang van de feodale naar de moderne staat, aan de hand van case studies naar Frankrijk en Engeland, blijkt dat dergelijke transformaties minder eenduidig zijn dan vaak is aangenomen en dat ze vele verbindingen, verknopingen en tegenstrijdigheden herbergen. Voor haar beschouwing van deze overgang beroept Sassen zich vrijwel exclusief op de VS. Hier is de dynamiek tussen staat en mondialisering het scherpst waarneembaar en de verschuivingen die zich binnen staten afspelen vinden volgens haar vroeg of laat ook elders in de wereld navolging. Opmerkelijk genoeg signaleert Sassen een groeiende macht van regeringen. In de VS is hiertoe een eerste stoot gegeven tijdens het presidentschap van Ronald Reagan (1981-1989). Met George W. Bush vanaf 2001 constateert Sassen een tweede golf van machtsconcentratie, mede gevoed door de door Bush afgekondigde wereldwijde oorlog tegen het terrorisme. In naam van nationale veiligheid schermt de regering steeds meer informatie af. Democratische controle wordt moeilijker. Parallel hieraan vergroot de controle van overheidswege op internetverkeer, politieke groeperingen en de individuele burger. Sassen plaatst vraagtekens bij de betekenis hiervan voor burgerschap en spreekt haar verontrusting uit over het groeiende democratische tekort in Amerika. In dergelijke passages schemert door het objectiverende wetenschappelijke vertoog een activistische, anti-Bush, toon door. Met een opvallend grote boog loopt ze om de betekenis heen van de regeringen-Clinton voor het proces van mondialisering.

Callcentra

Dergelijke waarschuwingen ten spijt benadrukt Sassen vooral de dynamische relatie tussen de natiestaat en mondialisering. Aan de ene kant is er het bekende voorbeeld van transfer van productielijnen en callcentra van westerse naar lage lonenlanden. Het beleid van multinationals en nieuwe internationale juridische regels wakkeren dergelijke vormen van geografische spreiding aan. Aan de andere kant leidt dit weer tot nieuwe vormen van centralisatie.

Sassen wijst er op dat toenemende bedrijvigheid op wereldschaal ook intensievere coördinatie, beheer, planning en boekhouding met zich mee brengt. Rond hoofdkantoren in grote steden groeit een netwerk van dienstverlenende bedrijven op juridisch en financieel gebied. Niet langer is soevereiniteit exclusief van de staat, maar in vele uiteenlopende institutionele omgevingen terug te vinden, zoals in de Europese Unie of in internationale verdragen en instanties.

Zulke vormen van dynamiek zijn ook waarneembaar op het gebied van digitalisering en elektronische netwerken. Sassen gelooft niet in internet als een spontane en creatieve ruimte die los opereert van machtsverhoudingen en controlemechanismen. Net als multinationals is ook internet uiteindelijk territoriaal gebonden. Voor overheden ziet Sassen een rol weggelegd in het management van internet, in domeinnaamregistratie, in de controle op internetadressystemen. Hoe sterker digitalisering doorzet, hoe meer behoefte er is aan een systeem dat toezicht houdt.

Territory – Authority – Rights is zowel erudiet en abstract als methodisch en gedetailleerd. De lezer die een boek van vlees en bloed over mondialisering zoekt heeft bij haar weinig te zoeken, maar wie geïnteresseerd is in technische verhandelingen op zowel historisch, juridisch, economisch als monetair gebied komt volop aan zijn trekken. Het boek prikkelt door zijn brede armslag, irriteert door zijn soms richtingloze theoretische passages en roept vooral veel vragen op. Dit komt omdat voor Sassen materiële en economische ontwikkelingen in de wereld de dynamiek van sociale en maatschappelijke veranderingen bepalen. Hoe aantrekkelijk een dergelijke materialistische en rationele opvatting ook is, hij laat weinig ruimte voor het handelen van individuele politieke leiders, voor de overwegingen van internationale topmanagers of voor irrationele aspecten in besluitvormingsprocessen. Aan de culturele of morele dimensies van mondialisering wordt eveneens voorbijgegaan. Het blijft ook onduidelijk wat het aandeel is van bijvoorbeeld de Chinese en Japanse staat, evenals de westerse staten, ook eeuwenoud en volop betrokken in het hedendaagse proces van mondialisering. Maar dergelijke kritiekpunten doen aan de verdiensten van Sassen niets af. Voor alles maakt ze immers inzichtelijk hoezeer nationale en mondiale processen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.