Flipje en zijn buren

Dolly Verhoeven (red.): Gelderland, 1900-2000. Waanders, 590 blz. € 39,95, incl. DVD met filmfragmenten

In het voorbije decennium heeft vrijwel elke provincie de geschiedenis van de eigen regio laten beschrijven. Dit heeft geresulteerd in enkele monumentale uitgaven die de toets van de wetenschappelijke kritiek glansrijk doorstaan. Het redactieteam van Gelderland, 1900-2000, bestaande uit medewerkers van het Gelders Erfgoed, het Gelders Archief en van twee in deze provincie gevestigde universiteiten, bedacht een afwijkend concept. Men koos voor de 20ste eeuw en voor een fragmentarische behandeling van het verleden. En geen inhoudsopgave die begint met een schets van het landschap, gevolgd door hoofdstukken over de demografie, economie, sociale verhoudingen, politieke structuren en nog een afsluitend exposé over de cultuur.

De provinciegeschiedenis van Gelderland bestaat uit honderd artikelen van vijf à zes pagina’s, die zich als een losstaand verhaal laten lezen. Elke bijdrage is voor zover dat kan volgens een vast stramien opgebouwd: eerst wordt een aan tijd en plaats gebonden anekdote breed uitgemeten die vervolgens een ruimere historische en maatschappelijke context krijgt.

Een keur aan onderwerpen passeert de revue. De kaskraker van Boudewijn de Groot dient als opstap voor de behandeling van de opkomst van het carnaval in het Land van Maas en Waal; Flipje Tiel wordt van stal gehaald bij de beschrijving van de rol van reclame in de consumptiemaatschappij; aan de hand van de Bemmelse ponymarkt wordt de mechanisering van de landbouw beschreven; de context van de gevechten bij Arnhem en Oosterbeek in september 1944 laat zich niet zo moeilijk raden, maar ook de Paasheuvel , Het Dorp, Normaal, de Betuwelijn en het Gelredome zijn goed voor een artikel.

De redactie deed haar best om tot een weloverwogen thematische, regionale en chronologische spreiding te komen. Zo is in vijf bijdragen de grensproblematiek aan de orde gesteld; de verstedelijking keert in zes bijdragen terug en negen artikelen draaien om de landbouw. In vijf bijdragen wordt aangegeven hoe in Gelderland werd omgegaan met de komst en opvang van ‘nieuwkomers’ (Belgische vluchtelingen in WO I, met de uit Duitsland gevluchte joden in de jaren dertig, met de Molukkers in de Gelderse woonoorden, de komst van buitenlandse werknemers en met de opvang van de asielzoekers in de jaren negentig). In veertien artikelen staan kerk en geloof centraal en dan is er ook nog uitgebreid aandacht voor democratisering en emancipatie. Een leeswijzer achterin vergemakkelijkt het gericht zoeken naar de thematische bijdragen.