Energieke kunst slaat dood

Tentoonstelling: Brave New World. T/m 3 juni in het Cobramuseum, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di t/m zo 11-17u. Inl: 020-5475050, www.cobra-museum.nl

De tentoonstelling Brave New World is een manhaftige poging van het Cobramuseum om aansluiting te vinden bij een jongere doelgroep. In plaats van werk van de Cobra-kunstenaars, dat inmiddels gestold is in de tijd, is er nieuw werk te zien van onder meer de Rotterdammers Marc Bijl en Jeroen Jongeleen. Maar de tentoonstellingsmakers hebben er geen rekening mee gehouden dat een statige museumzaal de energieke kunst van Jongeleen, die graffitispuitend en stickers plakkend de stad voorziet van commentaar, gewoonweg opslokt. Nu is ook wel gekozen voor een zeer kalme opstelling, met weinig aandacht voor de ruige energie van de kunstenaars. Jonge honden zijn welkom in het Cobramuseum, maar dan moeten ze zich wel een beetje rustig gedragen, is er waarschijnlijk gedacht door de directie.

En dus is Brave New World – de titel verwijst naar het gelijknamige boek van Aldous Huxley – een alleszins overzichtelijke expositie. Er is onder andere werk te zien van de Spaanse skaters El Perro, die op film skaten door een gevangenis waar ten tijde van Franco’s bewind tegenstanders werden opgesloten. Hun maatschappijkritiek is een soort speelse schijnoverwinning: alsof Goliath is neergehaald door David, en het kleine broertje van David vervolgens triomfantelijk op het hoofd van de gevallen reus rondspringt: kijk es wat ik durf! Wel dynamisch om te zien hoe ze rond skateboarden, maar echt erg kritisch is het niet.

Datzelfde geldt voor het standbeeld van een skater bovenop een paar naakte gevangenen van Abu Ghraib. Dat zou de discrepantie van de vrije westerse wereld ten opzichte van de niet-vrije wereld moeten verbeelden. Maar die symboliek is te ver gezocht – het is vooral een potsierlijk beeld. Foto’s uit de media vinden vaak hun weg in de kunst, die de beelden gebruikt om kritiek te leveren. Maar die methode kan ook averechts werken: als een beeld zo vaak is gerecycled, kan op een gegeven moment de zeggingskracht verdwijnen, en blijft alleen een hol, betekenisloos nabeeld achter. Dat zie je ook gebeuren bij El Perro.

De tentoonstelling slaagt er voornamelijk in om een ongemakkelijk wereldbeeld neer te zetten: een wereld die niet zo prettig is om in te vertoeven, op zijn zachtst gezegd. Bijls video’s dragen daar aan bij: de kunstenaar slaat aan het fouilleren in metro en tentoonstellingsruimtes. De acties lijken een aanklacht tegen de beveiligingsgekte die is toegeslagen in de oorlog tegen het terrorisme. Het is net als met dat spotje op tv, waarin een rustgevende stem meedeelt dat de overheid bezig is met de bestrijding van terrorisme. Een sussende boodschap, bedoeld om de gemoederen kalm te houden, maar die natuurlijk vrij nietszeggend is en juist het gevoel versterkt van naderend onheil.

De inkjetprints van het Russische kunstenaarscollectief AES+F laten een wereld zien waarin jongeren in gevecht zijn met elkaar: op elke vierkante centimeter staan ze – met geheven zwaarden, uzi’s, baseballbats – klaar om elkaar de hersenen in te slaan. Maar nergens vloeit bloed. Dit is de cleane wereld van de games, waarin je mag slaan, schoppen en schieten zonder dat het gevolgen heeft. En zo zien de jongeren met ontbloot bovenlijf en combat-broeken er ook uit: als renaissanceschilderijen waarop heiligen met smachtende blikken omhoog staren. De kunstmatige wereld waarin de jongeren leven is niet aantrekkelijk, maar tegelijkertijd ook dusdanig bizar dat het geheel als commentaar op de echte wereld weinig indruk maakt.

Brave New World is te weinig confronterend om echt te overtuigen. De expositie is een gemiste kans voor het Cobramuseum. Als je wilt verjongen, geef dan de kunstenaars alle ruimte, in plaats van te kiezen voor zo’n keurige museale opstelling. Het is goed dat het Cobramuseum af en toe voorzichtig het heden induikt, en verder kijkt dan de oude mannen van Cobra. Maar het ziet er nu wel erg onwennig uit.