Een pr-stunt uit de hoge hoed van publiciteitswhizzkid Beatrix

Waarom maken Máxima en Willem-Alexander pas zo laat bekend hoe hun baby heet? Is dat een pr-strategie van Beatrix, zo van: we laten het volk in spanning zitten over de naam, want dan krijgen we meer media-aandacht? Ik denk het wel. Net zoals die bevallingen in het Bronovo-ziekenhuis. Ik zeg: doe het lekker in je eigen kasteel, jullie hebben heus wel geld voor een arts, zes verpleegsters en een nood-infuusje, en dan hoef je niet te bevallen met op de achtergrond het extatische geschreeuw van het plebs dat zich achter dranghekken heeft opgesteld. Maar dat gedoe met die dranghekken is ook een pr-stunt uit de hoge hoed van publiciteitswhizzkid Beatrix. Denk ik.

Ik ga erin mee, en daarom zwierf ik gisteren urenlang door Den Haag op zoek naar het felicitatieregister van het prinsesje zonder naam. (Anastasia? Alitalia? Anonimia.) Het register lag in Paleis Noordeinde. Maar ik, behept met een gebrek aan paleizenkennis en richtingsgevoel, zag het Binnenhof aan voor het paleis. Uiteindelijk belandde ik bij een gelig gebouw waar twee vrouwen met Oilily-sjaaltjes opgetogen uit kwamen lopen, en toen wist ik: hier is het. Binnen verwachtte ik een soortgelijk publiek: keurige vrouwen met een diepe behoefte om hun gelukswensen in een boek te schrijven waar Máxima misschien ooit een verveelde blik op zou werpen. Maar de zaal met de felicitatieregisters was leeg, op mijzelf en een Braziliaanse neger na. Dat hij Braziliaans was, las ik toen hij weg was; hij had onder zijn gelukswensen zijn land van afkomst gezet.

Ik was nu alleen met de felicitatieregisters en de ingelijste foto van het prinsenkind, dat er zoals alle pasgeborenen uitzag als een rode, geagiteerde Chinees. Nu kon ik onbeschaamd de tekstjes bestuderen die andere mensen hadden opgeschreven. De meesten beperkten zich tot ‘veel geluk’. Eén vrouw had achter haar naam ‘zelf in verwachting’ geschreven. Dat vond ik een teken van grootheidswaanzin, alsof Máxima en Willem-Alex bij het lezen van de oneindige reeks felicitaties zouden denken: ‘Gunst, wat leuk, Annejet Visser uit Uden is in verwachting!’

Omdat er een lid van de koninklijke marechaussee (of iets dergelijks) binnenkwam, voelde ik me gedwongen zelf ook iets in het boek te schrijven. Maar met mijn volledige naam erin, dat ging mij echt te ver. Schijterig schreef ik ‘Veel geluk, A. Brandt’ en vluchtte weg. Mijn meest monarchische daad ooit.