Coach

Het aandoenlijkste aan Louis van Gaal is zijn blijdschap.

We zagen het gisteravond na de gelijkmaker van AZ tegen Werder Bremen. Van Gaal sprong op en danste langs de lijn, terwijl misschien wel een halve minuut lang uit zijn wijd opengesperde mond een soort oerschreeuw leek te komen. Op zulke momenten lijkt hij uit zichzelf te treden, als de leider van een sekte die zijn discipelen voorgaat in de extase.

Toch behoudt hij ook dan zijn tegenwoordigheid van geest, zoals blijkt uit de schrijfmap die hij dicht tegen zijn bovenlichaam geklemd houdt. Hij zal die map nooit met een triomfantelijke boog woest de lucht ingooien. Want hij weet: het leven, en dus ook de wedstrijd, gaat straks weer gewoon door.

De schrijfmap staat symbool voor de nuchtere, aardse kant van Van Gaal. Daarin tekent hij alle zonden en deugden van zijn spelers op. Zoveel assists, zoveel doelpunten, zoveel ‘onnodig balverlies’, zoveel ‘slordig uitverdedigen’. Ik stel me intrigerende aantekeningen voor als: „De Cler liet tegenstander driemaal uit zijn rug komen.”

Die schrijfmap is steeds omvangrijker geworden. In het begin was het maar een bescheiden notitieblokje dat je verslaggevers vaak ziet hanteren. Nu is het zo’n geplastificeerd geval, waarmee colporteurs aan de deur een air van voornaamheid willen uitstralen. Zijn schrijfmanie is overgeslagen op tal van coaches: de reservebank is een schoolbank geworden.

Nee, Marco van Basten doet daar niet aan mee.

Als Van Gaal een schoolmeester is, dan is Van Basten de lastigste leerling. Hij heeft, net als zijn vriend Johan Cruijff, een grote hekel aan Van Gaal.

Ik moet altijd lachen als ik Van Basten over AZ hoor praten. Hij vindt het een goed elftal dat vaak mooi, gedurfd voetbal speelt – precies zoals hij met zijn Nederlands elftal voor ogen heeft. Dat Van Gaal niet geheel toevallig de coach van dit team is, kan Van Basten nauwelijks begrijpen. Eerst zegt hij een paar keer: „Ja, AZ, goed voetbal, talentvolle spelers.” Dan laat hij er in een toonloze, bijna onverstaanbare bijzin plichtmatig op volgen: „Van Gaal is een goede coach.”

Van Gaal vindt Van Basten een beunhaas, iemand die zonder diploma’s een moeilijk vak uitoefent. Omgekeerd is Van Gaal voor Van Basten een gemankeerde voetballer die een minderwaardigheidscomplex overschreeuwt.

Zo staan ze tegenover elkaar. De nederlaag van de een zal altijd de triomf van de ander zijn. Co Adriaanse, vriend van Van Gaal, heeft gezegd: „Als Van Basten succes heeft als coach, betekent dat dat wij geen echt vak uitoefenen.” Die woorden moeten Van Gaal uit het hart – en misschien wel uit de mond – gegrepen zijn.

Gisteravond zagen we waarom Van Gaal het als coach zo ver heeft gebracht. Hij kan niet tegen zijn verlies. Hij had verdiend verloren van een elftal dat beter was, maar hij kon dat niet verkroppen. „Wij waren niet minder”, zei hij. Vervolgesns ging hij in de aanval tegen zijn interviewer, die daar anders over dacht maar te laf was om ervoor uit te komen.

Van Gaal is zozeer overtuigd van zijn eigen gelijk dat hij tot in zijn katholieke hiernamaals zal doorgaan om het te krijgen. Hij blijft voorlopig bij AZ. Hij zal er blijven – tot hij kampioen van Nederland is.