China is de slagroom

Het gaat goed met de wereldeconomie, zegt het IMF.

De welvaart groeit, en is beter verdeeld over landen.

De vooruitzichten voor de wereldeconomie blijven gunstig. Ondanks een terugvallende Amerikaanse economie en het risico van instabiliteit op de financiële markten, is de wereld bezig met de sterkste periode van welvaartsgroei sinds het begin van de jaren zeventig. En beter nog: die groei is ook beter verdeeld dan voorheen.

Dat stelt het Internationale Monetaire Fonds (IMF), dat deze week weer zijn World Economic Outlook presenteerde, waarin het voorspellingen doet over de wereldeconomie. Die groeit zowel dit als volgend jaar met 4,9 procent. Dat is weliswaar minder dan de 5,4 procent van 2006, maar niettemin erg gunstig.

De Verenigde Staten zijn, met een terugvallende groei van 2,2 procent, even niet de motor van de wereldeconomie, maar topeconoom Simon Johnson verwacht dat de VS in de loop van dit jaar weer aan vaart winnen. De crisis op de hypotheekmarkt zal volgens hem niet leiden tot serieuze problemen, omdat er weinig tekenen zijn dat de crisis overslaat op andere markten. „De VS moeten even niezen, maar daar wordt de rest van de wereld niet verkouden van”, aldus Johnson.

Een teruglopende Amerikaanse economie staat tegenover een verhoudingsgewijs gunstige groei in Europa (2,3 procent groei in 2007) en Japan (ook 2,3 procent). Het is voor het eerst sinds 2001 dat de Europese economie sneller groeit dan de Amerikaanse.

De vier opkomende landen, Brazilië, Rusland, India en – vooral – China zijn de slagroom op de taart, met een groei die uiteenloopt van 4,4 tot 10 procent. Daardoor zou de wereldeconomie een start kunnen maken met wat in internationale financiële kringen global rebalancing heet: het weer in balans brengen van de scheefgroei die de afgelopen tien jaar is ontstaan.

Maar nu de scheefgroei lijkt recht te trekken, heeft een nieuwe boeman heeft zijn intrede gedaan: de omvang en complexiteit van de internationale financiële markten. Eerder deze week publiceerde het IMF een halfjaarlijks rapport dat onder de huidige omstandigheden interessanter belooft te worden dan de Outlook: het Global Financial Stability Report. Het geeft blijk van de nieuwe rol die het IMF zichzelf toedicht als bewaker en onderzoeker van het financiële systeem.

Dat is geen overbodige luxe. In februari en maart van dit jaar ging er een kortstondige schok door de financiële markten, nadat de beurs van Shanghai was gekelderd.

De angstreactie onderstreepte hoe complex de financiële handel geworden is, en hoe de markten zijn gegroeid ten opzichte van de reële economie. De vraag rijst wel hoe gezond de sfeer is op de markten, nu jaren van economische stabiliteit en voorspelbaarheid het nemen van risico’s hebben aangemoedigd. „We lopen in een droog bos”, zei IMF-directeur Rodrigo de Rato deze week. „En dan moet je voorzichtig zijn met vuur.”

Jaime Caruana, verantwoordelijk voor het rapport, stelde dat markten zo verweven zijn geworden, dat op het oog kleine problemen een kettingreactie teweeg kunnen brengen. De internationalisering van financiële instellingen zoals banken brengt als risico met zich mee dat schokken overspringen naar andere landen. De toegenomen complexiteit van het financiële systeem maakt het vervolgens lastig om een crisis het hoofd te bieden.

Dat wil niet zeggen dat het IMF angstig is. Zoals de meeste beleidsmakers en denktanks huldigt de organisatie de moderne revolutie van de financiële markten, omdat risico’s beter gespreid worden. Toch zijn er volgens Caruana plekken op de financiële markten die kwetsbaar zijn. „We hebben enkel een vage notie waar de risico’s van de steeds complexere financiële handel zich ophouden.”