Bijgelovig

Rintje en Tobias staan voor de deur van Henriettes huis om te vragen of ze buiten komt spelen.„Henriette blijft vandaag de hele dag in haar mand”, zegt haar moeder. „Het is vandaag vrijdag de dertiende en dat is een ongeluksdag. Daarom is ze bang dat haar iets overkomt.”

„Wat een onzin”, zegt Tobias. „Dertien is een gewoon getal. Hoe kan dat nou ongeluk brengen?”

„Kom”, zegt Rintje. „We gaan bewijzen dat het niet klopt. We doen allemaal extra gevaarlijke dingen en je zal zien dat er niets gebeurt.”

Samen lopen ze naar het park en zoeken de hoogste boom.

„Klim jij erin, Rintje?” vraagt Tobias. „Ik blijf op de grond, want ik heb hoogtevrees. Maar dat heeft niets met vrijdag de dertiende te maken.”

Rintje klimt langzaam naar boven en dan roept hij naar beneden. „Kijk! Ik kan zelfs op twee poten staan!”

Tobias durft pas weer te kijken als Rintje even later weer veilig op de grond staat.

„Nu gaan we de vijver over zwemmen”, zegt Tobias, „met een stok in onze bek!”

Ze zoeken allebei een goede stok, gooien die in de vijver en springen er achteraan. Als ze de stok in hun bek geklemd hebben, zwemmen ze hijgend en proestend naar de overkant.

„We hebben het gehaald”, zegt Rintje. „Zie je wel dat er niks gebeurt! Laten we ook nog een circusnummer doen. Jij gaat op mijn schouders staan op je achterpoten en met je voorpoten los in de lucht. Dan ga ik rondlopen en tot slot draai ik een rondje!”

Ook het circusnummer lukt prima zonder ongelukken.

„Nu gaan we weer naar Henriette”, zegt Tobias, „om haar te vertellen dat het stom bijgeloof is dat er ongelukken gebeuren op vrijdag de dertiende.”

„Kom maar even binnen”, zegt de moeder van Henriette. „Het gaat niet zo goed met Henriette, maar dat vertelt ze jullie zelf wel.”

Als ze de kamer binnenlopen zien ze Henriette in haar mand liggen. Om haar voorpoot zit een verband.

„Wat is er gebeurd?” vraagt Rintje.

„Mijn moeder had net de vloer geboend”, zegt Henriette. „En toen ik uit mijn mand sprong om wat brokjes te gaan eten, gleed ik uit en heb ik mijn poot verzwikt!”

„Dat is pech”, zegt Tobias. „Je had met ons mee moeten gaan, dan was er niets gebeurd!”

„Buiten had ik vast alle vier mijn poten gebroken!” zegt Henriette.

„Voortaan blijf ik op zo’n dag echt de hele dag in mijn mand en kom ik er zelfs niet uit voor een brokje!”

EINDE

www.rintje.nl