Ambassadeurs V-raad gaan naar Kosovo

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties stuurt een missie naar Kosovo voordat een beslissing wordt genomen over de staatkundige toekomst van de regio. De missie bestaat uit de vijftien VN-ambassadeurs van de landen die in de raad zitten.

De reis wordt nog deze maand gemaakt. Na de terugkeer van de vijftien ambassadeurs naar New York beslist de Veiligheidsraad over het voorstel van VN-bemiddelaar Martti Ahtisaari, dat voorziet in onafhankelijkheid voor Kosovo onder internationaal toezicht en op strikte voorwaarden – bijvoorbeeld over de bescherming van minderheden. Servië, waarvan Kosovo formeel nog deel uitmaakt, is radicaal tegen het voorstel. Rusland, lid van de raad met vetorecht, steunt Servië.

In Belgrado heeft de Duitse ambassadeur in Servië, Andreas Zobel, gisteren zijn excuses aangeboden voor een toespraak, woensdag, over de kwestie-Kosovo. Daarin had hij gezegd dat als Servië zich blijft verzetten tegen een snelle regeling van de kwestie-Kosovo, vragen kunnen ontstaan over Vojvodina, de noordelijke regio met talrijke minderheden, en Sandzak, waar veel moslims wonen. Zobel had Servië ook verweten steeds te beweren dat Kosovo „altijd” deel heeft uitgemaakt van Servië, terwijl dat pas sinds 1912 het geval is. Daarbij wees hij ook op het feit dat Vojvodina pas in 1918 van Hongarije is afgepakt.

Over die opmerkingen ontstond in Servië grote commotie, in alle gelederen van de Servische politiek. De regering diende bij Duitsland een „krachtig protest” in en eiste opheldering. Volgens de regering had Zobel „gebrek aan respect getoond voor de waardigheid van Servië staatsinstellingen”. De ambassadeur werd beschuldigd van pogingen de grenzen van Servië te willen wijzigen en hij had „onzorgvuldig en ondiplomatiek” gehandeld.

Gisteren zei Zobel dat zijn opmerkingen zijn eigen mening weergaven en niet die van de Duitse regering. Hongarije liet weten geen territoriale aanspraken op Vojvodina te koesteren (VIP, AP)