A.F.Th. baadt in discolicht

De Nightwriters-avonden van auteur Kluun worden druk bezocht. Dit keer las ook A.F.Th. een stukje voor „omdat Kluun mijn vriendelijke buurman is”.

De literatuur onderhoudt al warme banden met het nachtleven sinds de Tachtigers zich in het Amsterdamse Café Americain ophielden en de Vijftigers elkaar in café Eijlders ontmoetten.

Die traditie van nachtelijke letteren wordt sinds een half jaar voortgezet in de Amsterdamse nachtclub Panama waar auteur Kluun maandelijks zijn Nightwriter-avonden organiseert. Gisteravond lazen Tommy Wieringa, Anne Hermans en A.F.Th. voor uit eigen werk. De in discoverlichting badende zaal was uitverkocht, maar dat is geen uitzondering. Wel bijzonder was dat A.F.Th., die zich sinds vijftien jaar afzijdig houdt van het literaire voorleescircuit, plaatsnam op een van de chique fauteuils op het podium.

Het grote verschil tussen Nightwriters en traditionele voorleesavonden is het hoge showgehalte. Het hoofdstedelijke uitgaanspubliek komt zijn huis immers niet meer uit om op een ongemakkelijk houten bankje naar een voordracht van een uur te gaan zitten luisteren. Dus rijgt presentator Frénk van der Linden het ene opleukende intermezzo na het andere aan elkaar. Dat begint al met het applaus oefenen. Er klinkt een deuntje en dat is het signaal om met z’n allen hard te gaan klappen. Het werkt uitstekend.

Na de schrijvers te hebben voorgesteld mag Tommy Wieringa het spits afbijten. Wieringa kan voordragen als geen ander. Hij spreekt de woorden van zijn verhaal ‘Het ei’ even gepolijst uit als hij schrijft, maar geeft ze de nodige luchtigheid door ze te laten rusten op een bedje van ironie. Smullen is dat.

Door de onderbrekingen – een quiz, een bandje, een kort interview – krijgt het publiek geen kans zich te vervelen. Raakt de literatuur ondergesneeuwd? Ja en nee. Ja, omdat waar het criterium ‘leuk’ is, simplificering opduikt. Nee, omdat het publiek actiever meedoet dan bij een reguliere voorleesavond. Indutten is er niet bij.

A.F.Th. sluit de avond af met een fragment uit zijn volgende roman De Vondeling. Zo te horen wordt er afgerekend met linkse jaren zeventig in deze roman, waarin hoofdpersoon Reinier Knigge een pasgeboren baby in een kartonnen doos vindt terwijl hij zijn hond uitlaat. Wat doet Van der Heijden eigenlijk op deze avond waar de gemiddelde leeftijd de helft is van zijn eigen jaren? „Kluun is mijn vriendelijke buurman”, legt hij na afloop uit, leunend tegen de bar. „We drinken samen weleens een biertje in de buurtkroeg. Als je buurman je vraagt mee te doen aan zo’n avond zeg je toch geen nee?”