47. WORD UITVINDER

Janjaap Ruijssenaars ontwierp een bed dat met hulp van magneten 40 centimeter boven de grond zweeft. Het Amerikaanse weekblad Time noemde het 1,2 miljoen euro kostende bed een van de beste uitvindingen van 2006. Op de Miljonairsfair hebben zich afgelopen zomer de eerste klanten gemeld bij Ruijssenaars.

Een uitvinding doen en dan binnen-lopen? Het kan, zegt Wouter Pijzel, directeur van de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU), maar het gebeurt niet vaak. Aan briljante ideeën ontbreekt het niet, die zijn er zat. Maar de weg die het idee moet afleggen voordat het de markt bereikt, zit vol hobbels. En niet elke vondst leidt tot groot financieel succes.

Pijzel: ‘De meeste uitvinders zijn creatieve geesten. Maar wil je echt succesvol zijn, dan heb je ook lef nodig. Lef om je eigen bedrijf op te richten.’ Alleen op die manier kan de uitvinding tot rijkdom leiden, is Pijzels ervaring.

Doemscenario’s zijn er in overvloed. Bijvoorbeeld: de uitvinder spendeert duizenden euro’s aan een octrooi om vervolgens te ontdekken dat zijn product al door een ander is bedacht. Of: de uitvinder heeft een mooi idee, maar mist de vaardigheid om investeerders te overtuigen. Of: een ander gaat er met de vondst vandoor.

Als het briljante idee wel de weg naar de markt weet te vinden, is dat meestal via een bedrijf dat een licentie op een vondst koopt. De uitvinder krijgt dan royalty’s. ‘Misschien komt er het eerste jaar een ton binnen. Maar daarna zal de kasstroom snel opdrogen. Het grote geld is voor het bedrijf’, zegt Pijzel. Die winst kan makkelijk oplopen tot een tienvoud van de royalty’s die de uitvinder ontvangt.

Jasper Baggerman, uitvinder van het Vakantielandenspel en het Stedenspel, is minder negatief. Het Vakantielandenspel bracht hij via bestaande speluitgevers op de markt. De grote winst gaat daardoor aan zijn neus voorbij, maar de constructie heeft ook voor-delen, vindt hij. ‘Ik loop geen risico, hoef niet te investeren en het kost me weinig tijd. Op gezette tijden krijg ik wel keurig de royalty’s op mijn rekening bijgeschreven.’

De verkoop van 300.000 spelen (in de Benelux en Duitsland) leverde hem een leuk bedrag op, maar geen rijkdom. Daar was het hem overigens ook niet om te doen. ‘Mijn ambitie was om het spel van mijn hoofd naar de winkel te krijgen. Dat is gelukt.’

Toch brengt Baggerman zijn tweede spel, het Stedenspel, onder eigen beheer uit. Want, verklaart hij, ‘als je weet dat een product succesvol wordt, is het veel lonender om het zelf op de markt te brengen.’

Patrick IJzendoorn, Marieke Jansz

Zie voor het beschermen van een uitvinding: www.novu.nl en www.octrooicentrum.nl