30. GA STUDEREN

Leren loont. Het is een bekend misverstand dat je op de universiteit onbruikbare kennis opdoet en de echte kennis op straat ligt.

Neem Frits Goldschmeding. Hij schreef zijn doctoraal scriptie economie over georganiseerde tijdelijke arbeid. Zeg maar: uitzendwerk. Maar dat woord bestond niet. Althans niet in Nederland. Niet in 1960.

Met een medestudent maakte hij een folder voor bedrijven die personeel nodig zouden kunnen hebben en één voor personeel dat tijdelijk aan de slag wilde. Na een paar dagen belde de directeur van Fiat-importeur Leonard Lang: zoek voor mij een tijdelijke directiesecretaresse. Paniek. Een klant! Waar vind ik een secretaresse. Zijn zakenpartner belde. Zijn eerste sollicitant was net langs geweest. Zij beheerste steno, kende haar talen. Klant vond klant, Randstad was in zaken. De jingles van zijn reclame zijn nu riedeltjes die iedereen kent.

Randstad groeide, lanceerde andere uitzendbureaus, kocht schoonmaakbedrijven. Eind jaren tachtig maakte Randstad de stap naar de Amsterdamse effectenbeurs. Beleggers lieten het bedrijf links liggen, tot begin jaren negentig iedereen over ‘flexibilisering van de arbeidsmarkt’ begon als instrument voor economische groei en voor het succes van starters op de arbeidsmarkt. Goldschmeding staat nummer 4 op de Quote 500-lijst. Geschat ver-mogen: 2,4 miljard euro.

Of ligt geld toch op straat?

Neem Cor van Zadelhoff. Naar eigen zeggen de eerste landelijke bedrijfsmakelaar in Nederland. Zijn motto: Zadelhoff maakt de zaak rond. Van Zadelhoff gaat als werkstudent aan de slag bij een Amsterdamse makelaar, wilde mede-firmant worden, dat mislukte, en hij begon voor zichzelf. Hij afficheert zich bewust met zijn doctorandus-titel: slimme marketing in een tijd dat het vak van makelaar niet hoog stond aangeschreven. Tientallen jaren deed hij de grote zaken, verkocht zijn kantoor, kocht het weer terug, en gebruikte zijn imposante netwerk van relaties en klanten voor zaken en goede doelen. Hij leverde bijvoorbeeld het historische wagenpark voor de sinterklaasintocht in Amsterdam. Zelf zit hij op de bok, gekleed in een palfreniersjas van De Bijenkorf. Van Zadelhoff staat nummer 91 in de Quote 500: 246 miljoen euro.

Het beste voorbeeld is echter Anton Dreesmann. Wonderkind en flamboyant ondernemer. Hij voegde de versnipperde warenhuizen van het familiebedrijf Vroom & Dreesmann samen en vormde een kampioensconglomeraat: van postorders tot financiële diensten, plus een echte bank. Dreesmann deed niet één studie, maar twee: rechten én economie. Plus een proefschrift. Zijn opvolgers ontmantelden zijn conglomeraat nog tijdens zijn leven: het paste niet meer in de tijd van kernactiviteiten en hongerige aandeelhouders. Dreesmann overleed in 2000. Zijn erven staan bij Quote op nummer 9: 1,7 miljard euro.

Menno Tamminga