Ze hadden de Beurs ook kunnen verkwanselen

Amsterdam wil de Beurs van Berlage met drie investeerder kopen van de deelraad centrum. Zal het dan wel lukken het gebouw rendabel te exploiteren?

Kasper Jansen

De Beurs van Berlage, geopend in 1903, was bijna een eeuw eigendom van de gemeente Amsterdam. In 2002 verviel de Beurs aan het nieuwe stadsdeel Centrum. Het bleek een ongewenst geschenk: hoge kosten, lage opbrengsten en inmiddels tien miljoen schuld. Eind dit jaar, zo is gisteren vastgelegd, wordt de Beurs door Amsterdam teruggekocht en ondergebracht in een bv, waarin ook drie vastgoedpartijen gelijkelijk participeren. Zo is Amsterdam in vijf jaar driekwart van de Beurs van Berlage kwijtgeraakt aan durfinvesteerders.

Trots en blij was cultuurwethouder Carolien Gehrels (PvdA) gisteren bij de presentatie van het plan voor een ‘public-private partnership’. Ook Rabo Bouwfonds, Amvest en woningbouwcorporatie De Key toonden zich van hun beste kant: begaan met een nette toekomst van het Amsterdamse erfgoed. Stadsdeel Centrum had de Beurs, een rijksmonument en topstuk van de Amsterdamse School-architectuur, immers ook kunnen verkwanselen aan zomaar een koper. Die had er winkelruimte van kunnen maken, zoals is gebeurd met het oude Postkantoor achter het Paleis op de Dam.

Nu is volgens Gehrels de toekomst van de Beurs, die wordt gekocht voor de boekwaarde van vijftien miljoen euro, gewaarborgd als publiek cultuurpaleis. De culturele en maatschappelijke doelstellingen liggen vast in een intentieverklaring, net als de financiële kaders waarin die moeten worden gerealiseerd. In tien jaar moet het verlies worden weggewerkt, met hopelijk een klein winstje.

Maar op lange termijn moet de exploitatie leiden tot een marktconform vastgoedrendement, ondermeer bestaande uit waardeontwikkeling van het gebouw en een kostendekkende exploitatie, zegt de intentieverklaring. Op 24 mei vergadert de Amsterdamse gemeenteraad daarover, er moet nog verder worden onderhandeld.

De drie commerciële redders en de gemeente Amsterdam nemen aanvankelijk nog een verliesje, maar willen dat later goed maken. Maar hoe maak je een cultureel-maatschappelijke toekomst werkelijk rendabel? De wethouder weet dat nog niet, maar neemt plannen graag in ontvangst. Sinds 1987 is dat voortdurend geprobeerd en zonder succes. Het huren van de Grote Zaal, waarin Willem-Alexander en Máxima hun burgerlijk huwelijk sloten, is nu al een van de duurste dingen die men in Amsterdam kan doen.

De eerste toetssteen voor de toekomstige culturele bestuursstijl is de manier waarop wordt omgegaan met het Nederlands Philharmonisch Orkest. Het heeft in de Beurs twee repetitie- en concertzalen gebouwd en huurt kantoorruimte. Stadsdeel Centrum wilde het orkest in 2013 weg hebben en verdubbelde ëenzijdig de huur vanaf 2008, onbetaalbaar voor het orkest. Er zal nu worden onderhandeld met het orkest, dat in principe positief is over het plan. Maar het orkest klaagt dat het beheer over de ‘eigen’ zalen wordt overgedragen aan de nieuwe bv.